Ministeriële regeling · BWBR0016372

Regeling vissersvaartuigen

Wijzigingen Officiële bron
Regeling vissersvaartuigenRegeling vissersvaartuigen De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Vervoer van de Nederlandse Antillen en met de Minister van Vervoer en Communicatie van Aruba;

Gelet op de artikelen 3.4, 4.3, zevende lid, 4.18, eerste lid, onder b, 5.22, eerste lid, onder b, en 6.14, zevende lid, van het Vissersvaartuigenbesluit 2002;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant, in de Curaçaosche Courant en in het Afkondigingsblad van Aruba worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en WaterstaatK.M.H.Peijs

Deze paragraaf is van toepassing op vissersvaartuigen waarmee de boomkorvisserij wordt uitgeoefend.

Tijdens het vissen worden de volgende maatregelen genomen:

De inrichting van het vaartuig en de tuigage van de gieken zijn zodanig uitgevoerd dat de gieken in getopte stand zeevast kunnen worden gezet.

De onafhankelijk werkende elektrische noodkrachtbron, bedoeld in artikel 4.17, eerste lid, van het Vissersvaartuigenbesluit 2002, is opgesteld boven het bovenste doorlopende dek en is niet geplaatst voor het aanvaringsschot.

Ten aanzien van elektrische lastoestellen die deel uitmaken van de uitrusting van een vissersvaartuig, gelden de volgende voorschriften:

Ten aanzien van het uitvoeren van laswerkzaamheden met elektrische lastoestellen, ongeacht of wisselspanning of gelijkspanning wordt toegepast, gelden de volgende voorschriften:

Een noodstopvoorziening van de vislieren als bedoeld in artikel 6.14, tweede lid, van het Vissersvaartuigenbesluit 2002 voldoet aan de volgende voorschriften:

Vislieren met elektrische of hydraulische aandrijving zijn zodanig ingericht dat:

Tussentijdse onderzoeken als bedoeld in artikel 1.12, vierde lid, van het Vissersvaartuigenbesluit 2002 vinden eenmaal per twee jaar plaats in de periode van drie maanden voor tot drie maanden na de dag en de maand van afgifte van het certificaat van overeenstemming.

Deze paragraaf is slechts van toepassing op Nederlandse vissersvaartuigen en vissersvaartuigen die dienstdoen in de binnenwateren of territoriale wateren van het Europese deel van Nederland, of hun vangst aan land brengen in een haven in het Europese deel van Nederland.

Vissersvaartuigen met een lengte over alles van meer dan 15 meter zijn volgens het volgende tijdschema uitgerust met een automatisch identificatiesysteem (klasse A) dat voldoet aan de door de IMO ontwikkelde prestatienormen:

De schipper van een vaartuig dat is uitgerust met een automatisch identificatiesysteem is verplicht dat systeem te allen tijde operationeel te houden in overeenstemming met voorschrift V/19.2.4.7 van het op 1 november 1974 te Londen tot stand gekomen Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (Trb. 1976, 157) en de bij dat verdrag behorende bindende protocollen, aanhangsels en bijlagen, tenzij dit in uitzonderlijke omstandigheden naar het oordeel van de schipper gevaar oplevert voor de veiligheid of de beveiliging van het vissersvaartuig.

Overtreding van artikel 4c.2 door buitenlandse vissersvaartuigen en overtreding van artikel 4c.3 zijn strafbare feiten.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vissersvaartuigen.