Regeling · BWBR0017226
Aanwijzingsbesluit artikel 39 WIV 2002
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 26 mei 2004, nr. 2163559/01, gedaan mede namens Onze Minister van Defensie;
Gelet op artikel 39, eerste lid, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002;
De Raad van State gehoord (advies van 30 juli 2004, nr. W04.04.0225/1);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 17 september 2004 nr. 2225053/01, uitgebracht mede namens Onze Minister van Defensie;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage22 september 2004BeatrixDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ,J. W.RemkesDe Minister van Defensie ,H. G. J.Kampde veertiende oktober 2004De Minister van Justitie , J. P. H.DonnerAls personen of instanties als bedoeld in artikel 39, eerste lid, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 worden aangewezen:
- a.
Onze Ministers;
- b.
De Nederlandsche Bank N.V. ;
- c.
de Stichting Autoriteit Financiële Markten;
- d.
de burgemeesters, voor zover het betreft hun taak bedoeld in artikel 172, eerste lid, van de Gemeentewet alsmede voor zover het betreft hun taak betreffende het adviseren omtrent voorstellen voor het verlenen van een koninklijke onderscheiding.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Dit besluit wordt aangehaald als: Aanwijzingsbesluit artikel 39 WIV 2002.