Ministeriële regeling · BWBR0016417
Regeling rechtspositie burgemeesters
Gelet op de artikelen 30, 31, 32 en 34 van het Rechtspositiebesluit burgemeesters;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J.W.RemkesVoor zover er sprake is van een vergoeding voor de aanschaf of het gebruik van de eigen computerapparatuur, bijbehorende apparatuur en software als bedoeld in artikel 30, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters, ontvangt de burgemeester ten laste van de gemeente op aanvraag per jaar een tegemoetkoming van 30% van de aanschafwaarde van deze apparatuur en software voor de periode van maximaal drie jaar.
De aanleg- en abonnementskosten van de internetverbinding ten behoeve van het gebruik van de computer komen ten laste van de gemeente.
Het college van burgemeester en wethouders stelt het model van een bruikleenovereenkomst vast.
De in artikel 30, vierde lid, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters bedoelde vergoeding voor het gebruik van de privé-telefoon bedraagt € 12,– bruto per maand.
De verhuiskostenvergoeding, bedoeld in artikel 31, eerste en derde lid, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters betreft:
- a.
het bedrag van de transportkosten voor het vervoer van inboedel naar de nieuwe woning;
- b.
andere direct uit de verhuizing voortvloeiende kosten, waaronder begrepen de kosten van het in- en uitpakken van breekbare zaken tot een maximum van € 5.445,–;
- c.
kosten in verband met dubbele woonlasten tot maximaal € 272,27 per maand en gedurende een periode van ten hoogste vier maanden.
Vervallen
De vergoeding voor reis- en pensionkosten, bedoeld in artikel 31, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters betreft:
- a.
per maand een bedrag van maximaal 90 procent van de gemaakte pensionkosten tot ten hoogste 50 procent van de bezoldiging;
- b.
voor reiskosten tussen de woonplaats en de plaats van verblijf:
- 1°.
de kosten voor het gebruik van het openbaar vervoer;
- 2°.
bij gebruik van een eigen personenauto, een bedrag van € 0,15 per afgelegde kilometer.
- 1°.
Indien geen aanspraak wordt gemaakt op een vergoeding van pensionkosten, bedraagt de vergoeding voor het reizen tussen de woonplaats en de gemeente:
- a.
de kosten voor het gebruik van het openbaar vervoer;
- b.
bij gebruik van een eigen personenauto, een bedrag van € 0,15 per afgelegde kilometer.
De vergoeding van kosten voor woon- werkverkeer, bedoeld in artikel 32, eerste lid, onder a, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters betreft:
- a.
de kosten voor het gebruik van het openbaar vervoer;
- b.
bij gebruik van een eigen personenauto een bedrag van € 0,15 per afgelegde kilometer.
In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, geldt voor een waarnemend burgemeester een bedrag van € 0,28 per afgelegde kilometer.
Indien de burgemeester voor de uitoefening van zijn functie voor vervoer binnen de gemeente regelmatig zakelijk gebruik maakt van een eigen personenauto, heeft hij daarvoor aanspraak op een vaste vergoeding of een vergoeding op basis van het jaarlijks per eigen personenauto afgelegde aantal kilometers.
De vaste vergoeding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt per maand:
- a.
€ 31,08 in gemeenten met een oppervlak tot 50 vierkante kilometer;
- b.
€ 44,40 in gemeenten met een oppervlak van 50 tot 100 vierkante kilometer;
- c.
€ 66,60 in gemeenten met een oppervlak van 100 tot 150 vierkante kilometer;
- d.
€ 79,92 in gemeenten met een oppervlak van 150 vierkante kilometer en meer.
De vergoeding op basis van het jaarlijks per eigen personenauto afgelegde aantal kilometers, bedoeld in het eerste lid, is gelijk aan het aantal kilometers vermenigvuldigd met € 0,28. Het aantal kilometers dat maximaal kan worden gedeclareerd bedraagt per jaar:
- a.
2100 in gemeenten met een oppervlak tot 50 vierkante kilometer;
- b.
3000 in gemeenten met een oppervlak van 50 tot 100 vierkante kilometer;
- c.
4500 in gemeenten met een oppervlak van 100 tot 150 vierkante kilometer;
- d.
5400 in gemeenten met een oppervlak van 150 vierkante kilometer en meer.
Indien de burgemeester voor de uitoefening van de functie binnen de gemeente geen aanspraak maakt op de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, ontvangt hij de kosten voor het gebruik van het openbaar vervoer.
Een burgemeester die de beschikking heeft over een dienstauto en daarnaast regelmatig gebruik maakt van een eigen personenauto, ontvangt een vergoeding die is gebaseerd op de helft van de in het tweede lid genoemde bedragen, respectievelijk op de helft van het in het derde lid genoemde aantal kilometers.
Voor een dienstreis met een bestemming buiten de gemeente, geldt bij gebruik van een eigen personenauto een vergoeding van € 0,28 per kilometer of een vergoeding van de kosten voor het gebruik van het openbaar vervoer.
De vergoeding van verblijfkosten, bedoeld in artikel 32, eerste lid, onderdeel b, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters, betreft de noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke kosten.
Vervallen
De vergoeding voor reiskosten, bedoeld in artikel 34 van het Rechtspositiebesluit burgemeesters, bedraagt:
- a.
de kosten voor het gebruik van het openbaar vervoer;
- b.
€ 0,09 per afgelegde kilometer voor het gebruik van een eigen motorvoertuig, indien het gebruik van het openbaar vervoer doelmatig was;
- c.
€ 0,37 per afgelegde kilometer voor het gebruik van een eigen motorvoertuig, indien het gebruik van het openbaar vervoer niet doelmatig was.
Het declareren van de kosten geschiedt onder overlegging van bewijsstukken.
Bij toepassing van artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964:
- a.
ontvangt de burgemeester ten laste van de gemeente op aanvraag per jaar een tegemoetkoming van 30% van de aanschafwaarde voor de periode van maximaal drie jaar voor zover er sprake is van een belastingheffing in verband met ten laste van de gemeente ter beschikking gestelde computerapparatuur, bijbehorende apparatuur en software, dan wel communicatieapparatuur als bedoeld in artikel 30, eerste en derde lid, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters;
- b.
wordt in artikel 2 voor ‘€ 12’ gelezen: € 25;
- c.
wordt in de artikelen 5, tweede lid, en 6, derde en zesde lid, voor ‘€ 0,28’ gelezen: € 0,37;
- d.
worden de bedragen, genoemd in artikel 6, tweede lid, vermenigvuldigd met 100/P, waarbij P wordt berekend door het getal 100 te verminderen met het getal van het hoogste tarief, bedoeld in kolom IV van artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
Indien artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964 wordt toegepast, kan de burgemeester op aanvraag aanspraak maken op saldering van reiskosten voor zakelijke reizen overeenkomstig de regeling voor gemeentelijk personeel. Indien geen regeling als bedoeld in de vorige zin is vastgesteld, kan de burgemeester op aanvraag aanspraak maken op een vergoeding als bedoeld in artikel 4a van de Reisregeling binnenland en artikel 2a van de Reisregeling buitenland.
De Regeling vaste autokostenvergoeding burgemeesters 1996 wordt ingetrokken.
Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2004, met dien verstande dat:
- a.
artikel 1 en 2 van de Regeling rechtspositie burgemeesters terugwerken tot en met 1 juli 2002,
- b.
het college kan bepalen dat in afwijking van het bepaalde onder a, tot de inwerkingtreding van deze regeling overeenkomstige toepassing wordt gegeven aan de regeling van de vergoeding aan ambtenaren van kosten verbonden aan het gebruik van de privé-telefoonaansluiting voor dienstdoeleinden (Stb. 527),
- c.
artikel 5, derde lid van de Regeling rechtspositie burgemeesters terugwerkt tot en met 1 januari 2002.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rechtspositie burgemeesters.