U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-02-2005.

Regeling · BWBR0017681

Besluit Onderzoeksraad voor veiligheid

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 10 december 2004, houdende regels ter uitvoering van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid (Besluit Onderzoeksraad voor veiligheid)Besluit Onderzoeksraad voor veiligheid Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 14 juni 2004, nr. PRO 2004/67265, Directoraat-generaal Veiligheid, project PRO;

Gelet op richtlijn nr. 94/56/EG van de Raad van de Europese Unie van 23 november 1994 houdende vaststelling van de grondbeginselen voor het onderzoek van ongevallen en incidenten in de burgerluchtvaart (PbEG L 319), richtlijn nr. 96/82/EG van de Raad van de Europese Unie van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken (PbEG L 010), richtlijn nr. 2002/59/EG inzake de invoering van een communautair monitorings- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart (PbEG L 208) en richtlijn nr. 1999/35/EG van de Raad van de Europese Unie van 29 april 1999 betreffende een stelsel van verplichte onderzoeken voor de veilige exploitatie van geregelde diensten met ro-ro-veerboten en hogesnelheidspassagiersvaartuigen (PbEG L 138) alsmede de artikelen 5, 28, 54, 56, tweede lid, 59, derde lid, 67, 68, 77, 78 en 96, eerste lid, van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid;

De Raad van State gehoord (advies van 2 september 2004, nr. W04.04.0254/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 6 december 2004, nr. PRO 2004/78765;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage10 december 2004BeatrixDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ,J. W.Remkesde drieëntwintigste december 2004De Minister van Justitie ,J. P. H.Donner

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het toezenden van het rapport in concept aan andere staten, de Nederlandse Antillen en Aruba voor commentaar en over de voor het geven van commentaar te stellen termijn.

Indien, in geval van een luchtvaartongeval, door de staat van registratie, de staat van de exploitant, de staat van ontwerp of de staat van vervaardiging een verzoek wordt gedaan om het luchtvaartuig, zijn inhoud of enig ander bewijsmateriaal ongestoord te laten, hangende het onderzoek door een vertegenwoordiger van de verzoekende staat, neemt de raad alle benodigde maatregelen om aan dit verzoek tegemoet te komen, voorzover dit redelijk uitvoerbaar en verenigbaar met de juiste uitvoering van het onderzoek is en met dien verstande dat het luchtvaartuig mag worden verplaatst om er personen, dieren, post en kostbaarheden uit te halen, om vernietiging door vuur of andere oorzaken te voorkomen of om gevaar of hinder voor de luchtvaart, ander transport of mensen te voorkomen en het niet een overmatige vertraging van het weer in dienst nemen van het luchtvaartuig tot gevolg heeft.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het in daarbij aangewezen gevallen toezenden van het rapport aan een buitenlandse staat, de Commissie van de Europese Gemeenschappen dan wel een internationale organisatie.

Indien een luchtvaartongeval of ernstig luchtvaartincident buiten Nederland, de territoriale wateren daaronder begrepen, een luchtvaartuig betreft waarvan de exploitant in Nederland is gevestigd, stelt Onze Minister van Verkeer en Waterstaat zo spoedig mogelijk, met behulp van de meest geschikte en snelste middelen die beschikbaar zijn, de staat van het voorval en de staat van registratie op de hoogte van bijzonderheden inzake gevaarlijke stoffen aan boord van het luchtvaartuig.

Indien de staat die een onderzoek verricht terzake van een luchtvaartongeval met een luchtvaartuig met een startmassa van meer dan 2250 kg dat in Nederland is ingeschreven, waarvan de exploitant in Nederland woont of waarvan Nederland de staat van ontwerp of vervaardiging is, verzoekt om deelneming door Nederland, wijst Onze Minister van Verkeer en Waterstaat een vertegenwoordiger terzake van het onderzoek aan.

Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de aanwijzing door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van vertegenwoordigers als bedoeld in de artikelen 14, tweede lid, 16, tweede lid, en 17.

Op verzoek van de staat die een onderzoek terzake van een luchtvaartongeval of luchtvaartincident verricht, verschaft Onze Minister van Verkeer en Waterstaat alle relevante informatie die hij beschikbaar heeft.

Ter bevordering van de coördinatie en het overleg maken de raad en Onze Minister wie het aangaat, binnen een half jaar na inwerkingtreding van de rijkswet, afspraken over de samenwerking en informatie-uitwisseling in de gevallen waarin zowel de raad een onderzoek instelt naar een voorval als ook ten aanzien van hetzelfde voorval het opleggen van een bestuurlijke sanctie wordt overwogen. Artikel 24, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Wijzigt het Besluit Politieregisters.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Onderzoeksraad voor veiligheid.