Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat, houdende beleidsregels ten aanzien van het verlenen van subsidies aan samenwerkingsgebieden ten behoeve van de kosten gemoeid met de uitvoering van het convenant VERDI voor het jaar 2004 en ten behoeve van de aanloopkosten van het verhogen van de drempel van de gebundelde doeluitkering voor infrastructuurprojecten alsmede verlening van eenmalige specifieke uitkeringen aan de provincies ten behoeve van de aanloopkosten van het verhogen van de drempel van de gebundelde doeluitkering voor infrastructuurprojecten (Regeling overdracht personele middelen convenant VERDI en ophoging GDU 2004)Regeling overdracht personele middelen convenant VERDI en ophoging GDU 2004De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikel 17, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet;

Besluit:

Deze regeling zal met de bijlage en de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,K.M.H.Peijs

In deze regeling wordt verstaan onder:

De minister verleent voor het jaar 2004 aan de samenwerkingsgebieden een subsidie in het kader van de ontwikkeling van regionaal verkeer- en vervoerbeleid ten behoeve van de personeelskosten die verbonden zijn aan de overdracht van fte’s in het kader van het convenant VERDI en ten behoeve van de aanloopkosten van de ophoging van de drempel van de gebundelde doeluitkering voor infrastructuurprojecten.

De subsidie, bedoeld in artikel 2, bedraagt voor het samenwerkingsgebied:

De minister verleent bij de beschikking tot subsidieverlening een voorschot ter grootte van het bedrag, bedoeld in artikel 3. De minister kan bij de subsidieverlening bepalen dat de subsidie tussentijds wordt aangepast aan de ontwikkelingen van het loon- en prijspeil.

De minister stelt de subsidie ambtshalve vast binnen zes weken nadat de subsidie-ontvanger de in artikel 5 bedoelde rekening en verantwoording heeft afgelegd.

De minister verleent aan de provincies een eenmalige specifieke uitkering ten behoeve van de aanloopkosten van de ophoging van de drempel van de gebundelde doeluitkering voor infrastructuurprojecten.

De uitkering, bedoeld in artikel 8, bedraagt voor de provincie:

De minister verleent bij de beschikking tot verlening van de uitkering een voorschot ter grootte van het bedrag, bedoeld in artikel 9. De minister kan bij de verlening van de uitkering bepalen dat de uitkering tussentijds wordt aangepast aan de ontwikkelingen van het loon- en prijspeil.

Ten aanzien van de uitkeringen aan de provincies zijn de artikelen 5 tot en met 7 van deze regeling van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de provincies de in artikel 5, eerste lid, en de in artikel 7, tweede lid, bedoelde rekening en verantwoording vóór 15 november 2005 onderscheidenlijk vóór 15 november 2006 afleggen.

Ten aanzien van de uitkeringen aan de provincies zijn de volgende artikelen van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing:

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling overdracht personele middelen convenant VERDI en ophoging GDU 2004.

1.1 Dit controleprotocol heeft betrekking op de subsidie en de eenmalige specifieke uitkering die de Minister van Verkeer en Waterstaat aan de samenwerkingsgebieden onderscheidenlijk de provincies verleent in het kader van de ontwikkeling van regionaal verkeer- en vervoerbeleid ten behoeve van de personeelskosten die verbonden zijn aan de overdracht van fte’s in het kader van het convenant VERDI en ten behoeve van de aanloopkosten die het gevolg zijn van de ophoging van de gebundelde doeluitkering voor infrastructuurprojecten, zoals geregeld in de Regeling overdracht personele middelen convenant VERDI en ophoging GDU 2004 en de daarop gebaseerde beschikkingen. Het doel van het controleprotocol is het vastleggen van de uit te voeren controlewerkzaamheden (en de wijze van rapportering daarover) tussen de Minister van Verkeer en Waterstaat en de fungerende derdenaccountant.

1.2 De volgende begrippen zijn van toepassing:

1.3 De volgende regelgeving is van toepassing:

– Ten aanzien van de subsidie aan de samenwerkingsgebieden:

– Ten aanzien van de eenmalige specifieke uitkering aan de provincies:

1.4 In dit controleprotocol wordt uiteengezet welke uitgangspunten en specifieke vereisten gelden bij de uitvoering van de controle over de besteding van de subsidie onderscheidenlijk uitkering, alsmede op welke wijze de uitkomsten van de controle dienen te worden gerapporteerd. De verantwoordelijkheid voor het opstellen van de verantwoording ligt bij het samenwerkingsgebied en de provincie.

1.5 Op verzoek van de Minister van Verkeer en Waterstaat kan, door de accountants van dit ministerie of andere door de minister aangewezen accountants, een review worden uitgevoerd bij de fungerende derdenaccountant ter toetsing van de naleving van het controleprotocol. Indien een review wordt uitgevoerd zal hierover tevens overleg worden gepleegd met het samenwerkingsgebied of de provincie.

2.1 Als uitgangspunt voor de controle dient de verantwoording, bedoeld in artikel 5, van de regeling. De controle van de verantwoording betreft zowel de getrouwe weergave van de verantwoording als de rechtmatigheid ervan.

2.2 Van de accountant wordt verwacht dat niet alleen de getrouwe weergave wordt gecontroleerd, maar ook dat de naleving van de voorwaarden van de regeling (zoals die gelden ingevolge de regelgeving, genoemd in punt 1.3) wordt getoetst, en voorts dat nagegaan wordt of de prestaties daadwerkelijk zijn verricht en of de uitgaven passen binnen het kader van de regeling.

2.3 Ten aanzien van de uitvoering van de controle geldt een tolerantie van 1% van het totaalbedrag van de subsidie. Voor de rapportage geldt dat bij de controle geconstateerde en niet gecorrigeerde fouten of onzekerheden groter dan € 1.000,00 dienen te worden gemeld.

3.1 Bij de uitvoering van de controle dient te worden vastgesteld dat:

Een model van het financieel verslag, voor de financiële verantwoording, in het kader van de regeling luidt als volgt:

5.1. Rapportage geschiedt overeenkomstig onderstaand model accountantsverklaring.

Aan: (juridische) opdrachtgever.

Accountantsverklaring conform artikel 5, tweede lid, van de Regeling overdracht personele middelen convenant VERDI en ophoging GDU 2004.

Afgegeven ten behoeve van de Minister van Verkeer en Waterstaat

Opdracht

Ingevolge uw opdracht heeft ondergetekende het bijgevoegde en gewaarmerkte financiële verslag d.d. …… (datum) van ………. (naam samenwerkingsgebied of provincie), bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Regeling overdracht personele middelen convenant VERDI en ophoging GDU 2004 gecontroleerd. Het financiële verslag is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het bestuur van …….. (naam samenwerkingsgebied of provincie). Het is onze verantwoordelijkheid een accountantsverklaring inzake het financiële verslag te verstrekken.

Werkzaamheden

De controle is verricht overeenkomstig de in Nederland algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controleopdrachten. Volgens deze richtlijnen dient deze controle zodanig te worden gepland en uitgevoerd dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat het financiële verslag geen onjuistheden van materieel belang bevat. Een controle omvat onder meer een onderzoek door middel van deelwaarnemingen van informatie ter onderbouwing van de gegevens in het financiële verslag. Verder heeft ondergetekende de aanwijzingen voor de controle in acht genomen die zijn gegeven in het controleprotocol VERDI 2004 die als bijlage bij de Regeling overdracht personele middelen convenant VERDI en ophoging GDU 2004 is opgenomen. Ondergetekende is van mening dat de controle een deugdelijke grondslag vormt voor het oordeel.

Oordeel

Ondergetekende is van oordeel dat het financiële verslag voldoet aan de eisen die daaromtrent zijn gesteld in de Regeling overdracht personele middelen convenant VERDI en ophoging GDU 2004 en in de beschikking tot verlening de subsidie onderscheidenlijk uitkering en dat de regeling en de bepalingen uit de beschikking tot verlening van de subsidie onderscheidenlijk uitkering zijn nageleefd (behoudens dat niet voldaan is aan .......... indien van toepassing).