U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 02-01-2007.

Ministeriële regeling · BWBR0017228

Regeling havenontvangstvoorzieningen

Wijzigingen Officiële bron
Regeling houdende regels voor havenontvangstvoorzieningen (Regeling havenontvangstvoorzieningen)Regeling havenontvangstvoorzieningen De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op Bijlagen I, II, IV en V van het op 2 november 1973 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, met Protocollen en Bijlagen met Aanhangsels (Trb. 1975, 147), en met het op 17 februari 1978 te Londen totstandgekomen Protocol bij dat Verdrag met Bijlage en Aanhangsels (Trb. 1978, 187), richtlijn nr. 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 november 2000 betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen (PbEG L 332), de artikelen 1, onder g, 6, achtste lid, 6a, tweede lid, 12a, eerste lid, 18, eerste lid, en 35a, vijfde lid, van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen en de artikelen 2, 8, vijfde lid, en 9, tweede lid, van het Besluit havenontvangstvoorzieningen;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, K.M.H.Peijs

In deze regeling wordt verstaan onder:

Als richtlijn havenontvangstvoorzieningen, bedoeld in artikel 1, onder g, van de wet wordt aangewezen richtlijn nr. 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 november 2000 betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen (PbEG L 332), zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn nr. 2002/84/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 november 2002 houdende wijziging van de richtlijnen op het gebied van maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (PbEG L 324).

De havenbeheerder meldt onverwijld aan de inspecteur-generaal, op diens verzoek en op een door hem te bepalen wijze, de volgende gegevens:

De havenbeheerder meldt binnen twee maanden na afloop van ieder kalenderjaar aan de inspecteur-generaal de volgende gegevens over het desbetreffende jaar:

Het percentage van de som van de jaarlijks geheven bijdragen voor het in ontvangst nemen van scheepsafval, bedoeld in artikel 6a, tweede lid, van de wet, bedraagt ten minste dertig.

Het aantal jaarlijks door de ambtenaren van de divisie Scheepvaart te inspecteren schepen is ten minste gelijk aan 25 procent van het totaal aantal afzonderlijke schepen dat in een representatief kalenderjaar de havens aandoet, die zijn aangewezen krachtens artikel 6, eerste lid, van de wet.

Vervallen

De havenbeheerders van de in bijlage I aangewezen havens dragen zorg voor toereikende havenontvangstvoorzieningen voor het in ontvangst nemen van de in die bijlage aangewezen:

Als rechtspersoon, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van het Besluit havenontvangstvoorzieningen, wordt aangewezen de Stichting Financiering Afvalstoffen Visserij, statutair gevestigd te Urk.

Een melding als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het Besluit havenontvangstvoorzieningen wordt gedaan met behulp van het model, opgenomen in bijlage II bij deze regeling.

Wijzigt de Regeling communicatie en loodsaanvragen zeevaart.

De circulaire van de Minister van Verkeer en Waterstaat inzake melding door de scheepvaart van de voorgenomen afgifte van scheepsafval en ladingresiduen aan havenontvangstvoorzieningen van 19 december 2002, Stcrt. 247, wordt ingetrokken.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling havenontvangstvoorzieningen.

Formulier voor de melding van ontoereikendheid van havenontvangstvoorzieningen1

Wijzigt de Regeling communicatie en loodsaanvragen zeevaart.