Ministeriële regeling · BWBR0017541
Beschikking aanwijzing bevoegde autoriteiten Binnenvaartpolitiereglement
Gelet op artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van het Vaststellingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement;
Besluit:
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,K.M.H.PeijsDe bevoegde autoriteit, bedoeld in het Binnenvaartpolitiereglement, is:
- a.
de Minister van Infrastructuur en Milieu, voor artikel 1.01, onderdeel A 8°, 6.29, vierde lid, en 8.06, eerste en tweede lid.
- b.
de desbetreffende hoofdingenieur-directeur van het Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat voor de artikelen:
1.23;
3.20, vijfde lid, onderdelen a en e;
3.27;
3.28;
3.29, tweede lid, onderdeel b;
6.08;
6.28b, eerste lid, onderdeel b. Voor zover het een schip betreft waarvan de te volgen route is gelegen in meer dan één beheersgebied, is iedere hoofdingenieur-directeur voor het geheel van de te bevaren beheersgebieden bevoegd;
7.02, eerste lid, onderdeel b;
8.08, tweede lid, onderdeel g, en derde lid;
9.03, tweede, derde, vierde en zesde lid;
9.08;
- c.
voor artikel 1.21, tweede lid, de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat, voor de vaarwegen in beheer bij het rijk.
- d.
de ambtenaren van het Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat, belast met de uitvoering van het Binnenvaartpolitiereglement, voor de artikelen:
1.14;
1.20;
6.26, eerste, tweede, derde lid, onderdeel c en e, en zevende lid;
- e.
de havenmeester van Rotterdam, werkzaam bij Havenbedrijf Rotterdam N.V., voor zover het betreft de vaarwegen in beheer bij het rijk, benedenstrooms van kilometerraai 991.7 van de Nieuwe Maas en benedenstrooms van kilometerraai 998 van de Oude Maas,
voor de artikelen:
1.14;
1.20;
1.23;
3.20, vijfde lid, onderdelen a en e;
3.27;
3.28;
3.29, tweede lid, onderdeel b;
6.08;
6.26, eerste, tweede, derde lid, de onderdelen c en e, en zevende lid;
6.28, tweede, vierde, tiende en vijftiende lid;
7.02, eerste lid, onderdeel b en derde lid;
8.08, tweede lid, onderdeel g, en derde lid;
9.03, tweede, derde, vierde en zesde lid;
9.08;
- f.
de Souschef Faciliteren te Den Helder van de Koninklijke Marine, voor zover het betreft de volgende vaarwegen in beheer bij het Rijk:
de Marinehaven Willemsoord, de Rijkszeehaven het Nieuwe Diep, de Veerhaven van Den Helder en de rede van Den Helder, aan de oostzijde begrensd door een denkbeeldige lijn, die de volgende geografische punten verbindt:
- a.
53E01'.45 NB, 04E48'.75 OL;
- b.
53E00'.75 NB, 04E50'.80 OL;
- c.
52E59'.75 NB, 04E52'.35 OL;
- d.
52E59'.30 NB, 04E52'.65 OL;
- e.
52E58'.28 NB, 04E50'.00 OL;
- f.
52E57'.90 NB, 04E48'.18 OL,
voor de artikelen:
1.14;
1.20;
1.23;
3.20, vijfde lid, onderdelen a en e;
3.27;
3.28;
3.29, tweede lid, onderdeel b;
6.08;
6.26, eerste, tweede, derde lid, de onderdelen c en e, en zevende lid;
6.28, tweede, vierde, tiende en vijftiende lid;
7.02, eerste lid, onderdeel b en derde lid;
8.08, tweede lid, onderdeel g, en derde lid;
9.03, tweede, derde, vierde en zesde lid;
9.08;
- a.
De regeling van de minister van Verkeer en Waterstaat houdende aanwijzing bevoegde autoriteit Binnenvaartpolitiereglement van 28 september 1995, RVR 205342 (Stcrt. 190), wordt ingetrokken.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 december 2004.
Dit besluit wordt aangehaald als: Beschikking aanwijzing bevoegde autoriteiten Binnenvaartpolitiereglement.