Op de voordracht van Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie van 16 maart 2004, nr. 5274941/04/6;
Gelet op de artikelen 14, 15, 16, 17, 18 en 67 van de Vreemdelingenwet 2000;
De Raad van State gehoord (advies van 18 juni 2004, nr. W03.04.0121/1);
Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie van 22 september 2004, nr. 5308390/04/6;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage29 september 2004BeatrixDe Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie , M. C. F.Verdonkde twaalfde oktober 2004De Minister van Justitie , J. P. H.DonnerWijzigt het Vreemdelingenbesluit 2000.
Ten aanzien van de vreemdeling wiens verblijf op grond van het recht zoals dat gold voor inwerkingtreding van dit besluit niet kon worden beëindigd, blijft artikel 3.86 van het Vreemdelingenbesluit 2000 van toepassing, zoals dat gold voor inwerkingtreding van dit besluit, tenzij die vreemdeling wegens een na inwerkingtreding van dit besluit gepleegd misdrijf bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis is veroordeeld tot jeugddetentie of een maatregel als bedoeld in artikel 38m of 77h, vierde lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht.
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.