U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 29-07-2005.

Wet · BWBR0017017

Wet kinderopvang

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 9 juli 2004 tot regeling met betrekking tot tegemoetkomingen in de kosten van kinderopvang en waarborging van de kwaliteit van kinderopvang (Wet kinderopvang)Wet kinderopvang Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging hebben genomen, dat het wenselijk is om regels te stellen met betrekking tot tegemoetkomingen in de kosten van kinderopvang en om de kwaliteit van kinderopvang te waarborgen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te Tavarnelle9 juli 2004BeatrixDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ,A. J.de GeusDe Staatssecretaris van Financiën ,J. G.WijnDe Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ,C. I. J. M.Ross-van Dorpde eenentwintigste september 2004De Minister van Justitie ,J. P. H.Donner

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Een minderjarige is bekwaam de rechtshandelingen te verrichten die noodzakelijk zijn om toekenning van een tegemoetkoming op grond van deze wet te verkrijgen. Hij is voorts bekwaam de rechtshandelingen te verrichten die noodzakelijk zijn met betrekking tot de uitoefening, onderscheidenlijk de nakoming van de voor hem uit de toekenning van tegemoetkomingen voortvloeiende rechten en verplichtingen.

Indien een aanvraag tot vaststelling van de tegemoetkoming niet is voorafgegaan door een aanvraag tot verlening, kan voorafgaand aan de vaststelling een beschikking omtrent verlening worden gegeven.

In afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht vangt de termijn voor het instellen van bezwaar tegen een ingevolge deze wet genomen beschikking van de inspecteur aan met ingang van de dag na die van dagtekening van de beschikking, tenzij de dag van dagtekening gelegen is vóór de dag van de bekendmaking.

In afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht vangt de termijn voor het instellen van beroep tegen een uitspraak van de inspecteur aan met ingang van de dag na die van dagtekening van het besluit waarbij de beslissing op het bezwaar is genomen, tenzij de dag van dagtekening is gelegen vóór de dag van de bekendmaking.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de verlening, de voorschotverlening en de vaststelling van de tegemoetkoming.

De inspecteur en de ontvanger maken zo mogelijk van het sociaal-fiscaalnummer gebruik met betrekking tot uitvoering van deze wet.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

De gemeenteraad stelt bij verordening regels vast omtrent de tegemoetkoming van de gemeente. Deze regels hebben betrekking op de verlening, de voorschotverlening en de vaststelling van de tegemoetkoming.

Het college van burgemeester en wethouders maakt zo mogelijk van het sociaal-fiscaalnummer gebruik bij de uitvoering van deze wet.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen maakt zo mogelijk van het sociaal-fiscaalnummer gebruik bij de uitvoering van deze wet.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de verlening, de voorschotverlening en de vaststelling van de tegemoetkoming.

Op de invordering van bedragen door een ouder of diens partner in het kader van deze wet verschuldigd aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen zijn de artikelen 35 en 35a van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten van overeenkomstige toepassing.

De tegemoetkomingen van het Rijk, de gemeente of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen blijven buiten beschouwing bij de verlening van andere op het inkomen of vermogen afgestemde publiekrechtelijke uitkeringen en verstrekkingen.

Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen nadere regels worden gesteld omtrent door het college van burgemeester en wethouders of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te verstrekken inlichtingen en gegevens die van belang zijn voor de aanspraak op en de hoogte van de tegemoetkoming van het Rijk.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter voorkoming of beperking van samenloop van tegemoetkomingen ingevolge dit hoofdstuk met naar aard en strekking daarmee overeenkomende tegemoetkomingen op grond van wetgeving van een andere mogendheid.

De ouder en zijn partner, niet zijnde een bloed- of aanverwant in de rechte lijn of in de tweede graad van de zijlijn van de ouder, zijn ten aanzien van schulden voortvloeiend uit deze wet, hoofdelijk aansprakelijk.

De houder voert een beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en de gezondheid van de op te vangen kinderen in elk door hem geëxploiteerd kindercentrum zoveel mogelijk is gewaarborgd. De houder legt, voor zover hierin niet wordt voorzien bij of krachtens andere wet- en regelgeving, in een risico-inventarisatie schriftelijk vast welke risico's de opvang van kinderen met zich brengt.

Kinderopvang geschiedt op basis van een schriftelijke overeenkomst tussen de houder en de ouder.

Bij regeling van Onze Minister kunnen ten behoeve van een goede uitvoering van deze wet regels worden gesteld met betrekking tot de administratie van gegevens bij kindercentra.

De houder informeert de ouders wier kinderen in het kindercentrum worden opgevangen over het te voeren beleid als bedoeld in deze paragraaf.

Indien de kinderopvang in een kindercentrum geschiedt uitsluitend en onbezoldigd door ten minste een van de ouders van de in die voorziening opgevangen kinderen worden voor de toepassing van artikel 50, eerste lid, ouders gelijkgesteld met personeel en beroepskrachten.

Onze Minister stelt jaarlijks een verslag vast van de werkzaamheden die hij in het kader van dit hoofdstuk in het voorafgaande kalenderjaar heeft verricht. Hij zendt afschrift van het verslag aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Het college van burgemeester en wethouders legt geen bestuurlijke boete op, indien aan de overtreder wegens dezelfde gedraging reeds eerder een bestuurlijke boete is opgelegd, dan wel een kennisgeving als bedoeld in artikel 80, tweede lid, is gedaan.

Degene die aan een handeling van het college van burgemeester en wethouders of van een ingevolge artikel 61 aangewezen ambtenaar redelijkerwijs de gevolgtrekking kan verbinden dat aan hem een bestuurlijke boete zal worden opgelegd, is niet verplicht ten behoeve van deze oplegging inlichtingen over de overtreding te verstrekken. De overtreder wordt hierop gewezen alvorens hem mondeling wordt gevraagd inlichtingen te verstrekken.

Indien een bestuurlijke boete ten onrechte is opgelegd, wordt de betaalde geldsom, vermeerderd met de wettelijke rente, binnen zes weken nadat is vastgesteld dat de boete ten onrechte is vastgesteld, aan de rechthebbende terugbetaald.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan:

Een voordracht voor een krachtens dit hoofdstuk vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

De verplichting van artikel 70 geldt voor het eerst over het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop dat artikel in werking is getreden.

De verplichting van artikel 59 geldt voor een houder die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet een kindercentrum of een gastouderbureau exploiteert eerst zes maanden na dat tijdstip.

Bij toepassing van artikel 94 of 95 zijn de artikelen 7 tot en met 21 van overeenkomstige toepassing.

Ten aanzien van voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet door het Rijk en gemeenten op grond van de Welzijnswet 1994 verleende subsidies en uitkeringen aan kinderopvang, voorzover dat kinderopvang betreft waarop deze wet van toepassing is, blijft het bepaalde bij of krachtens de Welzijnswet 1994, zoals dat laatstelijk voor bedoeld tijdstip luidde, van toepassing op de financiële verantwoording, vaststelling en uitbetaling van die subsidies en uitkeringen.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Wijzigt de Welzijnswet 1994.

Wijzigt de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen.

Wijzigt de Wet klachtrecht cliënten zorgsector.

Wijzigt de Werkloosheidswet.

Wijzigt de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.

Wijzigt de Coördinatiewet Sociale Verzekering.

Wijzigt de Kaderwet SZW-subsidies.

Wijzigt de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

Wijzigt de Wet op de economische delicten.

Wijzigt deze wet.

Wijzigt de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie.

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Wijzigt de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen.

De voordracht voor een krachtens artikel 7, derde, vierde, zesde en zevende lid, 18, 94, derde lid, 95, vierde lid en 96, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet kinderopvang.