U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 30-11-2006.

Ministeriële regeling · BWBR0016764

Regeling diverse subsidieplafonds en aanvraagperioden LNV

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 27 mei 2004, nr. TRCJZ/2004/4063, tot vaststelling van diverse subsidieplafonds en aanvraagperiodenRegeling diverse subsidieplafonds en aanvraagperioden LNVDe Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op artikel 4 van de Kaderwet LNV-subsidies;

Gelet op artikel 3, derde lid, van de Kaderregeling subsidiëring natuurprojecten;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.P.Veerman

Aanvragen tot subsidieverlening op grond van artikel 5, eerste lid, van de Regeling herstel historische buitenplaatsen, voor het jaar 2006 kunnen worden ingediend in de periode van 1 maart tot en met 1 juni 2006.

Het subsidieplafond, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Regeling herstel historische buitenplaatsen, voor het jaar 2006 bedraagt € 215.000,–.

De aanvraagperiode, bedoeld in artikel 12 van de Regeling subsidiëring Actieplan BBI-Matra 2005–2008, wordt voor het jaar 2006 vastgesteld op de periode van 1 februari tot en met 15 maart 2006.

Het subsidieplafond, bedoeld in artikel 11, eerste en tweede lid, van de Regeling subsidiëring Actieplan BBI-Matra 2005–2008, voor projecten bedraagt voor het jaar 2006 € 1.510.000,–. In het jaar 2006 komen projecten, waarvan de subsidiabele kosten meer bedragen dan € 110.000,– niet voor subsidie in aanmerking.

Gelet op artikel 14, derde lid, van het Besluit natuurbeheer Midden- en Oost-Europa 2001, wordt het thema beleidsontwikkeling natuurbeheer en ecologische netwerken, genoemd in artikel 4, tweede lid, onderdeel a, van deze regeling, het hoogst gerangschikt.

Aanvragen tot subsidieverlening op grond van de Regeling draagvlak natuur kunnen worden ingediend van 1 juli 2006 tot en met 31 juli 2006.

Voor de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 6, bedraagt het subsidieplafond voor projecten als bedoeld in artikel 16 van de Regeling draagvlak natuur voor het jaar 2006 € 1.400.000,–.

Voor de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 6, bedraagt het subsidieplafond voor programma’s als bedoeld in artikel 21 van de Regeling draagvlak natuur voor het jaar 2006 € 1.400.000,–.

Het subsidieplafond voor de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 11 van het Besluit ontwikkeling van landschappen, bedraagt voor het jaar 2006 € 815.000,–.

De beoordelingscriteria, bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de Regeling subsidie plattelandsontwikkelingsprogramma provincies, zijn de in bijlage 2 bij deze regeling opgenomen criteria.

De artikelen 9a tot en met 9c werken terug tot en met 1 december 2003.

Voor de aanvraagperiode, genoemd in artikel 12 van de Infrastructuurregeling glastuinbouwgebieden, bedraagt het subsidieplafond voor subsidies op grond van die regeling € 12.500.000,–.

De aanvraagperiode, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Regeling effectgerichte maatregelen in bossen en natuurterreinen wordt voor het jaar 2007 vastgesteld van 1 november 2006 tot en met 28 februari 2007.

Het subsidieplafond, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Regeling effectgerichte maatregelen in bossen en natuurterreinen wordt voor het jaar 2007 vastgesteld op:

Het subsidieplafond, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Regeling versterking recreatie wordt voor de in artikel 2 van die regeling bedoelde onderscheiden doelstellingen voor het jaar 2006 als volgt vastgesteld:

De verhoging, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000, zoals die luidde tot 25 oktober 2003, bedraagt:

Het percentage, bedoeld in artikel 44, vierde lid, van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000, zoals die luidde tot 1 oktober 2004, waarmee de subsidie functieverandering voor de subsidies die zijn verleend op grond van aanvragen voor de begrotingsjaren 2000, 2001, 2002, 2003, 2004 en 2005 wordt verhoogd, is 1,4%.

Het subsidieplafond voor aanvragen op grond van het Besluit instandhouding schaapskuddes wordt voor het jaar 2006 vastgesteld op € 836.000,–.

Het subsidieplafond voor de verlening van subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 5, onderdeel a tot en met g, van het Besluit versterking natuur- en bosbeheer bij bos- en landgoedeigenaren, bedraagt € 685.000,–.

Het subsidieplafond, bedoeld in artikel 4 van de Regeling subsidiëring kwaliteit Groene Hart, wordt voor het begrotingsjaar 2006 vastgesteld op € 13.500.000,– waarvan maximaal € 2.500.000,– is bestemd voor het verlenen van subsidie in de categorie agrarische structuurversterking, bedoeld in artikel 2, onderdeel g, van de Regeling subsidiëring kwaliteit Groene Hart.

Aanvragen tot subsidieverlening op grond van de Regeling subsidiëring kwaliteit Groene Hart kunnen worden ingediend van 3 april 2006 tot 1 juni 2006.

Het subsidieplafond voor de verlening van subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2 van de Regeling subsidiëring gebiedsgericht beleid en reconstructie concentratiegebieden, bedraagt voor het jaar 2006 € 111.000.000,–.

Aanvragen tot subsidieverlening op grond van de Regeling bedrijfshervestiging en -beëindiging voor het jaar 2006 kunnen worden ingediend tot 1 oktober 2006.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling diverse subsidieplafonds en aanvraagperioden LNV.

1.1. Voor de verdeling van financiële middelen in het kader van het provinciaal programma van het plattelandsontwikkelingsprogramma (hierna: POP) in Drenthe, Fryslân en Groningen wordt uitgegaan van evenredigheid in de verdeling over de drie provincies, dat wil zeggen dat bij de prioritering wordt gestreefd naar een zoveel mogelijk gelijke verdeling van het totale POP-budget over de drie provincies. Dit uitgangspunt wordt doelmatig toegepast met het oog op een adequate verdeling van POP-gelden.

1.2. Projecten die op grond van bijlage I van het POP (maatregelen van de rijksoverheid) in aanmerking kunnen komen voor subsidie, zullen niet in de programmering van het provinciaal programma worden opgenomen.

Projecten moeten in overeenstemming zijn met:

2.1. Kompas voor het Noorden [het Ruimtelijk-economisch ontwikkelingsprogramma Noord-Nederland 2000 t/m 2006 van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN)] zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Drenthe, Fryslân en Groningen op 9 februari 2000), dat wil zeggen dat het project moet passen binnen de maatregelen van Kompas voor het Noorden en moet bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen daarvan;

2.2. Provinciaal beleid, zoals bijvoorbeeld neergelegd in een provinciaal omgevingsplan.

2.3. Projecten moeten uiterlijk 1 mei 2006 gerealiseerd zijn en uiterlijk 1 augustus 2006 moet een eindafrekening met een goedkeurende accountantsverklaring m.b.t. het project overlegd worden.

2.4. De totale financiering van het hele project dient te zijn zeker gesteld.

2.5. Het project moet ‘obstakelvrij’ zijn, dat wil zeggen dat voor de uitvoering van het project geen juridische of planologische belemmeringen bestaan.

3.1. Prioritering: Is er voor één of meer maatregelen sprake van overschrijding van het budget dan vindt daarvoor prioritering per maatregel plaats. Dit houdt onderlinge vergelijking van de projecten in. Aan de hand daarvan wordt een rangorde vastgesteld. Richtinggevend daarvoor is:

3.1.1. Kompas voor het Noorden: Voorrang wordt gegeven aan projecten die in hogere mate tegemoetkomen aan de doeleinden van Kompas voor het Noorden. In het bijzonder vindt daartoe toetsing plaats aan hoofdstuk 4.3. van Kompas voor het Noorden: ‘Criteria’. Onverminderd Kompas voor het Noorden worden nog de volgende criteria gehanteerd:

3.1.2. Voorkeur voor projecten die gerelateerd zijn aan de landbouw.

3.1.3. Voorkeur voor projecten die uitvoerings- en/of resultaat gericht zijn.

3.1.4. Voorkeur voor projecten die een investering van minimaal € 50.000,– omvatten.

3.1.5. Draagvlak / integraliteit / gebiedsgerichte projecten:

3.1.6. Doelmatigheid en duurzaamheid:

4.1. Voor de prioritering van de rioleringsprojecten wordt uitgegaan van de volgorde: sanering riooloverstorten, aanleg riolering en systemen voor individuele behandeling afvalwater (IBA’s).

4.2. Voor projecten binnen de rubriek ‘sanering riooloverstorten’ en de volgorde binnen de rubriek ‘aanleg riolering’ en ‘IBA’s’ zijn criteria vastgelegd in de ‘Beleidsregel rioleringsprojecten binnen maatregel Q Waterbeheer in de landbouw’, vastgesteld op 27 maart 2002 door de Bestuurscommissie Landelijk Gebied van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland.

Is er voor één of meer maatregelen sprake van overschrijding van het budget dan vindt daarvoor prioritering per maatregel plaats. Dit houdt onderlinge vergelijking van de projecten in. Projecten worden dan onderling beoordeeld naar de mate, waarin het project:

Projecten worden daarnaast beoordeeld op:

Voor Limburg geldt bovendien:

Projecten worden beoordeeld op basis van onderstaande criteria:

Bij dreigende overschrijding van het beschikbare budget wordt aan de projecten een prioriteit toegekend conform bijlage 2 bij de Beleidsregels POP subsidies 2005, vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant op 14 oktober 2003 en gepubliceerd in het Provinciaal Blad van Noord-Brabant nr. 159/2003 van 29 oktober 2003.

Is er voor één of meer maatregelen sprake van overschrijding van het budget dan vindt daarvoor prioritering per maatregel plaats. Dit houdt onderlinge vergelijking van de projecten in. Projecten worden dan onderling beoordeeld naar de mate, waarin het project:

Is er voor één of meer maatregelen sprake van overschrijding van het budget dan vindt daarvoor prioritering per maatregel plaats. Dit houdt onderlinge vergelijking van de projecten in. Projecten worden dan onderling beoordeeld naar de mate, waarin het project:

Genoemde criteria zijn in volgorde van belang weergegeven.

Projecten worden beoordeeld op basis van onderstaande criteria. In situaties waarin voor een groter bedrag aan subsidieaanvragen is ingediend dan het beschikbaar bedrag, bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van de Regeling subsidie plattelandsontwikkelingsprogramma provincies, heeft het laatste onderstaande criterium tevens de status van prioriteitscriterium.

Is er voor één of meer maatregelen sprake van overschrijding van het budget dan vindt daarvoor prioritering per maatregel plaats. Dit houdt onderlinge vergelijking van de projecten in. Projecten worden dan onderling beoordeeld naar de mate, waarin het project:

Genoemde criteria zijn in volgorde van belang weergegeven.