Ministeriële regeling · BWBR0016804
Regeling aanwijzing ambtenaren van politie en functionarissen t.b.v. uitreiking en betekening van gerechtelijke stukken
Gelet op de artikelen 373, 391, 541, tweede lid, 556, eerste lid, en 587, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering;
Besluit:
Dit besluit zal in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad worden geplaatst.
Den Haag3 juni 2004De Minister van JustitieJ.P.H.DonnerVoor de uitvoering van opdrachten of werkzaamheden als bedoeld in de artikelen 36d, eerste lid, 373, 391, 541, tweede lid, en 6:1:5 van het Wetboek van Strafvordering worden aangewezen:
- a.
ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2, onder b, van de Politiewet 2012;
- b.
ambtenaren, werkzaam bij de gerechten en genoemd in artikel 14, tweede lid, en artikel 145, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie;
- c.
ambtenaren werkzaam bij het openbaar ministerie;
- d.
ambtenaren, werkzaam bij de Belastingdienst/Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, welke opsporingsbevoegdheid bezitten;
- e.
ambtenaren, werkzaam bij de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA), welke opsporingsbevoegdheid bezitten;
- f.
ambtenaren, werkzaam bij de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Inspectie SZW), welke opsporingsbevoegdheid bezitten;
- g.
ambtenaren, werkzaam bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), welke opsporingsbevoegdheid bezitten;
- h.
ambtenaren, werkzaam in een penitentiaire inrichting;
- i.
ambtenaren, werkzaam in een rijksinrichting, als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;
- j.
functionarissen, werkzaam in een particuliere jeugdinrichting, als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;
- k.
functionarissen, werkzaam in een niet-justitiële inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden;
- l.
functionarissen, werkzaam in een rijksinrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden;
- m.
functionarissen werkzaam in een particuliere justitiële inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden;
- n.
functionarissen, die door het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden worden belast met de invordering van geldboeten en administratieve sancties;
- o.
ambtenaren en functionarissen, werkzaam bij de interdepartementale post- en koeriersdienst;
- p.
ambtenaren van de Koninklijke marechaussee welke opsporingsbevoegdheid bezitten.
Deze regeling berust mede op artikel 36d, derde lid, en 6:1:5, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 15 mei 2004.