Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 27 mei 2004, nr. MJZ2004049282, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, gedaan na overleg met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
Gelet op richtlijn nr. 98/83/EG van de Raad van de Europese Unie van 3 november 1998 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (PbEG L 330);
Gelet op de artikelen 4, tweede en derde lid, 15a, tweede lid, 15c en 15d, eerste en vierde lid, van de Waterleidingwet en de artikelen 3 en 10a, derde lid juncto eerste lid, van de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden;
De Raad van State gehoord (advies van 30 juli 2004, nr. W08.04.0224/V);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 19 oktober 2004, nr. MJZ2004100763, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving na overleg met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage26 oktober 2004BeatrixDe Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer , P. L. B. A. van Geelde achttiende november 2004De Minister van Justitie ,J. P. H.DonnerWijzigt het Waterleidingbesluit.
Wijzigt het Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden.
Een risicoanalyse, uitgevoerd op grond van of overeenkomstig artikel 4 van de Tijdelijke regeling legionellapreventie in leidingwater, geldt als een risicoanalyse, uitgevoerd op grond van artikel 17k, eerste en tweede lid, van het Waterleidingbesluit, als gewijzigd bij dit besluit.
Een beheersplan, opgesteld op grond van of overeenkomstig artikel 5 van de Tijdelijke regeling legionellapreventie in leidingwater, geldt als een beheersplan, opgesteld op grond van artikel 17l, eerste en tweede lid, van het Waterleidingbesluit, als gewijzigd bij dit besluit.
Aan de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 17k, eerste, tweede en vierde lid, en 17l, eerste tot en met derde lid, van het Waterleidingbesluit, als gewijzigd bij dit besluit, wordt in gevallen, waarin de omstandigheden die tot het van toepassing worden van genoemde artikelen leiden zijn ingetreden vóór het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, uiterlijk drie onderscheidenlijk zes maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit voldaan.
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.