Ministeriële regeling · BWBR0017558

Regeling GLB-inkomenssteun

Wijzigingen Officiële bron
Regeling GLB-inkomenssteunRegeling GLB-inkomenssteunDe Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van de Verordeningen (EEG) nr. 2019/93, (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001, (EG) nr. 1454/2001, (EG) nr. 1868/94, (EG) nr. 1251/1999, (EG) nr. 1254/1999, (EG) nr. 1673/2000, (EEG) nr. 2358/71 en (EG) nr. 2529/2001 (PbEU L 270);

Gelet op Verordening (EG) nr. 796/2004 van de Commissie van 21 april 2004 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de randvoorwaarden, de modulatie en het geïntegreerd beheers- en controlesysteem waarin is voorzien bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers (PbEU L 141);

Gelet op Verordening (EG) nr. 795/2004 van de Commissie van 21 april 2004 houdende bepalingen voor de uitvoering van de bedrijfstoeslagregeling waarin in voorzien bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers (PbEU L 141);

Gelet op Verordening (EG) nr. 1973/2004 van de Commissie van 29 oktober 2004 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad met betrekking tot de bij de titels IV en IV bis van die verordening ingestelde steunregelingen en het gebruik van braakgelegde grond voor de productie van grondstoffen (PbEU L345);

Overwegende dat toepassing moet worden gegeven aan de hiervoor genoemde verordeningen en de ter uitvoering daarvan vastgestelde Raads- en Commissieverordeningen;

Overwegende dat de bepalingen van genoemde verordeningen rechtstreekse werking hebben in de Nederlandse rechtssfeer, zij het dat ten behoeve van de juiste uitvoering en nadere invulling van deze bepalingen regelgeving noodzakelijk is;

Voorts gelet op de artikelen 15, 19, 23, 26, 27 en 28 van de Landbouwwet;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag22 november 2004De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,C.P.Veerman

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

Overeenkomstig verordening 1782/2003 en met inachtneming van ter uitvoering daarvan vastgestelde Commissieverordeningen en deze regeling:

Een landbouwer die een aanvraag heeft ingediend voor één van de in artikel 2 genoemde steunregelingen of de melkpremieaanvraag op grond van de regeling superheffing en melkpremie 2004 heeft ingediend is verplicht de in artikelen 3 en 4 van de in verordening 1782/2003 bedoelde beheerseisen, opgenomen in bijlage I bij deze regeling, en navolgende bepalingen inzake blijvend grasland en goede landbouw- en milieucondities in acht te nemen.

De landbouwer is verplicht de volgende eisen na te komen inzake goede landbouw- en milieuconditie als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van verordening 1782/2003:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Een landbouwer die eiwithoudende gewassen teelt komt uitsluitend in aanmerking voor subsidie op grond van premie voor eiwithoudende gewassen als bedoeld in artikel 2, indien het perceel:

De landbouwer die voor de zetmeelproductie bestemde aardappelen produceert overeenkomstig artikelen 93 en 94 van verordening 1782/2003 en hoofdstuk 6 van verordening 1973/2004, komt in aanmerking voor subsidie op grond van de productiesteun voor zetmeelaardappelen als bedoeld in artikel 2.

De landbouwer die voor de productie van gedroogde voedergewassen bestemde gewassen produceert, komt in aanmerking voor subsidie op grond van de productiesteun voor gedroogde voedergewassen als bedoeld in artikel 2, indien de voedergewassen op basis van een contract geleverd zijn aan het verwerkingsbedrijf en subsidiabel zijn in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1786/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector gedroogde voedergewassen.

De landbouwer kan een perceel bouwland dat voldoet aan artikel 32, eerste lid, onderdeel a, b en c, vervangen door andere gronden, indien:

De oppervlakte, bedoeld in artikel 36, wordt gedurende een aaneengesloten periode, die loopt van uiterlijk 15 januari tot tenminste 31 augustus daaropvolgend, niet gebruikt voor een vorm van landbouwproductie en evenmin voor andere landbouwdoeleinden of andere winstgevende bestemmingen die met akkerbouw onverenigbaar zijn.

Percelen die zijn bebost in het kader van de Regeling stimulering bosuitbreiding op landbouwgronden uit hoofde van een aanvraag die na 28 juni 1995 is ingediend, kunnen worden gebruikt om aan de in artikel 107 van verordening 1782/2003 bedoelde verplichting te voldoen. In dat geval heeft de landbouwer voor deze percelen geen aanspraak op subsidie op grond van deze regeling.

In afwijking van artikelen 7 en 36 is het de landbouwer vanaf 15 juli toegestaan de uit productie genomen percelen ten behoeve van de oogst van het daaropvolgende kalenderjaar in te zaaien met de in bijlage 3 bij deze regeling genoemde gewassen.

In afwijking van artikel 7, eerste lid, is de teelt van voederleguminosen op een uit productie genomen oppervlakte, bedoeld in artikel 107, derde lid van verordening 1782/2003, enkel toegestaan indien de verzamelaanvraag vergezeld gaat van een bewijs van certificering door de Stichting SKAL te Zwolle voor het gehele bedrijf van de landbouwer.

Verwerking van een partij grondstoffen die overeenkomstig artikel 41 is verbouwd, tot een of meer eindproducten welke zijn genoemd in bijlage XXIII van verordening 1973/2004 en welke niet zijn bestemd voor menselijke of dierlijke voeding, zal plaatsvinden door ten hoogste de derde opvolgende verwerker.

De landbouwer die gebruik maakt van de mogelijkheid van verbouw van niet voor menselijke of dierlijke voeding bestemde grondstoffen op een overeenkomstig artikel 36 uit productie genomen oppervlakte, heeft aanspraak op subsidie indien is vastgesteld dat is voldaan aan artikel 155 van verordening 1973/2004, alsmede aan de bepalingen van deze regeling.

De zekerheid, bedoeld in artikel 45, eerste lid, onderdeel b, wordt door het HPA vrijgegeven overeenkomstig artikel 158 van verordening 1973/2004.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

De aanhoudperiode gedurende welke de dieren waarvoor premie is aangevraagd op het bedrijf moeten worden gehouden, beloopt voor:

Indien de fysieke of financiële structuur van een bedrijf na 30 juni 1992 is of wordt gewijzigd hoofdzakelijk met het doel de verplichtingen van de in artikel 1 genoemde verordeningen of deze regeling te ontgaan, wordt deze wijziging buiten beschouwing gelaten voor de toepassing van deze regeling.

Landbouwers die premierechten hebben verkregen op grond van de Regeling dierlijke EG-premies worden geacht over die premierechten in het kader van dit hoofdstuk te beschikken.

Geen premie, bedoeld in artikel 56, tweede lid, terzake van het slachten, wordt verleend indien de slachtmelding wordt verricht door een abattoir dat door toepassing van artikel 62 van verordening 796/2004 is uitgesloten van het recht verklaringen of certificaten af te geven met het oog op de toekenning van premie.

Onder de voorwaarden die voortvloeien uit verordening 1782/2003 en verordening 1973/2004 worden uit de nationale reserve van premierechten specifieke premierechten toegekend aan landbouwers.

De landbouwer die op grond van de artikelen 65 of 66 aanspraak wenst te maken op toekenning van specifieke premierechten voor ooien, of zoogkoeien, dient in het tijdvak van 3 januari tot en met 4 maart, indien het ooien betreft en in het tijdvak van 1 juli tot en met 25 juli, indien het zoogkoeien betreft, een aanvraag in bij DR.

Indien het aantal aangevraagde specifieke premierechten groter is dan het aantal daarvoor beschikbare premierechten vindt een proportionele vermindering van de individueel toe te kennen specifieke premierechten plaats.

Een tijdelijke overdracht van premierechten is niet toegestaan.

In geval van overdracht van premierechten zonder dat daarbij het bedrijf van de landbouwer wordt overgedragen, vervalt 1% van de over te dragen rechten zonder vergoeding aan de nationale reserve, met dien verstande dat ten minste één premierecht moet worden afgestaan indien het ooien betreft.

Bij overdracht van premierechten voor zoogkoeien zonder dat daarbij het bedrijf van de landbouwer wordt overgedragen bedraagt het minimumaantal premierechten dat wordt overgedragen:

Aanspraak op overgedragen premierechten voor zoogkoeien kan slechts worden verkregen indien:

DR deelt de landbouwer het voor hem vastgestelde veebezettingsgetal mede en het daaruit voortvloeiende aantal GVE waarvoor premie kan worden verleend.

Indien runderen tijdens de aanhoudperiode worden verplaatst van het ene UBN naar het andere UBN van het bedrijf van de landbouwer, stelt de landbouwer DR hiervan voorafgaand aan de verplaatsing schriftelijk op de hoogte. De landbouwer bewaart een afschrift van het formulier aan DR bij zijn bedrijfsadministratie, genoemd in artikel 108.

Premie wordt de landbouwer slechts verstrekt ten behoeve van runderen die:

Geen premie wordt verstrekt voor runderen waarvan de geboortedatum, de datum van aanvoer op en afvoer van het bedrijf van de landbouwer, of de datum van de slacht, onderscheidenlijk uitvoer naar een andere lidstaat of derde land, niet in het I & R-systeem zijn vermeld.

Premie per ooi bedraagt het bedrag dat voortvloeit uit artikel 113, vierde lid, van verordening 1782/2003.

Het aantal voor de premie in aanmerking te nemen ooien bedraagt niet minder dan tien en is ten hoogste gelijk aan het aantal ooien dat op de dag van indiening van de aanvraag op het bedrijf van de landbouwer voor diens rekening wordt aangehouden, doch nooit groter dan het aantal premierechten waarover de landbouwer beschikt.

Voor een premie komen slechts landbouwers die zoogkoeien aanhouden in aanmerking die:

Het minimumpercentage voor het gebruik van premierechten voor zoogkoeien, bedoeld in artikel 108, vierde lid, van verordening 1973/2004, bedraagt 90.

Ingeval aanpassing van individuele maxima van premierechten voor zoogkoeien als bedoeld in artikel 126, derde lid, van verordening 1782/2003 moet geschieden, vindt van rechtswege een proportionele vermindering plaats van het aantal premierechten voor zoogkoeien van individuele landbouwers met ingang van 1 januari van het jaar waarvoor premie wordt aangevraagd.

Indien de landbouwer een dier uit een andere Lid-Staat betrekt waarvoor in die Lid-Staat nog geen premie voor de betrokken leeftijdstranche is verleend, legt de landbouwer om voor premie in aanmerking te komen bij de premieaanvraag stieren of premieaanvraag ossen een volledig en naar waarheid ingevuld document over van de Lid-Staat van herkomst van het betrokken dier dan wel het bij of krachtens het Besluit identificatie en registratie van dieren genoemde dierpaspoort.

Indien het totaal aantal stieren en ossen waarvoor premie is aangevraagd en die voldoen aan de voorwaarden voor verlening van de premie, het regionale maximum overschrijdt, wordt het aantal stieren en ossen dat voor premie in aanmerking komt in het betrokken jaar per landbouwer evenredig verminderd.

De premie per stier of os bedraagt het bedrag dat voortvloeit uit artikel 123, zevende lid van verordening 1782/2003.

Premie wordt de landbouwer slechts verstrekt ten behoeve van kalveren die:

De landbouwer is verplicht het betrokken betaalorgaan op diens verzoek alle gewenste nadere inlichtingen ter zake van de gegevens verschaft bij de verzamelaanvraag of de premieaanvraag dieren terstond en naar waarheid te verstrekken.

Vervallen

Indien een bedrijf volledig wordt overgedragen nadat een verzamelaanvraag of een premieaanvraag dieren is ingediend en voordat aan alle voorwaarden voor het verstrekken van subsidie is voldaan, of indien een bedrijf volledig wordt overgedragen nadat de voor de toekenning van de steun vereiste handelingen zijn begonnen, maar voordat aan alle voorwaarden voor de toekenning van de steun is voldaan, kan aan de verkrijger van het bedrijf de desbetreffende aangevraagde subsidie worden verstrekt indien:

De betaalorganen dragen zorg voor de uitwisseling van gegevens betreffende aanvragers die relevant zijn in het kader van het toezicht op de naleving van de in artikel 3 tot en met 8 bedoelde voorwaarden of relevant zijn voor de in artikel 9 genoemde modulatie.

Onverminderd de regeling superheffing en melkpremie 2004 is PZ belast met de uitvoering van de melkpremieaanvraag met inachtneming van deze regeling.

De AID is verantwoordelijk voor de coördinatie van de controles ter plaatse op de naleving van de regeling als bedoeld in artikel 23 van verordening 1782/2003.

Indien een landbouwer andere dan de in artikel 119 bedoelde voorwaarden of verplichtingen voortvloeiend uit verordening 1782/2003 en de ter uitvoering daarvan vastgestelde Commissieverordeningen niet naleeft, wordt door het betrokken betaalorgaan overeenkomstig Deel II, Titel IV, hoofdstuk I van verordening 796/2004 een korting opgelegd op het bedrag dat op grond van de betrokken steunregeling aan de landbouwer is of moet worden toegekend.

Indien een landbouwer niet alle in artikel 14, eerste lid, van verordening 796/2004 bedoelde oppervlakten opgeeft en daarbij het verschil tussen enerzijds de totale in de verzamelaanvraag aangegeven oppervlakte en anderzijds de som van de aangegeven oppervlakte en de totale oppervlakte van de niet-aangegeven percelen groter is dan 3%, wordt het totale bedrag van de rechtstreekse betalingen die in dat jaar aan die landbouwer moet worden gedaan, als volgt verlaagd:

Wijzigt de Regeling superheffing en melkpremie 2004.

Wijzigt de Overdrachtsregeling bevoegdheden Landbouwwet 1966 Algemeen.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2005, met uitzondering van hoofdstuk 2, dat in werking treedt op 1 januari 2006.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling GLB-inkomenssteun.