Regeling · BWBR0017476
Verordening bestemmingsheffingen schapen en geiten (PVV) 2005
Gelet op artikel 126 van de Wet op de bedrijfsorganisatie en artikelen 10 en 12 van het Instellingsbesluit Productschap Vee en Vlees;
Gezien de Verordening algemene bepalingen heffingen (PVV) 2005;
Besluit:
Zoetermeer10 november 2004J.J. RamekersvoorzitterS.B.M.JongeriussecretarisGoedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 6 januari 2005 en door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit mede namens de Minister van Economische Zaken bij beschikking van 26 januari 2005, nr. TRCJZ/2004/6072.
Deze verordening neemt over de begripsbepalingen van de Verordening algemene bepalingen heffingen (PVV) 2005 en verstaat voorts onder:
1. | afzetbevorderingsfonds | : | fonds als bedoeld in artikel 1 van de Verordening fonds afzetbevordering (PVV) 2005; |
2. | gezondheidszorgfonds | : | fonds als bedoeld in artikel 1 van de Verordening fonds gezondheidszorg (PVV) 2005; |
3. | kwaliteitsverbeteringsfonds | : | fonds als bedoeld in artikel 1 van de Verordening fonds kwaliteitsverbetering (PVV) 2005. |
De ondernemer die in het jaar 2005 één of meer dieren slacht of doet slachten, dan wel uitvoert, is aan het productschap een heffing verschuldigd tegen het in het tweede lid bepaalde tarief ten behoeve van de daarbij gegeven bestemming.
Het tarief van de in het eerste lid bedoelde heffing bedraagt:
- a.
€ 0,51 per schaap, waarvan
€ 0,07 voor het afzetbevorderingsfonds, waarvan € 0,03 niet als zodanig in mindering mag worden gebracht op de aan de leverancier uit te betalen prijs,
€ 0,43 voor het gezondheidszorgsfonds, en
€ 0,01 voor het kwaliteitverbeteringsfonds is bestemd.
- b.
€ 0,41 per geit,
waarvan
€ 0,23 voor het gezondheidszorgsfonds, en
€ 0,18 voor het kwaliteitverbeteringsfonds is bestemd.
- c.
€ 0,15 per jonge geit,
waarvan
€ 0,08 voor het gezondheidszorgsfonds, en
€ 0,07 voor het kwaliteitverbeteringsfonds is bestemd.
Als ondernemer die uitvoert als bedoeld in het eerste lid, wordt aangemerkt degene die één of meer dieren
in het handelsverkeer brengt, dan wel
naar derde landen uitvoert, dan wel
aflevert aan een (rechts)persoon wiens bedrijf niet in Nederland is gevestigd, ongeacht of de ontvangst van die dieren door deze (rechts-)persoon in Nederland plaatsvindt.
De heffing is niet verschuldigd voor een dier, ten aanzien waarvan ten genoegen van het productschap wordt aangetoond, dat:
- a.
de periode tussen het tijdstip van invoer en het tijdstip van slacht korter is dan twee maanden;
- b.
de periode tussen het tijdstip van invoer en het tijdstip van uitvoer korter is dan twee maanden.
De heffing, bedoeld in het eerste lid, is niet verschuldigd voor een dier, ten aanzien waarvan ten genoegen van het productschap is vastgesteld dat het behoort tot de categorieën 5 of 6 zoals bedoeld in artikel 1, onder q, van het Retributiebesluit Vleeskeuringswet.
Voor de toepassing van deze verordening geldt het bepaalde bij of krachtens de Verordening algemene bepalingen heffingen (PVV) 2005.
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening bestemmingsheffingen schapen en geiten (PVV) 2005.
Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2005.
Deze verordening wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.