Ministeriële regeling · BWBR0017754

Garantstellingsregeling curatoren 2005

Wijzigingen Officiële bron
Garantstellingsregeling curatoren 2005Garantstellingsregeling curatoren 2005 De Minister van Justitie,

Gelet op de artikelen 138, lid 10 en 248, lid 10, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

Overwegende dat het wenselijk is regels te stellen voor de beoordeling van de gegrondheid van aanvragen als bedoeld in de hiervoor vermelde wetsbepalingen en de grenzen waarbinnen zodanige aanvragen kunnen worden toegewezen;

Besluit:

De Regeling van de Staatssecretaris van Justitie ter beoordeling van verzoeken om toekenning van een garantstelling als bedoeld in de hiervoor vermelde wetsbepalingen van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (Inw. tr. 26 april 1993, Stcrt. 1993, 76) in te trekken en nieuwe regels te stellen voor de gegrondheid van dergelijke aanvragen en de grenzen waarbinnen zodanige aanvragen kunnen worden toegewezen, welke als volgt luiden:

Deze regeling zal worden gepubliceerd in de Staatscourant en treedt in werking met ingang van de vijfde dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

De Minister van Justitie, J.P.H.Donner

Een aanvraag, als bedoeld in de artikelen 138, lid 10 en 248, lid 10, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 43, lid 6, van de Faillissementswet wordt, met gebruikmaking van de als bijlage A bij dit besluit behorende vragenlijst en vergezeld van een schriftelijk gemotiveerde goedkeuring van de rechter-commissaris ingediend bij de Minister van Justitie.

Een aanvraag als bedoeld in artikel 1 wordt afgewezen indien:

Deze regeling wordt aangehaald als: Garantstellingsregeling curatoren 2005.

Vragenlijst Garantstellingsregeling curatoren

Met het oog op uw aanvraag om een voorschot als bedoeld in de artikelen 138, lid 10 en 248, lid 10, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 43, lid 6, van de Faillissementswet wordt u verzocht alle hieronderstaande vragen volledig te beantwoorden. Het niet volledig beantwoorden van de vragen leidt tot vertraging in de afhandeling.

1. Indien het een vereniging, stichting of naar buitenlands recht opgerichte rechtspersoon betreft: is de rechtspersoon onderworpen aan de heffing van vennootschapsbelasting? ja/nee*. (Indien ‘nee’, dan kan geen beroep worden gedaan op de Garantstellingsregeling.)

2. Naam, plaats van statutaire vestiging en adres van de rechtspersoon?

3. Datum waarop het faillissement is uitgesproken?

4. In hoeverre bevat de boedel nog middelen?

5. Hoeveel uren heeft u tot op heden in dit faillissement besteed?

6. Hoogte van de schulden aan concurrente crediteuren?

7. Hoogte van de schulden aan de preferente crediteuren?

8. Welke (rechts)personen wilt u gaan aanspreken? (namen, adressen en vestigingsplaatsen en eventuele geboortedata- en plaatsen en functies vermelden).

9. Geef een korte omschrijving van de gronden (feiten) waarop aansprakelijkstelling van deze (rechts)personen zou kunnen geschieden.

10. Is nader onderzoek vereist om deze gronden (feiten) te kunnen vaststellen? ja/nee* (Indien ‘ja’, wat zal het onderzoek gaan inhouden?)

11. Heeft uw aanvraag betrekking op:

12. Heeft uw aanvraag betrekking op het doen van een vooronderzoek aansprakelijkheidsstelling op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur door personen die het beleid bepaald, dan wel medebepaald hebben? ja/nee* (Indien ‘ja’, wat zijn dan de kosten verbonden aan een dergelijk vooronderzoek en wat zal het voorgenomen vooronderzoek gaan inhouden?)

13. Heeft uw aanvraag betrekking op het voeren van een procedure om de personen die het beleid bepaald dan wel medebepaald hebben aansprakelijk te stellen op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur? ja/nee* (Indien ‘ja’, dan kan uitsluitend een garantstelling worden verleend indien de resultaten van de vooronderzoeken daartoe aanleiding geven)

14. Heeft uw aanvraag betrekking op een faillissementspauliana? ja/nee* (Indien ‘ja’, geef een korte beschrijving van de feiten en omstandigheden waaronder de paulianeuze handeling is verricht)

15. Welke personen of rechtspersonen zijn betrokken bij de paulianeuze handeling? (namen, adressen en vestigingsplaatsen en eventuele geboortedata- en plaatsen en functies vermelden).

16. Is voor het vaststellen van de pauliana nog nader onderzoek nodig? ja/nee* (Indien ‘ja’, wat zal het onderzoek gaan inhouden?)

17. Is er op de goederen die door de paulianeuze handeling aan het vermogen van de failliet zijn onttrokken reeds beslag gelegd? ja/nee*

18. Is er reeds beslag op vermogensbestanddelen gelegd? ja/nee* (Indien ‘ja’, tot welk bedrag?)

19. Hebt u al een begin gemaakt met de procedure? ja/nee* (Indien ‘ja’, welke stappen heeft u reeds ondernomen? Stuur alle hierop betrekking hebbende stukken mee)

20. Kunt u middels het bijgaande formulier ‘specificatie te verwachten kosten’ het bedrag danwel de bedragen zoals bij de vragen 10 t/m 12 aangegeven nader toelichten door een schatting te geven van de door u te besteden uren, de verschotten en eventuele andere kosten?

21. Wat is de vermoedelijke tijdsduur die met het onderzoek en/of de aansprakelijkstelling gemoeid zal zijn?

22. Heeft u aan de gegeven antwoorden nog iets toe te voegen dat van belang kan zijn voor de beoordeling van uw aanvraag?

Advies van de rechter-commissaris

Ondergetekende adviseert de Minister van Justitie de gevraagde garantstelling wel/niet* te verlenen, omdat

Motivering