Ministeriële regeling · BWBR0016722
Sanctieregeling Irak 2004 II
Handelende in overeenstemming met de Minister van Financiën, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Staatssecretaris van Economische Zaken;
Gelet op:
– Verordening (EG) nr. 1210/2003 van de Raad van de Europese Unie van 7 juli 2003 (PbEG L 169) betreffende bepaalde specifieke restricties op de economische en financiële betrekkingen met Irak en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2465/96;
– Verordening (EG) nr. 1799/2003 van de Raad van de Europese Unie van 13 oktober 2003 (PbEG L 264) tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1210/2003 betreffende bepaalde specifieke restricties op de economische en financiële betrekkingen met Irak;
– de artikelen 2, tweede lid, en 3 van de Sanctiewet 1977;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Buitenlandse Zaken, B.R.BotHet is verboden te handelen in strijd met de artikelen 2, 3, eerste lid, 4, 7 en 8, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 1210/2003 van de Raad van de Europese Unie van 7 juli 2003 (PbEG L 169) betreffende bepaalde specifieke restricties op de economische en financiële betrekkingen met Irak en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2465/96.
Het verbod te handelen in strijd met artikel 3, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 1210/2003 is niet van toepassing in geval artikel 3, tweede lid, van de verordening van toepassing is. Het verbod te handelen in strijd met artikel 4 van de verordening is niet van toepassing in geval artikel 5 of artikel 6 van de verordening van toepassing is.
De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 1210/2003 van de Raad van de Europese Unie van 7 juli 2003 betreffende bepaalde beperkende specifieke restricties op de economische en financiële betrekkingen met Irak en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2465/96 (Pb EG L 169), is de Minister van Economische Zaken voor zover het betreft het aanwenden van economische middelen als bedoeld in voornoemd artikel 6, eerste lid. De bevoegde autoriteit is de Minister van Financiën voor zover het betreft de aanwending van bevroren tegoeden als bedoeld in voornoemd artikel 6, eerste lid.
Deze regeling wordt aangehaald als: Sanctieregeling Irak 2004 II.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 23 mei 2004.