Ministeriële regeling · BWBR0016586
Wijzigingsbesluit Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Reinigingsagenten Dienst Stadstoezicht Amsterdam 2000 (april 2004)
Handelende in overeenstemming met de betrokken ministers;
Gelezen het verzoek van de directeur van de Dienst Stadstoezicht van de gemeente Amsterdam;
Gelet op:
– artikel 142, eerste lid, onder b en c, en het derde lid, van het Wetboek van Strafvordering;
– het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;
– artikel 17, eerste lid, aanhef en onder ten tweede, van de Wet op de economische delicten;
– artikel 8, zevende lid, van de Politiewet 1993.
Besluit:
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad worden geplaatst.
Den Haag1 april 2004De Minister van Justitie,namens deze:de coördinator buitengewoon opsporingsambtenaar, A.A.A.M.HuldyWijzigt het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Reinigingsagenten Dienst Stadstoezicht Amsterdam 2000.
De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden van de buitengewoon opsporingsambtenaren die in dienst van de dienst Stadstoezicht Amsterdam de functie van reinigingsagent vervullen, worden voor de duur van hun geldigheid of tot daarover nader zal zijn beslist, geacht te zijn akten en overige benoemingsbescheiden afgegeven mede op basis van onderhavige besluit.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.