Regeling · BWBR0017622

Besluit keuring spoorvoertuigen

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 3 december 2004, houdende keuring en certificering van spoorvoertuigen (Besluit keuring spoorvoertuigen)Besluit keuring spoorvoertuigen Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 16 september 2003, nr. HDJZ/S&W/2003-1881;

Gelet op de artikelen 37, tweede lid, 38, 39, eerste lid, 40, tweede lid, 41, 45, 48 en 107 van de Spoorwegwet;

De Raad van State gehoord (advies van 1 december 2003, nr. W09.03.0390/V);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 29 november 2004, nr. HDJZ/S&W/2004-2897;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage3 december 2004BeatrixDe Minister van Verkeer en Waterstaat ,K. M. H.Peijsde eenentwintigste december 2004De Minister van Justitie ,J. P. H.Donner

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

De artikelen 2 tot en met 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de keuring van gebruikte spoorvoertuigen die tot eenzelfde type behoren en waaraan identieke wijzigingen in de constructie, inrichting of uitrusting zijn aangebracht, met dien verstande:

Betreft de keuring een afzonderlijk voertuig of onderdeel dan geeft de keuringsinstantie daarvoor een goedkeuringscertificaat af, indien het voertuig of het onderdeel in overeenstemming is met het informatiedossier en het voldoet aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen.

Voor een spoorvoertuig of onderdeel waarvoor een certificaat van overeenstemming als bedoeld in artikel 4, eerste lid, of een goedkeuringscertificaat als bedoeld in artikel 6 is afgegeven, kan de keuringsinstantie een merkteken verstrekken.

Met een goedkeuringscertificaat als bedoeld in artikel 4, tweede lid, of artikel 6, dat geldig is voor het verkeer over hoofdspoorwegen binnen Nederland, wordt gelijkgesteld een vergelijkbaar document afgegeven met inachtneming van het RIC of het RIV door de bevoegde instantie in de zin van deze overeenkomsten.

Een goedkeuringscertificaat behoeft wijziging indien ten aanzien van het betrokken spoorvoertuig of onderdeel wijziging heeft plaatsgevonden van:

Betreft de wijziging een goedkeuringscertificaat als bedoeld in artikel 4, tweede lid, dan stelt de keuringsinstantie ten aanzien van het betrokken spoorvoertuig of onderdeel een afzonderlijk informatiedossier samen bestaande uit de inhoud van het informatiedossier, bedoeld in artikel 3, tweede lid, met daarin aangebracht de wijzigingen vermeld in het betrokken informatiedossier, bedoeld in artikel 11, tweede lid.

Indien een krachtens de wet voor het rijden over de hoofdspoorwegen goedgekeurd spoorvoertuig na een ernstige beschadiging als bedoeld in artikel 45, onderdeel a, van de wet, is hersteld, kan Onze Minister bepalen dat het door de keuringsinstantie gekeurd wordt voordat het opnieuw in gebruik wordt gesteld.

Indien de keuringsinstantie het herstelde spoorvoertuig afkeurt, vervalt de geldigheid van de met betrekking tot dat voertuig verleende goedkeuring als bedoeld in artikel 15 op het tijdstip waarop het besluit van de keuringsinstantie onherroepelijk wordt.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over

De fabrikant, bedoeld in artikel 21, eerste lid, is verplicht om in geval van gebrek aan overeenstemming als bedoeld in dat lid, dit gebrek op eerste vordering van de keuringsinstantie en binnen een door deze instantie te bepalen termijn te herstellen.

Indien de fabrikant, bedoeld in artikel 21, eerste lid, niet voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht of in artikel 22, kan Onze Minister, gehoord de keuringsinstantie, het betrokken certificaat van overeenstemming intrekken.

De geldigheid van een goedkeuringscertificaat vervalt van rechtswege bij de definitieve buitengebruikstelling van het betrokken spoorvoertuig.

De spoorwegonderneming doet de in artikel 45 van de wet bedoelde mededeling schriftelijk aan Onze Minister, met opgave van de gegevens die van belang zijn voor de identificatie van het betrokken spoorvoertuig en van de eigenaar of houder daarvan.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over het onderhoud, bedoeld in artikel 48 van de wet. Deze regels kunnen onder meer betrekking hebben op de periodiciteit van de onderhoudscontroles, de te controleren onderdelen, de periodieke vervanging van onderdelen en de bij de controle toe te passen meetmethoden.

Overtreding van de artikelen 14, tweede lid, en 22 vormt een strafbaar feit in de zin van artikel 1, onder 4°, van de Wet op de economische delicten.

Onze Minister legt het RIC en het RIV ter inzage. Van de terinzagelegging wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit keuring spoorvoertuigen.