Ministeriële regeling · BWBR0016494
Regeling aanwijzing ambtenaren toezicht en opsporing Binnenschepenwet provincie Overijssel
In overeenstemming met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op de artikelen 28, tweede en derde lid, en 48 van de Binnenschepenwet;
Gezien het verzoek van gedeputeerde staten van Overijssel van 6 februari 2004 (kenmerk: WKWB/2004/68);
Besluit:
Deze beschikking zal in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Verkeer en Waterstaat, K.M.H.PeijsDe inspecteur scheepvaart, de scheepvaartmeesters en de overige in dienst van de provincie Overijssel werkzame buitengewoon opsporingsambtenaren, voor zover zij werkzaamheden verrichten behorende tot het takenpakket van de provinciale scheepvaartinspectie, worden aangewezen tot:
- a.
toezichthouder belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de hoofdstukken II en IV van de Binnenschepenwet;
- b.
ambtenaar belast met de opsporing van de bij of krachtens de hoofdstukken II en IV van de Binnenschepenwet strafbaar gestelde feiten.
Met betrekking tot hoofdstuk II van de Binnenschepenwet is het toezicht en de opsporing, bedoeld in het eerste lid, beperkt tot:
- a.
de aanwezigheid van het certificaat van onderzoek aan boord van een schip;
- b.
de geldigheid van het certificaat van onderzoek aan boord van een schip;
- c.
de zone of het vaargebied van een schip overeenkomstig het certificaat van onderzoek;
- d.
de inzinking van een schip in het water ten opzichte van de op dat schip aangebrachte inzinkingskenmerken;
- e.
bijzondere voorschriften voor het gebruik van een schip als vermeld in het certificaat van onderzoek.
Deze beschikking treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt na vijf jaar.