Wijzigingen Officiële bron
Regeling onvoorziene gevallen bij invoering vereenvoudiging bekostiging VORegeling onvoorziene gevallen bij invoering vereenvoudiging bekostiging VO De minister van onderwijs, cultuur en wetenschap,Handelende in overeenstemming met de minister van landbouw, natuur en voedselkwaliteit,

Gelet op:

artikel V van de Wet van 6 juli 2004 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met onder meer vereenvoudiging van de bekostigingsbepalingen (Stb. 2005, 14);

Besluit

Deze regeling zal met de toelichting in het Gele Katern worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschap, M.J.A. van derHoeven

In afwijking van artikel I, onderdeel K, van de Wet vereenvouding bekostiging VO blijft bij toepassing van artikel 77a, derde lid, van de WVO het begrip ”schooljaar” telkens gehandhaafd.

Op geschillen die in bezwaar, beroep of hoger beroep aanhangig zijn of binnen de bezwaar- dan wel beroepstermijn dan wel verschoonbaar daarbuiten aanhangig worden gemaakt tegen besluiten die zijn genomen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit op grond van bekostigingsbepalingen in de WVO en daarop berustende bepalingen zoals luidend op de dag voor de inwerkingtreding van de Wet vereenvouding bekostiging VO blijven de op die datum geldende regelingen van toepassing. De eerste volzin is hangende het bezwaar, beroep of hoger beroep van overeenkomstige toepassing op de bevoegdheid tot het intrekken en vervangen van besluiten die tot de aldaar bedoelde geschillen hebben geleid.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop de Wet vereenvouding bekostiging VO in werking treedt.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling onvoorziene gevallen bij invoering vereenvoudiging bekostiging VO.