U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2011.

Regeling · BWBR0017779

Besluit handel in emissierechten

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 17 december 2004, houdende regels ten behoeve van de implementatie van richtlijn nr. 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (PbEU L 275) (Besluit handel in emissierechten)Besluit handel in emissierechten Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 30 juni 2004, nr. MJZ2004065798, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Gelet op de artikelen 16.1, tweede lid, 16.6, eerste lid, 16.12, derde lid, 16.14, derde lid, 16.21 en 16.22 van de Wet milieubeheer;

De Raad van State gehoord (advies van 15 juli 2004, nr. W08.04.0315/V);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 13 december 2004, nr. MJZ2004100407, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage17 december 2004BeatrixDe Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer ,P. L. B. A. vanGeelde dertigste december 2004De Minister van Justitie ,J. P. H.Donner

Deze paragraaf heeft het toepassingsgebied van afdeling 16.2.1 van de wet.

Vervallen

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld inhoudende een verplichting aan het bestuur van de emissieautoriteit de daarbij aangegeven voorschriften aan de vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, van de wet te verbinden inzake:

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot het emissieverslag.

Deze paragraaf heeft het toepassingsgebied van afdeling 16.2.2 van de wet.

Als broeikasgas, als bedoeld in artikel 16.39a, eerste lid, onder b, van de wet, wordt CO2 aangewezen.

Artikel 5, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op personen die met de uitvoering van het monitoringsplan en de controle op de naleving daarvan zijn belast.

Artikel 9 is van overeenkomstige toepassing.

Op het afgeven van een verklaring, als bedoeld in de artikelen 16.39f, tweede lid, en 16.39j, tweede lid, van de wet, is artikel 12 van overeenkomstige toepassing.

De aanwijzing, bedoeld in artikel 13, eerste lid, heeft tot en met 31 december 2010 geen betrekking op NOx-installaties die zich bevinden in een inrichting:

Het aantal NOx-emissierechten dat degene die een inrichting drijft, in een kalenderjaar opbouwt als bedoeld in artikel 16.50 van de wet, komt overeen met:

Het percentage, bedoeld in artikel 16.53, tweede lid, van de wet, van het voor een inrichting geldende verkoopplafond is vijf.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2005.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit handel in emissierechten.

Categorieën van activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, die plaatsvinden in een broeikasgasinstallatie die behoort tot een van de volgende categorieën:

A

Activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, die plaatsvinden in een broeikasgasinstallatie die behoort tot een of meer van de volgende categorieën:

1.1. Installaties in aardolieraffinaderijen.

1.2. Installaties in cokesfabrieken.

2.1. Installaties voor het roosteren of sinteren van metaalerts, waaronder sulfide-erts.

2.2. Installaties voor de vervaardiging van ruwijzer of staal, waaronder zowel primaire als secundaire smelting worden begrepen, met inbegrip van continu gieten, met een gezamenlijke capaciteit per inrichting van meer dan 2,5 ton per uur.

3.1. Installaties, voorzover het draaiovens betreft, voor de vervaardiging van cementklinkers met een gezamenlijke productiecapaciteit per inrichting van meer dan 500 ton per dag.

3.2. Installaties voor de bereiding van kalk met een gezamenlijke productiecapaciteit per inrichting van meer dan 50 ton per dag.

3.3. Installaties voor de vervaardiging van glas, met inbegrip van glasvezel, met een gezamenlijke smeltcapaciteit per inrichting van meer dan 20 ton per dag.

3.4. Installaties voor de vervaardiging van keramische producten door vuren, in het bijzonder dakpannen, bakstenen, vuurvaste stenen, tegels, aardewerk of porselein, met een gezamenlijke productiecapaciteit per inrichting van meer dan 75 ton per dag of een gezamenlijke ovencapaciteit van meer dan 4 m3 en met een zetdichtheid per oven van meer dan 300 kg/m3.

4.1. Installaties voor de vervaardiging van pulp uit hout of andere vezelhoudende materialen.

4.2. Installaties voor de vervaardiging van papier en karton met een gezamenlijke productiecapaciteit per inrichting van meer dan 20 ton per dag.

5.1. Verbrandingseenheden met een gezamenlijk vermogen per inrichting van meer dan 20 megawatt thermisch, behorende tot één of meer van de volgende categorieën:

5.2. Eenheden met een gezamenlijk vermogen per inrichting van meer dan 20 megawatt thermisch die direct of indirect worden ingezet voor de vervaardiging van carbon black door carbonisatie van organisch materiaal.

5.3. Fakkeleenheden met een gezamenlijk vermogen per inrichting van meer dan 20 megawatt thermisch voor de verbranding voor andere doeleinden dan energieproductie van koolwaterstoffen of andere organische verbindingen, die voortkomen uit offshore olie en gas, of uit de opslag van geïmporteerde olie en gas in offshore reservoirs, voorzover die verbranding plaatsvindt op onshore olie- en gasontvangststations of offshore olie- en gasfaciliteiten.

Voor het bepalen of het gezamenlijk vermogen van de in categorie 5 bedoelde verbrandingseenheden per inrichting meer dan 20 megawatt thermisch bedraagt, worden eenheden met een vermogen van 3 megawatt thermisch of minder buiten beschouwing gelaten.

B

Activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, die plaatsvinden in een broeikasgasinstallatie die behoort tot de volgende categorie:

Installaties voor de vervaardiging van salpeterzuur.

Het aantal NOx-emissierechten, bedoeld in artikel 18, aanhef en onder a, van het Besluit handel in emissierechten, dat degene die een inrichting drijft, in het geval van een NOx-verbrandingsinstallatie in een kalenderjaar opbouwt per gigajoule verbruikte brandstof

Het aantal NOx-emissierechten, bedoeld in artikel 18, aanhef en onder b, van het Besluit handel in emissierechten, dat degene die een inrichting drijft, in het geval van een NOx-procesinstallatie in een kalenderjaar opbouwt per ton vervaardigd product

Het aantal NOx-emissierechten, bedoeld in artikel 18, aanhef en onder c, van het Besluit handel in emissierechten, dat degene die een inrichting drijft, in het geval van een NOx-procesinstallatie in een kalenderjaar opbouwt per ton vervaardigd product