U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-08-2011.

Wet · BWBR0016664

Overleveringswet

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 29 april 2004 tot implementatie van het kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten van de Europese Unie (Overleveringswet)OverleveringswetWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de implementatie van het kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten van de Europese Unie van 13 juni 2002 (2002/584/JBZ), gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen L 190 van 18 juli 2002, noodzaakt tot het stellen van nieuwe regels voor de overlevering van personen tussen lidstaten van de Europese Unie en daarmee verbandhoudende andere vormen van rechtshulp;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage29 april 2004BeatrixDe Minister van Justitie,J. P. H.Donnerde elfde mei 2004De Minister van Justitie,J. P. H.Donner

In deze wet wordt verstaan onder:

Overlevering geschiedt uitsluitend aan uitvaardigende justitiële autoriteiten van andere lidstaten van de Europese Unie en met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze wet.

Met vrijheidsstraffen van langere duur dan twaalf maanden worden voor de toepassing van deze wet gelijkgesteld: levenslange vrijheidsstraffen en vrijheidsstraffen van onbepaalde duur.

Overlevering wordt niet toegestaan indien de opgeëiste persoon ten tijde van het begaan van het strafbare feit de leeftijd van twaalf jaren nog niet heeft bereikt.

Overlevering wordt niet toegestaan in gevallen, waarin naar het oordeel van de rechtbank een op feiten en omstandigheden gebaseerd gegrond vermoeden bestaat, dat inwilliging van het verzoek zou leiden tot flagrante schending van de fundamentele rechten van de betrokken persoon, zoals die worden gewaarborgd door het op 4 november 1950 te Rome tot stand gekomen Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

Overlevering wordt niet toegestaan indien het Europees aanhoudingsbevel strekt tot tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij de behandeling ter terechtzitting die tot het vonnis heeft geleid, tenzij in het Europees aanhoudingsbevel is vermeld dat, overeenkomstig de procedurevoorschriften van uitvaardigende lidstaat:

Op basis van een signalering als bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, kan de voorlopige aanhouding worden bevolen van een zich in Nederland bevindende opgeëiste persoon.

Een vreemdeling die op grond van artikel 54, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering is aangehouden, kan op bevel van de officier of hulpofficier van justitie in het arrondissement waar hij werd aangehouden worden opgehouden, indien gegronde redenen bestaan voor de verwachting dat te zijnen aanzien onverwijld een signalering als bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, zal worden gedaan dan wel een Europees aanhoudingsbevel zal worden ontvangen. Artikel 61, eerste en derde lid, van dat wetboek is van overeenkomstige toepassing.

Een opgeëiste persoon wiens bewaring overeenkomstig artikel 18 is bevolen, wordt – behoudens de mogelijkheid van verdere vrijheidsbeneming uit anderen hoofde – in vrijheid gesteld:

De officier van justitie brengt de uitspraak van de rechtbank onverwijld ter kennis van de uitvaardigende justitiële autoriteit. Indien de overlevering is toegestaan, vermeldt hij hetzij de termijn waarbinnen de overlevering dient plaats te vinden, hetzij het bestaan van een concurrerend uitleveringsverzoek of een overleveringsverzoek van het Internationaal Strafhof of een ander internationaal tribunaal.

Een krachtens artikel 27 bevolen vrijheidsbeneming wordt – behoudens de mogelijkheid van verdere vrijheidsbeneming uit anderen hoofde – beëindigd zodra:

Bij de feitelijke overlevering deelt de officier van justitie aan de uitvaardigende justitiële autoriteit of, in voorkomend geval, aan de bevoegde centrale autoriteit de duur van de vrijheidsbeneming van de opgeëiste persoon met het oog op zijn overlevering, mee.

Elke officier van justitie in Nederland kan fungeren als uitvaardigende justitiële autoriteit.

In de gevallen als bedoeld in artikel 45a, eerste lid, onderdeel d, verstrekt de uitvaardigende officier van justitie op verzoek van de persoon tegen wie het Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd en die nog niet officieel van de tegen hem ingestelde strafprocedure in kennis is gesteld, onverwijld en door tussenkomst van de uitvoerende justitiële autoriteit, een afschrift van het vonnis, dat ten grondslag ligt aan het Europees aanhoudingsbevel. Artikel 408, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is in dit geval niet van toepassing.

De uitvaardigende officier van justitie is met het oog op de behandeling en uitvoering van het door hem afgegeven Europees aanhoudingsbevel bevoegd de uitvoerende justitiële autoriteit op verzoek of eigener beweging aanvullende informatie te verstrekken en, in voorkomend geval, schriftelijk de voorwaarden overeen te komen in het geval de opgeëiste persoon voorlopig ter beschikking wordt gesteld.

De voorwaarden die door de buitenlandse uitvoerende justitiële autoriteit in overeenstemming met het op 13 juni 2002 door de Raad vastgestelde kaderbesluit betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten van de Europese Unie (PbEG L 190) worden gesteld bij de overlevering van de opgeëiste persoon aan Nederland, zijn verbindend voor iedere persoon of instantie die in Nederland is belast met een publieke taak.

Elke officier van justitie kan de uitvoerende justitiële autoriteit verzoeken voorwerpen, aangetroffen in het bezit van degene wiens overlevering hij op basis van een signalering als bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid of van een Europees aanhoudingsbevel heeft gevraagd, in beslag te nemen en aan hem over te dragen.

De officier van justitie kan de uitvoerende justitiële autoriteit verzoeken om de persoon die op basis van een door hem afgegeven Europees aanhoudingsbevel is aangehouden, voorafgaand aan de beslissing over diens overlevering:

Krachtens deze wet gegeven bevelen tot inverzekeringstelling of bewaring, dan wel tot verlenging van een termijn van vrijheidsbeneming, worden gedagtekend en ondertekend. De grond voor uitvaardiging wordt in het bevel vermeld. Aan degene op wie het bevel betrekking heeft, wordt onverwijld een afschrift daarvan uitgereikt.

Personen die krachtens deze wet in verzekering of in bewaring zijn gesteld, of wier gevangenneming of gevangenhouding is bevolen, worden behandeld als verdachten die krachtens het Wetboek van Strafvordering aan een overeenkomstige maatregel zijn onderworpen.

Op de bevelen tot bewaring en gevangenhouding, krachtens deze wet gegeven, is artikel 66a van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing.

Op bevelen tot beëindiging van vrijheidsbeneming, krachtens deze wet gegeven, en op de tenuitvoerlegging van zodanige bevelen zijn de artikelen 73, 79, 569 en 570 van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing.

De termijnen, genoemd in de artikelen 19, onder b, 22, en 37, eerste en tweede lid, lopen niet gedurende de tijd dat de betrokkene zich aan de verdere tenuitvoerlegging van de in die artikelen bedoelde bevelen heeft onttrokken.

Waar in deze wet de bevoegdheid wordt gegeven tot het horen van personen, is artikel 131a van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing.

Op betekeningen, kennisgevingen en oproepingen, gedaan krachtens deze wet, zijn de artikelen 585 tot en met 590 van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing.

De bepalingen van deze wet zijn niet van toepassing op:

De officier van justitie draagt zorg voor een halfjaarlijkse rapportage aan Onze Minister over:

Wijzigt de Uitleveringswet.

Wijzigt het Wetboek van Strafrecht.

Onze Minister zendt binnen drie jaren na inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de toepassing van deze wet op de overlevering door Nederland, in het bijzonder over de effecten van de behandeling van overleveringsverzoeken in één instantie.

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2004. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2003, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Deze wet wordt aangehaald als: Overleveringswet.

Dit bevel is uitgevaardigd door een bevoegde rechterlijke autoriteit. Ik verzoek om aanhouding en overlevering van de hieronder genoemde persoon met het oog op strafvervolging of tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel.

a) Gegevens betreffende de identiteit van de gezochte persoon

Naam: ........................................................................................................................

....................................................................................................................................

Voornaam of voornamen: ............................................................................................

...................................................................................................................................

Meisjesnaam, in voorkomend geval: .............................................................................

Bijnamen, in voorkomend geval: ...................................................................................

Geslacht: .....................................................................................................................

Nationaliteit: ................................................................................................................

Geboortedatum: ..........................................................................................................

Geboorteplaats: ...........................................................................................................

Verblijfplaats en/of bekend adres: ................................................................................

Indien bekend: taal/talen die de gezochte persoon begrijpt: ...........................................

....................................................................................................................................

Bijzondere kenmerken/beschrijving van de gezochte persoon: ...........

....................................................................................................................................

Foto en vingerafdrukken van de gezochte persoon, indien die beschikbaar zijn en mogen worden verzonden, of contactadres van de persoon die gecontacteerd moet worden om die informatie of een DNA-profiel te verkrijgen (indien deze gegevens beschikbaar zijn en toegezonden mogen worden, maar niet zijn opgenomen)

b) Besluit dat aan dit aanhoudingsbevel ten grondslag ligt

1. Aanhoudingsbevel of een gelijkwaardige rechterlijke beslissing:

Soort: ...........................................................................................................................

2. Voor uitvoerlegging vatbaar vonnis: ............................................................................

......................................................................................................................................

Referentie: .....................................................................................................................

c) Gegevens betreffende de duur van de straf

1. Maximumduur van de vrijheidsstraf of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel die voor het strafbare feit/de strafbare feiten kan worden opgelegd: ....................................

.........................................................................................................................................

2. Duur van de opgelegde vrijheidsstraf of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel:

.........................................................................................................................................

Nog uit te zitten straf: ........................................................................................................

.........................................................................................................................................

d) Gelieve te vermelden of de betrokkene in persoon is verschenen op het proces dat heeft geleid tot de beslissing:

e) Strafbare feiten

Dit bevel heeft betrekking op in totaal ............................... strafbare feiten.

Beschrijving van de omstandigheden waaronder het strafbare feit is gepleegd/de strafbare feiten zijn gepleegd, met inbegrip van het tijdstip, de plaats en de mate van betrokkenheid van de gezochte persoon bij het strafbare feit/de strafbare feiten .....................................................................

...............................................................................................................................................

Aard en wettelijke kwalificatie van het strafbare feit/de strafbare feiten en toepasselijke wettelijke bepaling/wetboek: .....................................................

........................................................................................................................................

I. Geef in voorkomend geval aan of het gaat om één of meer van de volgende strafbare feiten waarop in de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel staat met een maximum van ten minste drie jaar en zoals omschreven in het recht van de uitvaardigende lidstaat (vakje aankruisen):

□ Deelneming aan een criminele organisatie

□ Terrorisme

□ Mensenhandel

□ Seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie

□ Illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen

□ Illegale handel in wapens, munitie en explosieven

□ Corruptie

□ Fraude, met inbegrip van fraude waardoor de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen worden geschaad in de zin van de Overeenkomst van 26 juli 1995 aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen

□ Witwassen van opbrengsten van misdrijven

□ Valsemunterij met inbegrip van namaak van de euro

□ Informaticacriminaliteit

□ Milieumisdrijven, met inbegrip van de illegale handel in bedreigde diersoorten en de illegale handel in bedreigde planten- en boomsoorten

□ Hulp aan illegale binnenkomst en illegaal verblijf

□ Moord en doodslag, zware mishandeling

□ Illegale handel in menselijke organen en weefsels

□ Ontvoering, wederrechtelijke vrijheidsberoving en gijzeling

□ Racisme en vreemdelingenhaat

□ Georganiseerde of gewapende diefstal

□ Illegale handel in cultuurgoederen, waaronder antiquiteiten en kunstvoorwerpen

□ Oplichting

□ Racketeering en afpersing

□ Namaak van producten en productpiraterij

□ Vervalsing van administratieve documenten en handel in valse documenten

□ Vervalsing van betaalmiddelen

□ Illegale handel in hormonale stoffen en andere groeibevorderaars

□ Illegale handel in nucleaire en radioactieve stoffen

□ Handel in gestolen voertuigen

□ Verkrachting

□ Opzettelijke brandstichting

□ Misdrijven die onder de rechtsmacht van het Internationaal Strafhof vallen

□ Kaping van vliegtuigen of schepen

□ Sabotage.

II. Volledige omschrijving van het strafbare feit of de strafbare feiten die niet onder de in punt I genoemde strafbare feiten vallen:

.......................................................................................................................................

.......................................................................................................................................

f) Andere voor de zaak relevante omstandigheden (facultatieve informatie)

(NB: bijvoorbeeld opmerkingen over extra-territorialiteit, stuiting van de verjaring en andere gevolgen van het strafbare feit) ...................................

......................................................................................................................................

g) Dit bevel heeft tevens betrekking op de inbeslagneming en de overdracht van voorwerpen die als bewijsmiddel moeten dienen. Dit bevel heeft tevens betrekking op de inbeslagneming en de overdracht van voorwerpen die de gezochte persoon uit het strafbare feit heeft verkregen

Beschrijving en plaats van de voorwerpen (indien bekend):

........................................................................................................................................

........................................................................................................................................

........................................................................................................................................

h) Het strafbare feit/de strafbare feiten dat/die aan dit bevel ten grondslag ligt/liggen, is/zijn strafbaar gesteld met/heeft(hebben) geleid tot een vrijheidsstraf of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel welke levenslange vrijheidsbeneming meebrengt:

– de rechtsorde van de uitvaardigende lidstaat voorziet in de herziening van de opgelegde straf – op verzoek of ten minste na 20 jaar – strekkende tot niet-uitvoering van de straf en/of

– de rechtsorde van de uitvaardigende lidstaat voorziet in de toepassing van gratiemaatregelen waarvoor de betrokkene krachtens de wetgeving of praktijk van de uitvaardigende lidstaat in aanmerking komt, en die strekken tot niet-uitvoering van de straf.

i) Rechterlijke autoriteit die het bevel heeft uitgevaardigd

Officiële naam: ...............................................................................................................

.......................................................................................................................................

Naam van haar vertegenwoordiger: .....................................

.......................................................................................................................................

Functie (titel/rang): ..........................................................................................................

........................................................................................................................................

Dossiernummer: ...............................................................................................................

Adres: .............................................................................................................................

........................................................................................................................................

Tel.: (landnummer) (netnummer) (...) .................................................................................

Fax: (landnummer) (netnummer) (...) .................................................................................

E.mailadres: .....................................................................................................................

Adresgegevens van de persoon die moet worden gecontacteerd om de nodig praktische afspraken te maken voor de overlevering:

.........................................................................................................................................

Indien een centrale autoriteit is belast met de administratieve toezending en ontvangst van Europese aanhoudingsbevelen:

Naam van de centrale autoriteit: .........................................................................................

Contactpersoon, in voorkomend geval (titel/rang en naam):

..........................................................................................................................................

Adres: ...............................................................................................................................

Tel.: (landnummer) (netnummer) (...) ..................................................................................

Fax: (landnummer) (netnummer) (...) ..................................................................................

E-mailadres: ......................................................................................................................

Handtekening van de uitvaardigende rechterlijke autoriteit en/of haar vertegenwoordiger:

Naam: ...............................................................................................................................

Functie (titel/rang): .............................................................................................................

Datum: ..............................................................................................................................

Officieel stempel (indien beschikbaar)