U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 26-06-2005.

Ministeriële regeling · BWBR0017252

Regeling Wet kinderopvang

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 28 september 2004, Directie Arbeidsverhoudingen, nr. AV/KO/2004/65638, houdende nadere regels ter zake van enkele in de Wet kinderopvang geregelde onderwerpen (Regeling Wet kinderopvang)Regeling Wet kinderopvangDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 24, 30, 35, vierde lid, 45, tweede lid, 46, vierde lid, 48, vijfde en negende lid, onderdeel a, 53, 56, tweede lid, 62, eerste lid, 67, tweede lid, van de Wet kinderopvang;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag28 september 2004De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, A.J. de Geus

In deze regeling wordt verstaan onder:

De maximale duur van de aanspraak van een ouder op een tegemoetkoming van de gemeente respectievelijk op een tegemoetkoming van het Uitvoeringinstituut werknemersverzekeringen als bedoeld in artikel 35 van de wet bedraagt zes maanden.

Het bedrag, bedoeld in de artikelen 24, eerste, tweede en derde lid, en 30, eerste en tweede lid, van de wet komt overeen met 3,5% van de kosten van kinderopvang, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet.

Indien de ouder of zijn partner gedurende een tegemoetkomingsjaar een persoon is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder c, e of f, van de wet, terwijl de ander een persoon is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder h of i van de wet, wordt het bedrag, bedoeld in artikel 3, uitsluitend uitbetaald aan de ouder die een persoon is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder h of i, van de wet.

Het college kan wijzigingen in het register aanbrengen, indien is gebleken dat de ten aanzien van een kindercentrum of gastouderbureau opgenomen gegevens niet overeenstemmen met de werkelijke situatie. Het college doet hiervan aan de houder onverwijld schriftelijke mededeling.

Binnen acht weken na een melding als bedoeld in artikel 45, eerste lid, van de wet onderzoekt de toezichthouder, bedoeld in artikel 61 van de wet, of de exploitatie van een kindercentrum of gastouderbureau redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met hoofdstuk 3, paragrafen 2 en 3, van de wet.

De minister kan wijzigingen in het centrale register, bedoeld in artikel 48 van de wet, aanbrengen, indien is gebleken dat de ten aanzien van een kinderopvangvoorziening opgenomen gegevens, bedoeld in artikel 13, niet overeenstemmen met de werkelijke situatie.

De verplichting van artikel 12 geldt voor het eerst over het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop dat artikel in werking is getreden.

De Regeling Wet kinderopvang treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet kinderopvang in werking treedt.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Wet kinderopvang.

Ligt ter inzage op het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.