Wet · BWBR0016519
Wijzigingswet Wet op het specifiek cultuurbeleid (Raad voor cultuur)
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging hebben genomen dat het wenselijk is in de Wet op het specifiek cultuurbeleid een wijziging aan te brengen in het maximale aantal leden van de Raad voor cultuur;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage18 maart 2004Beatrix De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M. C. van derLaande eenendertigste maart 2004De Minister van Justitie, J. P. H.DonnerWijzigt de Wet op het specifiek cultuurbeleid.
De Raad voor cultuur, bedoeld in artikel 2a van de Wet op het specifiek cultuurbeleid, heeft in afwijking van artikel 10, eerste volzin, van de Kaderwet adviescolleges, tot en met 31 december 2004 ten hoogste 18 andere leden.
Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de derde kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.