Ministeriële regeling · BWBR0017175

Aanvullend luchthavenreglement Midden Zeeland

Wijzigingen Officiële bron
Regeling houdende voorschriften met betrekking tot de orde en veiligheid op het luchtvaartterrein Midden Zeeland (Aanvullend luchthavenreglement luchthaven Midden Zeeland)Aanvullend luchthavenreglement Midden Zeeland De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikel 132, eerste lid, van de Regeling Toezicht Luchtvaart en op de artikelen 10, tweede en derde lid, 17, derde lid, 22, 23, 25 en 26 van het Algemeen luchthavenreglement;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, M.H.Schultz van Haegen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Dit reglement is van toepassing op het aangewezen luchtvaartterrein Midden Zeeland.

Een ieder die zich op het luchtvaartterrein bevindt is verplicht:

Het is verboden om zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de exploitant op het luchtvaartterrein:

De exploitant kan verplicht stellen dat bestuurders van voertuigen, welke worden gebruikt in het landingsterrein, voorzien zijn van verbindingsmiddelen. Bestuurders van deze voertuigen brengen, voordat het landingsterrein wordt ingereden, tweezijdige verbinding tot stand en luisteren in het landingsterrein voortdurend op de daarvoor toegewezen frequentie uit.

Vliegtuigen met explosieven aan boord worden geparkeerd op de daartoe door de exploitant aangewezen plaatsen.

Het is verboden:

Het is verboden hefschroefvliegtuigen te tanken:

Het uitvoeren van circuit- en oefenvluchten kan door de exploitant worden beperkt tot bepaalde delen van de dag of tot bepaalde dagen van de week.

Gebruikers van het luchtvaartterrein en organisaties die op het luchtvaartterrein werkzaamheden verrichten ten aanzien van de vlucht- of vliegtuigafhandeling zijn verplicht om incidenten op het luchtvaartterrein en defecten en gebreken die van aanmerkelijk belang zijn in relatie met de veiligheid onverwijld te melden bij de dienstdoende functionaris van de havendienst.

Indien zich tijdens het opstijgen, landen, slepen of taxiën een incident of ongeval voordoet mag de gezagvoerder of de bestuurder van een voertuig, het luchtvaartuig dan wel voertuig eerst weer verplaatsen nadat daartoe toestemming is verleend door de bevoegde instanties en na verkregen toestemming van de dienstdoende functionaris van de havendienst.

Vervallen

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Aanvullend luchthavenreglement Midden Zeeland.