U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-02-2006.

Wet · BWBR0018040

Zaaizaad- en plantgoedwet 2005

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 19 februari 2005, houdende een nieuwe regeling voor het toelaten van rassen, het in de handel brengen van teeltmateriaal en het verlenen van kwekersrecht (Zaaizaad- en plantgoedwet 2005)Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een nieuwe regeling voor het toelaten van plantenrassen, het in de handel brengen van teeltmateriaal en het verlenen van kwekersrecht vast te stellen, mede gelet op het op 2 december 1961 te Parijs tot stand gekomen Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekprodukten (Trb. 1962, 117), zoals dit laatstelijk is herzien bij Akte van 19 maart 1991 (Trb. 1992, 52), alsmede gelet op diverse Europese richtlijnen met betrekking tot het in de handel brengen van teeltmateriaal van verschillende soorten gewassen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage19 februari 2005BeatrixDe Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ,C. P.Veermande zevende april 2005De Minister van Justitie ,J. P. H.Donner

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Er is een Raad voor plantenrassen, die tot taak heeft:

De Raad zendt jaarlijks voor 1 april aan Onze Minister een ontwerp-begroting voor het daaropvolgende jaar.

Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en de begrote baten en lasten dan wel inkomsten en uitgaven, doet de Raad daarvan onverwijld mededeling aan Onze Minister onder vermelding van de oorzaak van de verschillen.

De Raad draagt op de voet van de ter zake voor de Rijksdienst geldende voorschriften zorg voor de nodige technische en organisatorische voorzieningen ter beveiliging van zijn gegevens tegen verlies of aantasting en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging en verstrekking van die gegevens.

Onze Minister zendt binnen vier jaar na inwerkingtreding van deze wet en vervolgens telkens na vier jaar aan beide kamers der Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van de Raad.

De keuringsinstelling houdt een afzonderlijke boekhouding bij ter zake van de bij of krachtens deze wet opgedragen taken en daaruit onmiddellijk voortvloeiende werkzaamheden en verantwoordt die taken en werkzaamheden afzonderlijk in haar jaarrekening.

De artikelen 9 tot en met 14 alsmede de artikelen 17 en 18 zijn van overeenkomstige toepassing.

Onverminderd artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht worden de beslissingen van de Raad ingevolge dit hoofdstuk bekendgemaakt aan de in artikel 28 bedoelde belanghebbende, degene die ingevolge de artikelen 30 en 31 belang heeft bij de toelating van een ras en de in de artikelen 30 en 31 bedoelde houder van het kwekersrecht.

Van de in dit hoofdstuk en de hoofdstukken 5 en 7 bedoelde aanvragen en verzoeken en van de intrekking en afwijzing van de aanvragen en verzoeken wordt aantekening gedaan in het rassenregister en mededeling gedaan in de Staatscourant.

De in dit hoofdstuk en de hoofdstukken 5 en 7 bedoelde inschrijvingen en aantekeningen krachtens beslissingen, waartegen beroep openstaat, geschieden, zodra op het beroep is beslist of de beroepstermijn verstreken is, zonder dat beroep is ingesteld, dan wel zodra van het beroep afstand is gedaan door een schriftelijke daartoe strekkende kennisgeving aan de Raad.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent het indienen van een aanvraag tot erkenning of registratie dan wel tot verlenging of wijziging daarvan alsmede omtrent de wijze van behandeling. Daarbij kan onder meer worden bepaald:

Een erkenning of registratie als bedoeld in artikel 42 kan door de keuringsinstelling worden geschorst, ingetrokken dan wel doorgehaald, indien:

Indien twee of meer personen, anders dan in het geval bedoeld in artikel 53, in samenwerking een nieuw ras hebben gekweekt dan wel ontdekt en ontwikkeld, hebben zij gezamenlijk aanspraak op verlening van kwekersrecht.

Indien ingevolge artikel 52 twee of meer personen onafhankelijk van elkaar aanspraak op verlening van kwekersrecht voor hetzelfde nieuw ras zouden kunnen maken, komt de aanspraak op verlening van kwekersrecht toe aan degene, die het eerst een aanvraag daartoe heeft ingediend.

Het in artikel 57, eerste lid, bedoelde uitsluitend recht is niet van toepassing op handelingen met materiaal van het beschermde ras of van een ras als bedoeld in artikel 58, eerste lid, dat door of met toestemming van de houder van het kwekersrecht, in Nederland of in één der lidstaten van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte in het verkeer is gebracht of dat van zodanig materiaal is afgeleid, met uitzondering van handelingen:

Een krachtens artikel 19 aangewezen keuringsinstelling alsmede een krachtens artikel 8 van de Landbouwkwaliteitswet aangewezen controle-instelling, voor zover deze bij of krachtens die wet is belast met de keuring van teeltmateriaal, verstrekt op verzoek aan de houder van een in Nederland geldend kwekersrecht met betrekking tot het door de keuringsinstelling, onderscheidenlijk controle-instelling, gekeurde teeltmateriaal, een overzicht van de personen of ondernemingen die teeltmateriaal van het ras, waarvoor het kwekersrecht is verleend, hebben voortgebracht en, voor zover mogelijk, van de hoeveelheden die zij daarvan hebben voortgebracht.

De duur van het kwekersrecht bedraagt vanaf de datum van dagtekening van het kwekersrecht 25 jaar, met uitzondering van rassen van door Onze Minister aan te wijzen gewassen, waarvoor de duur van het kwekersrecht 30 jaar bedraagt.

Ten aanzien van de leden en plaatsvervangende leden, onderscheidenlijk de raden en de plaatsvervangende raden, zijn de artikelen 46c, 46d, 46f, 46g, eerste en tweede lid, 46i met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c, 46j, 46l, eerste en derde lid, 46m, 46o, en 46p, eerste tot en met vijfde lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren van overeenkomstige toepassing.

Onze Minister stelt regels vast over de toekenning van een vergoeding voor reis- en verblijfkosten en verdere vergoeding aan de leden en plaatsvervangende leden, onderscheidenlijk de raden en de plaatsvervangende raden.

Bij de behandeling ter terechtzitting van geschillen als bedoeld in artikel 78 mogen gemachtigden van de houder van een kwekersrecht het woord voeren, onverminderd de verantwoordelijkheid van de procureur.

Van alle rechterlijke uitspraken betreffende een kwekersrecht wordt door de griffier binnen één maand kosteloos een afschrift aan de Raad gezonden.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot:

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen, ter uitvoering van een besluit van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, regels worden gesteld over de toelating van plantengroepen, die niet aan de vereisten van artikel 35 voldoen, alsmede over het in de handel brengen van teeltmateriaal, afkomstig van die plantengroepen.

Tegen een op grond van deze wet genomen besluit kan een belanghebbende beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Wijzigt de Wet op de economische delicten.

Wijzigt de Wet op de rechterlijke organisatie.

Onze Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen.

De Zaaizaad- en Plantgoedwet wordt ingetrokken.