U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 08-07-2010.

Ministeriële regeling · BWBR0017707

Regeling spoorverkeer

Wijzigingen Officiële bron
Regeling ter uitvoering van de artikelen 1, onderdeel e, 2, 9, 20, 26 en 38 van het Besluit spoorverkeer (Regeling spoorverkeer)Regeling spoorverkeer De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikelen 1, onderdeel e, 2, 9, 20, 26 en 38 van het Besluit spoorverkeer;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, K.M.H.Peijs

In deze regeling wordt verstaan onder:

Vervallen

De in artikel 3 bedoelde technische controle wordt uitgevoerd aan de hand van de gebrekencatalogus van bijlage 9, annex 1, van het General Contract of Use for Wagons.

Onverminderd artikel 8a van het Besluit spoorverkeer is de maximumsnelheid, waarmee treinen vervoerd mogen worden, de laagste snelheid die door de beremming van de trein, de technische eigenschappen van een in een trein opgenomen spoorvoertuig, de samenstelling van de trein en de belasting van de trein wordt bepaald.

In afwijking van artikel 10 wordt bij een rijtuig voorzien van een magneetrem en rijdend met de verstelkruk in de stand R+Mg, als remgewicht van dat rijtuig uitgegaan van het remgewicht in de stand R.

Bij wagens met automatische lastafremming wordt in afwijking van artikel 10 als remgewicht uitgegaan van het eigen gewicht van die wagen vermeerderd met het gewicht van de lading, met dien verstande dat de som hiervan het op de wagen vermelde maximum remgewicht niet kan overstijgen.

De verstelkruk leeg/beladen wordt op ‘leeg’gesteld, indien:

Seinen zijn voor de bestuurder zodanig zichtbaar dat hij afhankelijk van de plaatselijk toegestane maximumsnelheid in staat is die tijdig waar te nemen en daarop op passende wijze te reageren.

Het model, de afmetingen, het reflecterend vermogen en de plaatsing van het schild aan de achterzijde van treinen worden vastgesteld en vervaardigd overeenkomstig het model en de voorschriften opgenomen in bijlage 5.

De treindienstleider kan aan de bestuurder in ieder geval de volgende gestandaardiseerde aanwijzingen geven:

Als spoorwegemplacementen bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van het Besluit spoorverkeer worden aangewezen de spoorwegemplacementen, bedoeld in bijlage 6.

In afwijking van artikel 39 eerste lid, onderdeel c, en het tweede lid, wordt door de beheerder, indien dit voor het veilige gebruik van de spoorweg vereist is, door middel van het bord nr. 302 uit bijlage 4 aangegeven dat op dit spoor niet gerangeerd kan worden of dat beperkingen gelden ten aanzien van het rangeren.

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit spoorverkeer in werking treedt.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling spoorverkeer.

Vervallen

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

1 600 ton maximaal treingewicht voor België in stand PP

5 gelede wagens gelden als meerdere wagens; bij een treingewicht > 1600 ton dient elk deel van de gelede wagen een massa te hebben ≥ 32 ton en bij een treingewicht > 2500 ton een massa ≥ 40 ton, alle P/G-kranen van de gelede wagen moeten in éénzelfde stand staan.

2 1200 ton maximaal treingewicht voor België en Duitsland in stand GP

3 1800 ton maximaal treingewicht voor België in stand LL

4 4500 ton maximaal treingewicht voor België met AK

PP:

Vooroplopende locomotie(f)(ven) en alle wagens in de stand P;

Minimum rempercentage λ volgens de P-remtabellen in Bijlage 2;

Data invoer ETCS: P.

GP:

Vooroplopende locomotie(f)(ven) in de stand G en de wagens in de stand P;

Remgewicht vooroplopende locomotie(f)(ven) het G-remgewicht aanhouden;

Minimum rempercentage λ volgens de P-remtabellen in Bijlage 2;

Data invoer ETCS: P.

LL:

Vooroplopende locomotie(f)(ven) en de vijf volgende wagens in de stand G en de overige wagens in de stand P;

Remgewicht vooroplopende locomtie(f)(ven) het G-remgewicht aanhouden, remgewicht van de eerste vijf wagens met 20% verlagen, rest van de wagens het P-remgewicht aanhouden;

Minimum rempercentage λ volgens de P-remtabellen in Bijlage 2;

Data invoer ETCS: P.

GG:

Vooroplopende locomotie(f)(ven) en alle overige wagens in de stand G;

Minimum rempercentage λ volgens de G-remtabellen in Bijlage 2;

Data invoer ETCS: G.

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en bij de Inspectie van Verkeer en Waterstaat.