Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 16 juni 2004, houdende een regeling op grond waarvan onder voorwaarden vrijstelling van energiebelasting wordt verleend (Besluit vrijstelling energiebelasting op elektriciteit bij convenanten)Besluit vrijstelling energiebelasting op elektriciteit bij convenantenWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 3 maart 2004, nr. WV2004-00076 M, directoraat-generaal voor Fiscale Zaken, directie Wetgeving Verbruiksbelastingen, gedaan mede namens Onze Minister van Economische Zaken, de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op artikel 36q van de Wet belastingen op milieugrondslag;

De Raad van State gehoord (advies van 5 april 2004, nr. W06.04.0106/IV);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën van 10 juni 2004, nr. WV2004-00147 U, directoraat-generaal voor Fiscale Zaken, directie Wetgeving Verbruiksbelastingen, uitgebracht mede namens Onze Minister van Economische Zaken, de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage16 juni 2004BeatrixDe Staatssecretaris van Financiën ,J. G.WijnDe Minister van Economische Zaken ,L. J.Brinkhorst De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer , P. L. B. A. van GeelDe Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ,C. P.Veermande dertigste juni 2004De Minister van Justitie ,J. P. H.Donner

In dit besluit wordt verstaan onder:

Indien de verbruiker niet binnen zes maanden na afloop van een kalenderjaar de voortgangsverklaring met betrekking tot dat kalenderjaar heeft overgelegd aan degene die de elektriciteit aan hem levert, wordt hij geacht in dat kalenderjaar geen deelnemer te zijn geweest, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt.