U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-02-2005.
Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 10 december 2004, houdende regels ter uitvoering van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid (Rijksbesluit Onderzoeksraad voor veiligheid)Rijksbesluit Onderzoeksraad voor veiligheidWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 14 juni 2004, nr. PRO 2004/67264, Directoraat-generaal Veiligheid, project PRO;

Gelet op de artikelen 7, derde lid, 9, 30, tweede lid, 31, eerste, tweede en derde lid, 45, zevende lid, 50, derde lid, en 54 van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid;

De Raad van State van het Koninkrijk gehoord (advies van 2 september 2004, nr. W04.04.0255/I/K);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 6 december 2004, nr. PRO 2004/78768;

De bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad, in het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen en in het Afkondigingsblad van Aruba zal worden geplaatst.

's-Gravenhage10 december 2004BeatrixDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties J. W.Remkesde drieëntwintigste december 2004De Minister van Justitie J. P. H.Donner

In dit besluit wordt verstaan onder rijkswet: Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid.

Het is een ieder verboden om onbevoegd bij een voorval betrokken zaken weg te nemen of op andere wijze aan het onderzoek te onttrekken in geval de voorzitter van de raad toepassing heeft geeft aan artikel 6, eerste lid.

Dit besluit treedt in werking op het krachtens artikel 97, eerste lid, eerste volzin, van de rijkswet vastgestelde tijdstip.

Dit rijksbesluit wordt aangehaald als: Rijksbesluit Onderzoeksraad voor veiligheid.