Ministeriële regeling · BWBR0017687
Aanwijzingsregeling boeteoplegger SZW-wetgeving 2004
Gelet op de artikelen 34, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998, 10:5, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet en 19a, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen;
Besluit:
Deze regeling wordt met toelichting geplaatst in de Nederlandse Staatscourant.
Den Haag13 december 2004De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, A.J. deGeusHet hoofd van de afdeling Bestuurlijke Boete van de directie Inspectieondersteuning van de Arbeidsinspectie wordt aangewezen als de ambtenaar bedoeld in:
De besluiten van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 10 mei 2004, nr. AI/IO/2004/33875, houdende doormandatering door de Directeur Inspectieondersteuning van de Arbeidsinspectie aan het Hoofd van de afdeling Bestuurlijke Boete van bevoegdheden betreffende het opleggen van een bestuurlijke boete, bedoeld in de artikelen 33 en 34 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 Stcrt. 2004 97, en van 17 juni 2004, nr. AI/IO/2004/43591, houdende wijziging van het besluit van 10 mei 2004, nr. AI/IO/2004/33875, doormandatering door de Directeur Inspectieondersteuning van de Arbeidsinspectie aan het Hoofd van de afdeling Bestuurlijke Boete van bevoegdheden betreffende het opleggen van een bestuurlijke boete, bedoeld in de artikelen 33 en 34 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998, Stcrt. 2004 124, worden ingetrokken.
De Aanwijzingsregeling boeteoplegger SZW-wetgeving wordt ingetrokken.
De regeling treedt, met uitzondering van artikel 1:1, aanhef en onderdeel 3, in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 1:1, aanhef en onderdeel 3, treedt in werking met ingang van 1 januari 2005.
Deze regeling wordt aangehaald als: Aanwijzingsregeling boeteoplegger SZW-wetgeving 2004.