Wijzigingen Officiële bron
Procedure voor de behandeling van verzoeken om zekerheid vooraf in de vorm van een advance tax ruling (ATR)Procedure voor de behandeling van verzoeken om zekerheid vooraf in de vorm van een advance tax ruling (ATR) De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Dit besluit vervangt het besluit van 30 maart 2001, nr. IFZ2001/293M. In dit besluit wordt het voorgaande besluit geactualiseerd.

In dit besluit worden de procedures beschreven die dienen te worden gevolgd teneinde een advance tax ruling (hierna ATR) te kunnen afgeven. Een ATR geeft zekerheid vooraf over de fiscale gevolgen van een voorgenomen transactie of samenstel van transacties. De term ATR is gereserveerd voor het geven van zekerheid vooraf voor de onder 3 van dit besluit genoemde situaties.

Het verzoek tot afgifte van een ATR dient te worden gericht aan de competente inspecteur. Om de coördinatie van de uitvoering te waarborgen legt de inspecteur in de hierna genoemde situaties het verzoek om zekerheid vooraf voor aan het APA-/ATR-team van de Belastingdienst/Rijnmond voor een bindend advies. Waar nodig stemt het APA-/ATR-team van de Belastingdienst/Rijnmond het verzoek af met de relevante kennisgroepen om de eenheid van beleid en uitvoering te waarborgen.

Doordat het APA-/ATR-team van de Belastingdienst/Rijnmond vertegenwoordigd is in alle relevante kennisgroepen, kan deze afstemming reeds gedurende het proces plaatsvinden, zodat een snelle en efficiënte afhandeling van het verzoek is gewaarborgd.

De eenheden dienen de volgende verzoeken tot zekerheid voor bindend advies voor te leggen:

Afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het concrete geval zal door de (mogelijke) belastingplichtige in ieder geval de volgende informatie verstrekt dienen te worden aan de Belastingdienst.

De verzoeker zal in eerste instantie aan dienen te geven voor welke termijn het redelijk is goedkeuring vooraf te geven. Hierbij kan in beginsel worden gedacht aan een periode van vier jaren.

Na afloop van de overeengekomen periode zal op verzoek van belastingplichtige opnieuw worden bezien of onder dezelfde voorwaarden een nieuwe ATR kan worden overeengekomen.

De Belastingdienst zal bij haar beoordeling van het verzoek rekening houden met alle relevante feiten en omstandigheden die samenhangen met de transactie(s) waarvoor zekerheid vooraf wordt gevraagd.

Onderdeel van de vaststellingsovereenkomst vormt de verklaring van belastingplichtige dat niet een beroep zal worden gedaan op één van de uitzonderingsclausules van artikel 13, derde lid van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen (commercieel-, industrieel- of beroepsgeheim) ten aanzien van de in de vaststellingsovereenkomst opgenomen informatie. Hierdoor worden mogelijke geschillen op dit punt tussen de Belastingdienst en verzoeker voorkomen.

Om de gevolgen van de ATR vast te leggen zal de Belastingdienst een vaststellingsovereenkomst sluiten met het verzoekende lichaam. De Belastingdienst dient daarbij de kaders voor vaststellingsovereenkomsten, zoals opgenomen in het Besluit van 1 december 1997, nr. AFZ97/2412 in acht te nemen. In het hiervoor genoemde besluit is een procedure opgenomen met betrekking tot de verslaglegging van een negatieve beslissing op een verzoek om een vaststellingsovereenkomst. In dit kader wordt het volgende opgemerkt. In de oriënterende fase kan nog niet worden gesproken van overleg zoals bedoeld in het hiervoor genoemde besluit. Er is eerst sprake van een overleg waarvan een verslag moet worden opgemaakt als het voorliggende verzoek vrijwel past binnen de kaders van de ATR’s die in het bestaande beleid worden overeengekomen. De beslissing van de inspecteur om in dat specifieke geval geen vaststellingsovereenkomst te sluiten wordt schriftelijk meegedeeld aan belanghebbende. In die gevallen wordt een verslag opgesteld, zoals bedoeld in het hiervoor genoemde besluit.

De vaststellingsovereenkomst zal in ieder geval de volgende elementen bevatten:

In het Besluit Algemeen, rechtsvragen en fiscaal uitvoeringsbeleid van 25 februari 2004, nr. DGB2003/6662M en zoals nader ingevuld bij Besluit van 11 augustus 2004, nr. DGB2004/1337M zijn de algemene kaders aangegeven waarbinnen de Belastingdienst kan weigeren zekerheid vooraf te verstrekken. Daarnaast worden in het Besluit Lichamen met financiële dienstverleningsactiviteiten binnen concernverband zonder reële economisch aanwezigheid in Nederland; geen zekerheid vooraf, verstrekken van inlichtingen en beperking van verrekening bronbelasting van 11 augustus 2004, nr. IFZ2004/126M specifieke situaties weergegeven waarin geen zekerheid vooraf wordt verstrekt. De betreffende besluiten zijn onverkort van toepassing bij het afsluiten van ATR’s.

Het beleid dat ten grondslag is gelegd aan de afgesloten dan wel – onder omstandigheden – niet totstandgekomen ATR’s zal worden gepubliceerd met inachtneming van het Besluit Algemeen, rechtsvragen en fiscaal uitvoeringsbeleid van 25 februari 2004, nr. DGB2003/6662M, tenzij sprake is van reeds eerder gepubliceerd beleid. De publicatie zal bestaan uit een samenvatting die alle elementen dient te bevatten die bepalend zijn voor het gevoerde beleid.

Voor de competentie ten aanzien van belastingplichtigen die om een ATR verzoeken wordt verwezen naar het Besluit Advance Pricing Agreements (APA’s); Advance Tax Rulings (ATR’s); Financiële dienstverleningsactiviteiten; Tussenhoudsters; Aanspreekpunt potentiële buitenlandse investeerders (APBI) en Rulings. Organisatie en competentieregeling van 11 augustus 2004, nr. DGB2004/1338M.

Dit besluit treedt in werking met ingang van heden.