Ministeriële regeling · BWBR0016266

Klachtenregeling ongewenste omgangvormen Financiën 2004

Wijzigingen Officiële bron
Klachtenregeling ongewenste omgangsvormen Financiën 2004Klachtenregeling ongewenste omgangvormen Financiën 2004De Minister van Financiën,

Gelet op artikel 4, tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998;

Besluit:

Deze regeling wordt in de Staatscourant geplaatst.

De Minister van Financiën, G.Zalm

In dit besluit wordt verstaan onder:

De commissie wordt bijgestaan door een secretaris.

De commissieleden en de secretaris zijn verplicht tot geheimhouding van hetgeen hen ter zake van een klachtbehandeling ter kennis komt.

Een ieder die met ongewenste omgangsvormen wordt geconfronteerd kan zich wenden tot de vertrouwenspersonen, dan wel een klacht indienen bij de commissie. De klacht wordt uiterlijk binnen één jaar na de confrontatie ingediend.

De vertrouwenspersoon heeft in ieder geval de volgende taken:

De commissie brengt jaarlijks aan het bevoegd gezag verslag uit over het aantal behandelde klachten de aard daarvan en de ter zake gegeven adviezen.

Het bevoegd gezag biedt de vertrouwenspersonen en de leden van de commissie de faciliteiten die nodig zijn voor de uitvoering van de bij deze regeling opgedragen taken.

Het bevoegd gezag ziet erop toe dat de dossiers zorgvuldig worden bewaard en draagt zorg voor de vernietiging van de dossiers twee jaar na afhandeling van de klacht, dan wel na een onherroepelijk geworden personeelsbesluit naar aanleiding van de klacht.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin deze wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Klachtenregeling ongewenste omgangvormen Financiën 2004.