Ministeriële regeling · BWBR0016710

Regeling vrijstelling oliepijpdoorboringsapparaten

Wijzigingen Officiële bron
Regeling houdende vrijstelling van artikel 13, eerste lid, van de Regeling vervoer gevaarlijke stoffen met zeeschepen (RVGZ) bij het vervoer van oliepijpdoorboringsapparaten per zeeschip van en naar zee (Regeling vrijstelling oliepijpdoorboringsapparaten)Regeling vrijstelling oliepijpdoorboringsapparatenDe Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikel 9, eerste lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en WaterstaatK.M.H.Peijs

Vrijstelling wordt verleend van het bepaalde in artikel 13, eerste lid, van de Regeling vervoer gevaarlijke stoffen met zeeschepen (RVGZ), ten behoeve van het vervoer van of naar zee met zeeschepen, voor zover het betreft het direct vervoer van en naar mijnbouwinstallaties die zich op het Nederlands continentaal plat bevinden, van oliepijpdoorboringsapparaten (jet perforating guns, charged), gevarenklasse 1, classificatiecode 1.1D, United Nations Number (UN.No.) 0124, zonder ontstekingmiddelen, bestaande uit stalen kokers dan wel metalen strips, die voorwerpen met een holle lading bevatten, welke voorwerpen onderling zijn verbonden door slagsnoer.

Aan de in artikel 1 bedoelde vrijstelling worden de navolgende voorschriften verbonden:

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vrijstelling oliepijpdoorboringsapparaten.