Ministeriële regeling · BWBR0016713

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar ProRail 2004

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van de Minister van Justitie van 11 mei 2004, nr. 5286090/504/CBK, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij ProRailBesluit buitengewoon opsporingsambtenaar ProRail 2004 De Minister van Justitie,

Gelezen het verzoek van de directeur ProRail van 2 maart 2004, kenmerk MJB/BA/M001963/040220-1;

Gezien de adviezen van de korpschef van het Korps landelijke politiediensten van 7 april 2004 en van het Landelijk Parket van 7 april 2004;

Handelend in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Waterstaat;

Gelet op artikel 142, eerste lid, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, artikel 8, zevende lid, van de Politiewet 1993 en artikel 4, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;

Besluit:

Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

Den Haag11 mei 2004De Minister van Justitie, namens deze: hoofd Bureau Juridische en Beleidsondersteunende Aangelegenheden, H.Ph.Mayer

In dit besluit wordt verstaan onder:

Maximaal 50 medewerkers in dienstbetrekking werkzaam bij ProRail zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de strafbare feiten waarvoor aan hem opsporingsbevoegdheid is toegekend, gebruik te maken van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Politiewet 1993. Hij gedraagt zich daarbij overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.

De directeur van ProRail stelt in overleg met de toezichthouder en de direct toezichthouder op:

De directeur van ProRail verstrekt de toezichthouder en de direct toezichthouder overeenkomstig artikel 41, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar alle door hen gewenste informatie en voert zo nodig en desgevraagd periodiek overleg met hen.

De directeur van ProRail brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, met betrekking tot de buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam bij ProRail aan de Minister van Justitie verslag uit over:

De directeur van ProRail zendt, overeenkomstig artikel 41, tweede lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, vóór 1 november 2005 aan de Minister van Justitie een evaluatie over de doeltreffendheid en de effecten van het toekennen van opsporingsbevoegdheid en de bevoegdheid, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Politiewet 1993, in de periode van 15 mei 2004 tot 1 oktober 2005. Deze evaluatie voldoet aan nader door de Minister van Justitie te stellen voorwaarden.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 15 mei 2004 en vervalt met ingang van 1 januari 2007.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar ProRail 2004.