Wijzigingen Officiële bron
Motorrijtuigenbelasting, teruggaaf bedrijfsvoertuigenparkMotorrijtuigenbelasting, teruggaaf bedrijfsvoertuigenparkDe Directeur-Generaal Belastingdienst heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

Met ingang van 1 augustus 2001 is artikel 25a van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 (Wet MB’94) gewijzigd. In dit artikel staan de tarieven motorrijtuigenbelasting voor vrachtauto’s. Vanaf eerdergenoemde datum zijn deze tarieven gedifferentieerd naar aantal assen en soort vering van de vrachtauto. Het te betalen bedrag aan motorrijtuigenbelasting voor een vrachtauto is vanaf dat moment afhankelijk van de toegestane maximummassa (hierna: TMM) van de vrachtauto, het aantal assen, de soort vering en het al dan niet aanwezig zijn van een koppelinrichting. De hoogte van de verschillende tarieven is gebaseerd op de in de Europese richtlijn 99/62/EG van 17 juni 1999 (L 187/47) genoemde bedragen, die voor de motorrijtuigenbelasting voor vrachtauto’s bestemd voor het goederenvervoer minimaal geheven moeten worden.

Tot 1 augustus 2001 was het tarief opgebouwd uit een vast bedrag voor vrachtauto’s met een TMM tot en met 11.000 kg vermeerderd met een bedrag per 1000 kg boven deze 11.000 kg. Vanaf 1 augustus 2001 is deze tariefstructuur van de motorrijtuigenbelasting voor vrachtauto’s losgelaten.

In hoofdstuk IIA van de Wet MB ’94 is de teruggaaf voor een zogenoemd bedrijfsvoertuigenpark geregeld. Een dergelijk park bestaat uit twee of meer vrachtauto’s voorzien van een koppelinrichting en één of meer aanhangwagens. Onder voorwaarden kan voor een bedrijfsvoertuigenpark een vergunning worden verleend aan de hand waarvan een teruggaaf motorrijtuigenbelasting kan worden gevraagd.

Artikel 37c Wet MB ’94 regelt deze teruggaaf. Dit artikel is als gevolg van de wijziging in de tarieven ook aangepast. Tot 1 augustus 2001 werd voor elke in het bedrijfsvoertuigenpark aanwezige aanhangwagen een vast bedrag per 1.000 kg TMM in mindering gebracht op de teruggaaf. Dit bedrag kwam overeen met het bedrag dat per 1.000 kg TMM boven 11.000 kg meer verschuldigd was aan motorrijtuigenbelasting. Vanaf 1 augustus 2001 is er geen vast bedrag meer toe te rekenen aan de aanhangwagens. Met deze wijziging moet rekening worden gehouden in de vaststelling van een teruggaaf naar aanleiding van een vergunning voor een bedrijfsvoertuigenpark.

In de hierna onder 1 tot en met 7 vermelde berekeningswijze wordt ervan uitgegaan dat de aanhangwagens uit het bedrijfsvoertuigenpark gedurende de periode van de vergunning evenredig aan elke vrachtauto uit het bedrijfsvoertuigenpark gekoppeld zijn geweest. De teruggaaf wordt verleend voor het verschil tussen het aantal vrachtauto’s en het aantal aanhangwagens in het bedrijfsvoertuigenpark.

Een teruggaaf voor een bedrijfsvoertuigenpark wordt als volgt berekend:

Voorbeeld

Er is een vergunning voor een bedrijfsvoertuigenpark verleend voor acht vrachtauto’s en drie aanhangwagens.

Gegevens van de vrachtauto’s:

Na afloop van de vergunningperiode wordt een verzoek om teruggaaf voor het bedrijfsvoertuigenpark gedaan.

De berekening is dan als volgt (bedragen gebaseerd op de tarieven per 1 januari 2003):

Dit besluit treedt in werking met terugwerkende kracht vanaf 1 augustus 2001.