U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 17-09-2004.

Ministeriële regeling · BWBR0017173

Mandaatbesluit LNV Voedsel en Waren Autoriteit

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 9 september 2004, nr. TRCJZ/2004/5015, houdende verlening van mandaat en machtiging aan ambtenaren van de Voedsel en Waren Autoriteit (Mandaatbesluit LNV Voedsel en Waren Autoriteit)Mandaatbesluit LNV Voedsel en Waren AutoriteitDe Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Besluit:

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag9 september 2004De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, overeenkomstig het door de minister genomen besluit: de Directeur-Generaal Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, R.M.Bergkamp

De directeur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit, de directeur, de plaatsvervangend directeur en de adjunct-directeur van de Voedsel en Waren Autoriteit, onderdeel Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees, de algemeen directeur en de plaatsvervangend directeur van de Voedsel en Waren Autoriteit, onderdeel Keuringsdienst van Waren worden gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te besluiten en stukken te ondertekenen betreffende:

De directeur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit, de directeur, de plaatsvervangend directeur en de adjunct-directeur van de Voedsel en Waren Autoriteit, onderdeel Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees wordt mandaat verleend om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te besluiten en stukken te ondertekenen betreffende:

De directeur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit, de directeur, de plaatsvervangend directeur en de adjunct-directeur van de Voedsel en Waren Autoriteit, onderdeel Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees zijn gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te besluiten en stukken te ondertekenen betreffende de navolgende bevoegdheden op grond van Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten:

De directeur, de plaatsvervangend directeur en de adjunct-directeur van de Voedsel en Warenautoriteit, onderdeel Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees wordt mandaat verleend om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te besluiten en stukken te ondertekenen betreffende:

De directeur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit, de directeur, de plaatsvervangend directeur, de adjunct-directeur, de kringdirecteuren en de plaatsvervangend kringdirecteuren van de Voedsel en Waren Autoriteit, onderdeel Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees wordt mandaat verleend om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te besluiten en stukken te ondertekenen betreffende:

Het hoofd van de Afdeling Dierziekten en Diergezondheid van de Voedsel en Waren Autoriteit, onderdeel Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees wordt mandaat verleend om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te besluiten en stukken te ondertekenen betreffende:

De directeur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit, de directeur, de plaatsvervangend directeur, de adjunct-directeur, de kringdirecteuren en de plaatsvervangend kringdirecteuren en de keuringsdierenartsen wordt mandaat verleend om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te besluiten en stukken te ondertekenen betreffende:

De keuringsdierenartsen van de Voedsel en Waren Autoriteit, onderdeel Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees wordt mandaat verleend om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te besluiten en stukken te ondertekenen betreffende:

De ondertekening, bedoeld in de artikelen 1 tot en met 7, luidt:

‘DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT,

voor deze:

DE DIRECTEUR-GENERAAL VAN DE VOEDSEL EN WAREN AUTORITEIT,’,

onderscheidenlijk

‘DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT,

voor deze:

DE DIRECTEUR VAN DE VOEDSEL EN WAREN AUTORITEIT, ONDERDEEL RIJKSDIENST VOOR DE KEURING VAN VEE EN VLEES,’,

onderscheidenlijk

‘DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT,

voor deze:

DE PLAATSVERVANGEND DIRECTEUR VAN DE VOEDSEL EN WAREN AUTORITEIT, ONDERDEEL RIJKSDIENST VOOR DE KEURING VAN VEE EN VLEES,’,

onderscheidenlijk

‘DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT,

voor deze:

DE ADJUNCT-DIRECTEUR VAN DE VOEDSEL EN WAREN AUTORITEIT, ONDERDEEL RIJKSDIENST VOOR DE KEURING VAN VEE EN VLEES,’,

onderscheidenlijk

‘DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT,

voor deze:

DE ALGEMEEN DIRECTEUR VAN DE VOEDSEL EN WAREN AUTORITEIT, ONDERDEEL KEURINGSDIENST VAN WAREN,’,

onderscheidenlijk

‘DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT,

voor deze:

DE PLAATSVERVANGEND DIRECTEUR VAN DE VOEDSEL EN WAREN AUTORITEIT, ONDERDEEL KEURINGSDIENST VAN WAREN,’,

onderscheidenlijk

‘DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT,

voor deze:

DE KRINGDIRECTEUR VAN DE VOEDSEL EN WAREN AUTORITEIT, ONDERDEEL RIJKSDIENST VOOR DE KEURING VAN VEE EN VLEES,’,

onderscheidenlijk

‘DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT,

voor deze:

DE PLAATSVERVANGEND KRINGDIRECTEUR VAN DE VOEDSEL EN WAREN AUTORITEIT, ONDERDEEL RIJKSDIENST VOOR DE KEURING VAN VEE EN VLEES,’,

onderscheidenlijk

‘DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT,

voor deze:

HET HOOFD VAN DE AFDELING DIERZIEKTEN EN DIERGEZONDHEID VAN DE VOEDSEL EN WAREN AUTORITEIT, ONDERDEEL RIJKSDIENST VOOR DE KEURING VAN VEE EN VLEES,’,

onderscheidenlijk

‘DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT,

voor deze:

DE KEURINGSDIERENARTS VAN DE VOEDSEL EN WAREN AUTORITEIT,, ONDERDEEL RIJKSDIENST VOOR DE KEURING VAN VEE EN VLEES,’.

Dit besluit wordt aangehaald als Mandaatbesluit LNV Voedsel en Waren Autoriteit.