Regeling · BWBR0017502
Verordening HPA bestrijding valse meeldauw bij uien 2004
Gelet op de artikelen 93, 95, 104, eerste en derde lid en 106 van de Wet op de bedrijfsorganisatie en op de artikelen 3, 17 en 18 van het Instellingsbesluit Akkerbouwproductschappen;
Gehoord de Commissie Teeltaangelegenheden;
Besluit:
Den Haag11 november 2004Th.A.M.MeijervoorzitterR.J.M. tenBergesecretarisGoedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 3 februari 2005.
Deze verordening verstaat onder:
a. | hoofdproductschap | : | Hoofdproductschap Akkerbouw; |
b. | dagelijks bestuur | : | dagelijks bestuur van het hoofdproductschap; |
c. | voorzitter | : | voorzitter van het hoofdproductschap; |
d. | secretaris | : | secretaris van het hoofdproductschap; |
e. | commissie | : | Commissie Teeltaangelegenheden; |
f. | ondernemer | : | de natuurlijke of rechtspersoon die een onderneming drijft waarvoor het hoofdproductschap is ingesteld; |
g. | uien | : | zaaiuien, eerste- en tweedejaars plantuien en winteruien; |
h. | valse meeldauw | : | de schimmelziekte Peronospora destructor. |
Het is de ondernemer verboden niet-uitgeplante uien of afval van uien aanwezig te hebben waarop een aantasting van valse meeldauw voorkomt of zich van dergelijke uien te ontdoen.
Het is de ondernemer verboden om in een perceel waarop uien geteeld worden, een aantasting van valse meeldauw te hebben, die als volgt omschreven is:
- a.
een groep min of meer aaneengesloten, zichtbaar door valse meeldauw aangetaste uienplanten waarvan, binnen een oppervlakte van 20 m2, minimaal 3000 blaadjes zijn aangetast door vitale valse meeldauw of
- b.
verspreid aangetaste uienplanten waarvan, binnen een oppervlakte van 100 m2, minimaal 8000 blaadjes zijn aangetast door vitale valse meeldauw;
Het bestuur kan bij besluit, gehoord de commissie, vrijstelling verlenen van een of meer bepalingen uit deze verordening en daarbij nadere voorschriften stellen.
Een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt bekend gemaakt in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van bekendmaking, tenzij het betreffende besluit anders bepaalt.
De secretaris is namens het bestuur bevoegd op schriftelijk verzoek van de ondernemer ontheffing te verlenen van het bepaalde in de artikelen 2 en 3 en daarbij nadere voorschriften vast te stellen.
Het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2 en 3, waarbij aan ondernemers verplichtingen worden opgelegd, is mede bindend voor andere natuurlijke en rechtspersonen, voor zover deze handelingen verrichten die bedrijfsmatig in de ondernemingen waarvoor het hoofdproductschap is ingesteld, plegen te worden verricht.
Overtredingen van het bepaalde bij of krachtens deze verordening worden aangewezen als feiten waarvoor een tuchtrechtelijke maatregel kan worden opgelegd.
Deze verordening treedt in werking de tweede dag na publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
Deze verordening wordt aangehaald als Verordening HPA bestrijding valse meeldauw bij uien 2004.