U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2018.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 16 december 2004, houdende regels betreffende de financiering van de sociale verzekeringen (Wet financiering sociale verzekeringen)Wet financiering sociale verzekeringen Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is ter vermindering van administratieve en uitvoeringslasten en vereenvoudiging van regelgeving de heffing en invordering van de premies voor de werknemersverzekeringen te laten plaatsvinden door de rijksbelastingdienst tezamen met en op zoveel mogelijk gelijke wijze als die van de loonbelasting en de regeling daarvan en van hetgeen overigens de financiering van de werknemersverzekeringen betreft tezamen met de regeling van de financiering van de volksverzekeringen – onder intrekking van onder andere de Wet financiering volksverzekeringen – onder te brengen in één wet;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage16 december 2004BeatrixDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ,A. J. deGeusDe Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ,H. A. L. vanHoofDe Staatssecretaris van Financiën ,J. G.WijnDe Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport , J. F.Hoogervorstde derde februari 2005De Minister van Justitie ,J. P. H.Donner

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

De financiële middelen tot dekking van de uitgaven ten laste van de fondsen voor de volksverzekeringen worden verkregen door het heffen van premie en door bijdragen van het Rijk.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk en afdeling 2 van hoofdstuk 7 wordt verstaan onder:

Vervallen

De maatstaf voor de heffing van de premie voor de volksverzekeringen is het premie-inkomen van de premieplichtige.

De verschuldigde premie voor de volksverzekeringen is de premie voor de volksverzekeringen verminderd met de voor de premieplichtige toepasselijke heffingskorting voor de volksverzekeringen.

Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot deze afdeling.

Ten gunste van het Ouderdomsfonds, het Nabestaandenfonds en het Fonds langdurige zorg wordt jaarlijks een rijksbijdrage in de kosten van de heffingskortingen voor de volksverzekeringen toegekend. Deze bijdrage wordt door Onze Minister vastgesteld volgens de formule: BIKKt = (BIKKt-1 + A*Kt-1)*Kt/Kt-1 waarbij:

BIKKt = de bijdrage in de kosten van de heffingskortingen ten gunste van het fonds in een bepaald jaar;

BIKKt-1 = de bijdrage in de kosten van de heffingskortingen ten gunste van het fonds in het voorafgaande jaar;

A = het aandeel van de premie ten gunste van het fonds in het gecombineerde heffingspercentage, bedoeld in artikel 8.1, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001, in het jaar waarvoor de bijdrage wordt toegekend, verminderd met het aandeel in het daaraan voorafgaande jaar;

Kt = de door Onze Minister, in overeenstemming met Onze Ministers van Financiën en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, geraamde totale kosten voor de heffingskortingen in het jaar waarvoor de bijdrage wordt toegekend;

Kt-1 = de door Onze Minister, in overeenstemming met Onze Ministers van Financiën en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, geraamde totale kosten voor de heffingskortingen in het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de bijdrage wordt toegekend.

De werkgever mag de door hem verschuldigde premie niet verhalen op de werknemer. Elk beding waarbij van de eerste zin wordt afgeweken, is nietig.

Geen premies voor de werknemersverzekeringen zijn verschuldigd met ingang van de eerste dag van de maand waarin de verzekerde de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, zal bereiken.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt in afwijking in zoverre van artikel 8, derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen mede als werknemer in de zin van de Wet werk en inkomen beschouwd degene die levensloopverlof geniet in het kader van de toepassing van de levensloopregeling, bedoeld in artikel 39d van de Wet op de loonbelasting 1964.

De premie is verschuldigd door de werkgever in de zin van de Werkloosheidswet.

De maatstaf voor de heffing van de premie is het loon.

Het deel van de premie dat ten gunste komt van het Algemeen Werkloosheidsfonds wordt bij ministeriële regeling vastgesteld op een percentage van het loon dat voor categorieën van werkgevers en werknemers kan verschillen en mede kan worden bepaald door de mate waarin door werkgevers maatregelen zijn getroffen gericht op bevordering van de duurzame arbeidsparticipatie van de werknemers. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen hieromtrent nadere regels worden gesteld.

De financiële middelen tot dekking van de uitgaven ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid worden verkregen door het in rekening brengen van de uitgaven, bedoeld in artikel 79 van de Werkloosheidswet, bij de overheidswerkgevers en door het heffen van premie.

De premie is verschuldigd door de overheidswerkgever.

De premie wordt bij ministeriële regeling vastgesteld op een percentage van het loon.

Vervallen

Bij ministeriële regeling wordt voor de berekening van de basispremie een voor alle takken van bedrijf en beroep gelijk percentage vastgesteld.

Vervallen

Bij regeling van Onze Minister worden werkgevers voor de toepassing van deze paragraaf en artikel 122n ingedeeld bij de sector overheid of de sector niet-overheid.

De belastingdienst is belast met de heffing van de quotumheffing en de invordering van deze heffing.

Onze Minister kan bedragen vaststellen die jaarlijks of in het desbetreffende jaar als rijksbijdrage als bedoeld in artikel 114, onderdeel f, ten gunste komen van het Arbeidsongeschiktheidsfonds.

Aan een gemeente of een bestuur van een openbaar lichaam ingevolge een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Wet sociale werkvoorziening wordt geen toestemming verleend als bedoeld in artikel 40, eerste lid, aanhef en onderdeel b, ten aanzien van werknemers die werkzaam zijn in een dienstbetrekking op grond van de Wet sociale werkvoorziening.

Vervallen

Door vernummering vervallen.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De rijksbelastingdienst heft de premie voor de volksverzekeringen en de premies voor de werknemersverzekeringen.

Het beroep tegen een beslissing van de SVB op grond van artikel 61 kan niet zijn gegrond op de stelling dat de aanslag ten onrechte of tot een te hoog bedrag is vastgesteld. Het beroep kan slechts dan zijn gegrond op de stelling dat de aanslag of de beslissing niet is ontvangen, indien de belanghebbende aannemelijk kan maken dat hij de aanslag of de beslissing nimmer ontvangen heeft en dat er geen omstandigheden zijn op grond waarvan het niet ontvangen van de aanslag of de beslissing hem kan worden toegerekend.

Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit hoofdstuk.

Ten laste van het Rijk komen de bedragen aan premie voor de volksverzekeringen en de werknemersverzekeringen die wegens een ontheffing niet zijn geheven overeenkomstig artikel 65.

Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, worden regels gesteld ten aanzien van:

Vervallen

De financiële middelen tot dekking van de uitgaven voor de vrijwillige volksverzekeringen worden verkregen door het heffen van premie.

Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

De financiële middelen tot dekking van de uitgaven voor de vrijwillige werknemersverzekeringen worden verkregen door het heffen van premie.

Degene die is toegelaten tot een vrijwillige verzekering, is verplicht aan de SVB of het UWV onverwijld uit eigen beweging mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan het hem redelijkerwijs duidelijk is, dat zij van invloed zijn op de hoogte van de verschuldigde premie.

Vervallen

In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht beslist de SVB of het UWV binnen dertien weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de vaststelling, de inning en de betaling van de premie voor een vrijwillige verzekering.

Bij regeling van Onze Minister en Onze Ministers van Financiën en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport worden regels gesteld met betrekking tot de afdracht van de premie voor de volksverzekeringen en de premies voor de werknemersverzekeringen alsmede van de daarmee verband houdende bestuurlijke boeten en renten door de rijksbelastingdienst aan de fondsen en de wijze van toerekening van die premies, boeten en renten aan de fondsen.

Onze Minister stelt een keer per jaar een prognose op van de benodigde middelen tot dekking van de lasten van de algemene ouderdomsverzekering voor de eerstkomende tien jaren, waarbij onderscheid wordt gemaakt naar de opbrengst van de premies voor de algemene ouderdomsverzekering en de rijksbijdragen bedoeld in artikel 14.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Het Zorginstituut beheert en administreert afzonderlijk een Fonds langdurige zorg.

Vervallen

Het UWV beheert en administreert afzonderlijk de in artikel 99 bedoelde middelen tot dekking van de uitgaven en de uitgaven, bedoeld in artikel 100, in de vorm van een Algemeen Werkloosheidsfonds dat deel uitmaakt van het UWV.

Ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds komen:

Ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds komen:

Vervallen

Vervallen

Het UWV beheert en administreert afzonderlijk de in artikel 107 bedoelde middelen tot dekking van de uitgaven en de uitgaven, bedoeld in de artikelen 108 en 109, in de vorm van een Uitvoeringsfonds voor de overheid dat deel uitmaakt van het UWV.

Ten gunste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid komen:

Vervallen

Vervallen

Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, kan een bedrag worden vastgesteld dat op grond van artikel 24 met toepassing van de artikelen 27 en 28, tweede en derde lid, op uitkeringen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen aan overheidswerknemers, volgens een bij die regeling te bepalen verdeling wordt afgedragen aan het Uitvoeringsfonds voor de overheid dan wel de sectorfondsen en het Algemeen Werkloosheidsfonds.

Het UWV beheert en administreert afzonderlijk de in artikel 33, eerste lid, bedoelde middelen tot dekking van de uitgaven in de vorm van een Arbeidsongeschiktheidsfonds dat deel uitmaakt van het UWV.

Vervallen

Het UWV beheert en administreert afzonderlijk de in artikel 33, tweede lid, bedoelde financiële middelen tot dekking van de uitgaven alsmede de financiële middelen benodigd voor het vormen en in stand houden van een staartlastenvermogen, in de vorm van een Werkhervattingskas die deel uitmaakt van het UWV.

Ten gunste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds komen:

Vervallen

Vervallen

Ten gunste van de Werkhervattingskas komen:

Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de aan het UWV en de SVB toegekende rijksbijdragen worden afgedragen en vastgesteld.

Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, en na overleg met het Zorginstituut, regels worden gesteld over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de afdracht van gelden plaatsvindt aan de fondsen die geheel of gedeeltelijk door het Rijk worden gefinancierd.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De premie die op grond van artikel 27 is vastgesteld wordt met ingang van het jaar 2015 in verband met de ontwikkeling van de lasten voor werkgevers voortvloeiend uit de toepassing van artikel 2.2 van de Wet tegemoetkomingen loondomein verlaagd met 0,35% in 2015, 0,45% in 2016, 0,55% in 2017, 0,60% in 2018, 0,70% in 2019 en 0,75% in 2020.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor uitkeringen op grond van de Ziektewet aan werknemers die zijn toegekend voor de datum van inwerkingtreding van artikel II van de Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters en WGA- uitkeringen, die voor die datum zijn toegekend aan werknemers, die uit de dienstbetrekking waaruit de WGA-uitkering is ontstaan, recht hadden op een uitkering op grond van de Ziektewet, en uitvoeringskosten en andere kosten in verband met deze uitkeringen, die ten laste komen van bij die maatregel aan te wijzen fondsen.

Vervallen

De artikelen 48a, 48b en 115, eerste lid, onderdeel l, vervallen met ingang van 1 januari 2018.

Alle vermogensbestanddelen die door het UWV, genoemd in hoofdstuk 5, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, afzonderlijk worden beheerd en geadministreerd in de vorm van een Arbeidsongeschiktheidskas als bedoeld in artikel 113, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van artikel IV, onderdeel G, van de Wet Harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving, gaan over op het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld artikel 112, overeenkomstig door Onze Minister te stellen regels.

Een gemeente die zelf het risico, bedoeld in artikel 40, eerste lid, draagt op 1 juli 2011, draagt op die datum tevens zelf dit risico ten aanzien van haar werknemers als bedoeld in artikel 40, elfde lid, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van artikel IV, onderdeel H, van de Wet Harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving.

Artikel 64, zoals dat luidde op dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel IV, onderdeel K, van de Wet harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving, blijft van toepassing op ontheffingen die op grond van dat artikel zijn verleend.

Vervallen

Vervallen

Indien het bij koninklijke boodschap van 24 januari 2014 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Algemene nabestaandenwet en de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945 in verband met een technische aanpassing van de berekening van de nabestaandenuitkering voor alleenstaande ouders en een verduidelijking van de Werkloosheidswet (Kamerstukken 33 855) tot wet wordt verheven en artikel IVa, onderdeel C, onderdeel 3, van die wet in werking treedt en uiterlijk op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding beroep is ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur op grond van artikel 40, blijft het recht van toepassing zoals dat gold op die dag.

Artikel 38h, achtste lid, vervalt met ingang van 1 januari van het vierde kalenderjaar na het kalenderjaar waarin de quotumheffing op grond van artikel 122n, eerste lid, is geactiveerd, tenzij voor die datum een voorstel van wet bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal is ingediend, dat een vergelijkbare regeling bevat voor de uitsluiting van de dwangsomregeling, bedoeld in artikel 38h, achtste lid.

Artikel 40, eerste lid, aanhef en onderdeel a, blijft buiten toepassing op het ziekengeld op grond van de Ziektewet, alsmede de overlijdensuitkering, bedoeld in artikel 35 van de Ziektewet, vermeerderd met de verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 42 van de Zorgverzekeringswet, dat is of wordt betaald aan de verzekerde ten aanzien van wie de eerste dag van ongeschiktheid tot werken is gelegen op of na de dag dat de verzekerde de leeftijd, bedoeld in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt en voor de dag van inwerkingtreding van artikel III, onderdeel D, van de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de wijze waarop de rijksbelastingdienst, het UWV, de SVB, het CAK, genoemd in artikel 6.1.1, eerste lid, van de Wet langdurige zorg, de zorgautoriteit en de organen die betrokken zijn bij de uitvoering van de Wet langdurige zorg, samenwerken ten behoeve van een goede uitvoering van deze wet, de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de volksverzekeringen, de werknemersverzekeringen, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Zorgverzekeringswet en de belastingwetten, voorzover het betreft de financiering van de sociale verzekeringen.

De SVB, het UWV, het CAK, genoemd in artikel 6.1.1, eerste lid, van de Wet langdurige zorg, de zorgautoriteit, de organen die betrokken zijn bij de uitvoering van de Wet langdurige zorg, de rijksbelastingdienst, het Centraal Planbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht desgevraagd aan elkaar en aan Onze Minister, Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kosteloos de opgaven en inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet, de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de volksverzekeringen, de werknemersverzekeringen, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Zorgverzekeringswet en de belastingwetten, voorzover het betreft de financiering van de sociale verzekeringen.

Het UWV is bevoegd de van de rijksbelastingdienst afkomstige gegevens, genoemd in de krachtens artikel 73a, eerste lid, artikel 73, zesde lid of artikel 73, vijfde lid, in verbinding met het eerste tot en met derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur, te verstrekken aan de in de krachtens artikel 73a, eerste lid, of artikel 73, zesde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur, onderscheidenlijk de in artikel 73, eerste tot en met derde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen genoemde derden.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van artikel 38d aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dit artikel in de praktijk.

Vervallen

Voor de plaatsing in het Staatsblad stelt Onze Minister de nummering van de artikelen, paragrafen, afdelingen en hoofdstukken van deze wet opnieuw vast en brengt hij de in deze wet voorkomende aanhalingen van de artikelen, paragrafen, afdelingen en hoofdstukken met de nieuwe nummering in overeenstemming.

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet financiering sociale verzekeringen.