U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2012.

Ministeriële regeling · BWBR0017230

Rechtspositieregeling lokaal indienstgenomen werknemers 2005

Wijzigingen Officiële bron
Ministeriële regeling van 23 september 2004, nr. HDPO/RR/AR-750/04, houdende regels ter nadere bepaling van de rechtspositie van lokaal indienstgenomen werknemers bij vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland (Rechtspositieregeling lokaal indienstgenomen werknemers 2005)Rechtspositieregeling lokaal indienstgenomen werknemers 2005 De Minister van Buitenlandse Zaken,

Gelet op artikel 121, eerste lid, van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken;

In overeenstemming met de centrales van verenigingen van ambtenaren bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden gepubliceerd.

Den Haag23 september 2004De Minister van Buitenlandse Zaken,namens deze:de Secretaris-Generaal, F.A.M. Majoor

In deze regeling wordt verstaan onder:

Bepalingen in of krachtens deze regeling die strijdig zijn met lokaal gebruik kunnen in de postuitwerking geheel of ten dele buiten toepassing worden verklaard.

Een rechtsvordering voortvloeiende uit de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de werkgever verjaart door verloop van vijf jaren na de dag dat de rechtsvordering is ontstaan, voor zover in deze regeling niet anders is bepaald.

HDPO kan, al dan niet op voorstel van de CdP, zonodig in afwijking van bepalingen in of krachtens deze regeling, beslissen in bijzondere gevallen, waarin deze regels naar zijn oordeel niet of niet naar redelijkheid voorzien.

In de postuitwerking wordt, met inachtneming van lokaal voorschrift of gebruik, opgenomen:

Werknemers hebben bij verblijf om dienstredenen in Nederland recht op een vergoeding voor verblijfkosten overeenkomstig artikel 5 van de Reisregeling binnenland.

De CdP kan naar billijkheid de werknemer schadeloosstellen.

Met de door de werkgever aan de werknemer verschuldigde bedragen kan worden verrekend hetgeen de werknemer aan de werkgever verschuldigd is.

Geen loon of andere betalingen zijn verschuldigd over de tijd dat de werknemer de bedongen arbeid niet heeft verricht voor zover in deze regeling of in de postuitwerking niet anders is bepaald.

De van toepassing zijnde voorgeschreven en gebruikelijke sociale voorzieningen worden in de postuitwerking vastgelegd.

Indien op de werknemer het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel van toepassing is, zorgt HDPO voor de aanmelding van de werknemer bij de desbetreffende instanties in Nederland.

Geen recht op betaling van het in artikel 5.11 bedoelde loon bestaat:

De werknemer is gehouden de uit diens arbeidsovereenkomst voortvloeiende plichten nauwgezet en ijverig te vervullen en zich te gedragen zoals een goed werknemer betaamt. De werknemer dient zich er daarbij voortdurend bewust van te zijn dat hij werkzaam is bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland.

Het is de werknemer in diens functie verboden anders dan met goedvinden van de CdP, beloningen, giften of beloften van derden te vorderen of te verzoeken. Voor het aannemen van geschenken geldt de Regeling aannemen geschenken DBZ.

De werknemer is verplicht te gaan wonen of te blijven wonen in of nabij de vestigingsplaats van de post indien dit naar het oordeel van de CdP noodzakelijk is in verband met de goede vervulling van zijn functie.

De werknemer kan door de CdP worden verplicht tijdelijk andere werkzaamheden te verrichten dan hij gewoonlijk verricht, mits die werkzaamheden hem redelijkerwijze kunnen worden opgedragen.

Indien aan de werknemer een woning beschikbaar wordt gesteld, worden de voorwaarden waaronder dat geschiedt, waaronder de verdeling van de onderhoudskosten en de wijze van beëindiging van de beschikbaarstelling, opgenomen in de postuitwerking.

Het functioneren van de werknemer wordt periodiek beoordeeld overeenkomstig het Beoordelingsvoorschrift BZ.

HDPO stelt na overleg met de CdP het plan van aanpak vast nadat overleg is gevoerd door:

Aan de werknemer kan door de CdP de toegang tot dienstlokalen, dienstgebouwen of het werk dan wel het verblijf aldaar, worden ontzegd.

De werknemer kan worden verplicht tot gehele of gedeeltelijke vergoeding van de door de werkgever geleden schade voor zover de werknemer de schade ernstig kan worden verweten.

Bij plichtsverzuim kunnen de volgende straffen worden toegepast:

De arbeidsovereenkomst eindigt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de dag waarop de werknemer de in de postuitwerking opgenomen pensioenleeftijd bereikt. Deze pensioenleeftijd wordt vastgesteld overeenkomstig lokaal gebruik, echter op een leeftijd die niet lager is dan 60 jaar en niet hoger dan 65 jaar.

Bij vermissing van de werknemer wordt, indien alle omstandigheden in aanmerking genomen het overlijden als zeker kan worden beschouwd, de werknemer geacht te zijn overleden op een door de CdP te bepalen dag. Artikel 8.6 is in dat geval van overeenkomstige toepassing.

In de artikelen 24 en 32, vijfde lid, van de Medezeggenschapsregeling posten BZ wordt ‘artikel 1.5 van de Rechtspositieregeling lokaal indienstgenomen werknemers’ vervangen door: artikel 1.5 van de Rechtspositieregeling lokaal indienstgenomen werknemers 2005.

In artikel 8, derde lid, van het Beoordelingsvoorschrift BZ wordt na ‘beoordeling’ ingevoegd: die betrekking heeft op de ambtenaar.

De Rechtspositieregeling lokaal indienstgenomen werknemers wordt ingetrokken.

Voor de werknemer die op 31 december 2004 recht had op een vergoeding omdat hij een kind had dat op grond van artikel 1.1, onderdeel h, van de Rechtspositieregeling lokaal indienstgenomen werknemers j° artikel 2 van het RDBZ werd aangemerkt als afhankelijk kind, terwijl op grond van deze regeling dat kind niet wordt aangemerkt als afhankelijk kind, geldt met betrekking tot de desbetreffende vergoeding voor dat afhankelijke kind de volgende overgangsregeling:

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2005, met uitzondering van de artikelen 1.7, 2.4, 2.5, tweede tot en met vijfde lid, 8.6, eerste lid, 8.8 en 8.9. De in de vorige volzin genoemde artikelen treden in werking met ingang van de dag van inwerkingtreding van de eerstvolgende wijziging van de artikelen 119 en 120 van het RDBZ na vaststelling van deze regeling.

Deze regeling wordt aangehaald als: Rechtspositieregeling lokaal indienstgenomen werknemers 2005.

Medewerker huishoudelijke dienst: schaal 1

Medewerker catering: schaal 1

Medewerker tuinonderhoud: schaal 1

Bode: schaal 2

Medewerker beveiliging: schaal 1

Senior medewerker beveiliging: schaal 2

Facilitair medewerker: schaal 3

Senior facilitair medewerker: schaal 4

Chauffeur: schaal 3

Senior chauffeur: schaal 4

Medewerker receptie/telefonist: schaal 4

Medewerker secretarieel administratief: schaal 5

Senior medewerker secretarieel administratief: schaal 6

Medewerker archief: schaal 5

Senior medewerker archief: schaal 6

Medewerker algemene zaken/comptabele: schaal 5

Senior medewerker algemene zaken/comptabele: schaal 6

Medewerker algemene zaken: schaal 6

Senior medewerker algemene zaken: schaal 7

Medewerker consulaire zaken: schaal 6

Senior medewerker consulaire zaken: schaal 7

Tolk/vertaler: schaal 7

Medewerker economische afdeling/pers- en culturele zaken: schaal 7

Senior medewerker economische afdeling/pers- en culturele zaken: schaal 8

Beleidsmedewerker: schaal 9

Senior beleidsmedewerker: schaal 10