U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 24-10-2005.
Wijzigingen Officiële bron
Regeling van 7 juni 2005, nr. TRCJZ/2005/1411, houdende regels inzake preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s (Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s)Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’sDe Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (titel 4, hoofdstuk 1, paragraaf 1);

Gelet op:

verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 november 2003 inzake de bestrijding van salmonella en andere specifieke door voedsel overgedragen zoönoseverwekkers (PbEG L 325);

verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopatieën (PbEG L 147);

richtlijn nr. 2003/99/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 november 2003 inzake de bewaking van zoönoses en zoönoseverwekkers en houdende wijziging van beschikking nr. 90/424/EEG van de Raad van de Europese Unie en intrekking van richtlijn nr. 92/117/EEG van de Raad van de Europese Unie (PbEG L 325);

richtlijn nr. 2003/85/EG van de Raad van de Europese Unie van 29 september 2003 tot vaststelling van communautaire maatregelen voor de bestrijding van mond- en klauwzeer, tot intrekking van richtlijn nr. 85/511/EEG en van de beschikkingen nr. 89/531/EEG en nr. 91/665/EEG, en tot wijziging van richtlijn nr. 92/46/EEG (PbEG L 306);

richtlijn nr. 2001/89/EG van de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2001 betreffende maatregelen van de Gemeenschap ter bestrijding van klassieke varkenspest (PbEG L 316);

richtlijn nr. 95/70/EG van de Raad van de Europese Unie van 22 december 1995 tot vaststelling van minimale communautaire maatregelen ter bestrijding van bepaalde ziekten van tweekleppige weekdieren (PbEG L 332);

richtlijn nr. 93/53/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 juni 1993 tot vaststelling van minimale communautaire maatregelen voor de bestrijding van bepaalde visziekten (PbEG L 175);

richtlijn nr. 92/35/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 april 1992 tot vaststelling van controlevoorschriften en van maatregelen ter bestrijding van paardepest (PbEG L 157);

richtlijn nr. 92/40/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 19 mei 1992 tot vaststelling van communautaire maatregelen voor de bestrijding van aviaire influenza (PbEG L 167);

richtlijn nr. 92/66/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juli 1992 tot vaststelling van communautaire maatregelen voor de bestrijding van de ziekte van Newcastle (PbEG L 260);

richtlijn nr. 92/119/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 december 1992 tot vaststelling van algemene communautaire maatregelen voor de bestrijding van bepaalde dierziekten en van specifieke maatregelen ten aanzien van vesiculaire varkensziekte (PbEG 1993 L 62);

richtlijn nr. 91/68/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28 januari 1991 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer in schapen en geiten (PbEG L 46);

richtlijn nr. 90/425/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en produkten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (PbEG L 224);

richtlijn nr. 90/426/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van paardachtigen en de invoer van paardachtigen uit derde landen (PbEG L 224);

richtlijn nr. 90/539/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 oktober 1990 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van pluimvee en broedeieren (PbEG L 303);

richtlijn nr. 82/894/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1982 inzake de melding van dierziekten in de Gemeenschap (PbEG L 378);

richtlijn nr. 78/52/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 13 december 1977 tot vaststelling van de communautaire criteria voor de nationale programma’s voor de versnelde uitroeiing van brucellose, tuberculose en endemische leukose bij runderen (PbEG 1978 L 15);

richtlijn nr. 64/432/EEG van inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens, zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 97/12/EG van de Raad van de Europese Unie van 17 maart 1997 (PbEG L 109);

– beschikking nr. 90/424/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 betreffende bepaalde uitgaven op veterinair gebied (PbEG L 224);

– beschikking nr. 2003/100/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 13 februari 2003 tot vaststelling van minimumeisen voor fokprogramma’s ter verkrijging van resistentie tegen overdraagbare spongiforme encefalopathieën bij schapen (PbEG L 041);

Gelet op de artikelen 10, eerste en tweede lid, onderdelen b en c, 11, eerste lid, 15, 17, 18, 23, 25, tweede lid, 26, 30, 31, 77, 81, 94, 100 en 107, 108 en 108a van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, artikel 10a van de Veewet, artikel 19 van de Landbouwwet, artikel 7, tweede en derde lid van de wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990, de artikelen 3 en 5 van het Besluit verdachte dieren, de artikelen 3 en 3a van het Besluit bescherming tegen bepaalde zoönosen en besmettelijke dierziekten, de artikelen 2 en 3 van het Besluit gebruik sera en entstoffen;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.P.Veerman

Als besmettelijke dierziekten als bedoeld in artikel 15 van de wet bij vee worden aangewezen:

Als besmettelijke dierziekten als bedoeld in artikel 15 van de wet bij pluimvee worden aangewezen:

Als besmettelijke dierziekten als bedoeld in artikel 15 van de wet bij bijen worden aangewezen:

Als besmettelijke dierziekten als bedoeld in artikel 15 van de wet bij nertsen worden aangewezen:

Als besmettelijke dierziekten als bedoeld in artikel 15 van de wet bij zoogdieren niet zijnde vee en nertsen worden aangewezen:

Als besmettelijke dierziekten als bedoeld in artikel 15 van de wet bij andere vogels dan pluimvee worden aangewezen:

Als besmettelijke dierziekten als bedoeld in artikel 15 van de wet bij beenvissen worden aangewezen:

Als besmettelijke dierziekten als bedoeld in artikel 15 van de wet bij tweekleppigen worden aangewezen:

Als andere besmettelijke dierziekten als bedoeld in artikel 100 van de wet worden aangewezen:

De termijn, bedoeld in artikel 3, laatste onderdeel oo, van het Besluit verdachte dieren is:

De termijn, bedoeld in artikel 5, eerste lid, laatste onderdeel mm, van het Besluit verdachte dieren is:

Het verzamelen van varkens is verboden.

De erkenning, bedoeld in artikel 21, wordt verleend indien:

De erkenning, bedoeld in artikel 21, wordt ingetrokken indien het varkensverzamelcentrum niet langer voldoet aan de eisen, bedoeld in de artikelen 22 of 23.

In afwijking van artikel 2.26, eerste lid, van de Regeling handel levende dieren en levende producten stelt de aanbieder de VWA uiterlijk 24 uur voorafgaande aan de aanvoer op het varkensverzamelcentrum schriftelijk in kennis van de aanvoer van varkens afkomstig uit een lidstaat onder vermelding van de aanvoerdatum, de categorie varkens, het aantal varkens en het bestemmingsadres van de varkens.

Indien het runderverzamelcentrum naar het oordeel van de minister niet voldoet aan de voor de aanvoer van weiderunderen op een vetweiderijbedrijf opgestelde voorwaarden, bedoeld in artikel 31 en in bijlage 3, kan de minister besluiten dat op het runderverzamelcentrum niet langer weiderunderen mogen worden verzameld.

Een overeenkomstig artikel 40 erkend schapenverzamelcentrum, onderscheidenlijk geitenverzamelcentrum voldoet aan de volgende eisen:

Markten waarop pluimvee, loopvogels of postduiven worden verhandeld zijn in Nederland verboden, evenals het organiseren van wedvluchten van postduiven of het tijdelijk verzamelen op één plaats van pluimvee, loopvogels of postduiven die afkomstig zijn van verschillende plaatsen en vervolgens naar verschillende plaatsen binnen Nederland, niet zijnde slachterijen, worden weggevoerd.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Het in artikel 29, eerste lid, en artikel 39, eerste lid, bedoelde verbod geldt niet voor het verzamelen van runderen, schapen of geiten, afkomstig van verschillende bedrijven, voor een tentoonstelling of een keuring op een plaats, indien wordt voldaan aan de artikelen 49 tot en met 51.

Voor de werkzaamheden is de aanbieder een vergoeding verschuldigd. Deze vergoeding bestaat uit een starttarief van € 35,92 indien op de dag waarop de werkzaamheden plaatsvinden, geen varkens of runderen anders dan in doorvoer buiten Nederland worden gebracht en een bedrag van

Indien certificaten worden afgegeven, is de aanbieder boven de vergoedingen, bedoeld in artikel 52, een vergoeding verschuldigd van € 2,15 per certificaat.

Indien een vervoerder van evenhoevigen het bepaalde in deze regeling bij herhaling overtreedt, kan de minister de erkenning, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van het Besluit dierenvervoer 1994, schorsen of intrekken.

Het is verboden een of meer evenhoevigen te vervoeren met een vervoermiddel waaruit uitwerpselen, strooisel of voeder kunnen lopen of vallen.

De voorziening, bedoeld in artikel 59, tweede lid, wordt uitsluitend gebruikt voor het reinigen en ontsmetten van vervoermiddelen voor evenhoevigen.

Het in artikel 64, eerste lid, bedoelde verbod is niet van toepassing op het vervoer van een vervoermiddel over de openbare weg vanaf een slachtplaats met geringe capaciteit, waarvan de eigenaar of exploitant beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 59, vijfde lid, indien:

De reiniging en ontsmetting, bedoeld in de artikelen 63, 64, 69 en 70 geschieden overeenkomstig de in bijlage 10 opgenomen voorschriften.

Artikel 74 is van overeenkomstige toepassing op een vervoermiddel waarmee een of meer runderen of varkens zijn vervoerd, dat blijkens zijn kenteken in het buitenland thuishoort, waarbij geldt dat waar in dat artikel sprake is van de vermelding van gegevens in het door de minister verstrekte geschrift, de bedoelde gegevens ook op andere wijze mogen worden vastgelegd, voorzover dit geschiedt op een wijze die voor een ambtenaar als bedoeld in artikel 114, eerste lid, van de wet, controleerbaar is.

De eigenaar of exploitant van een houderij van evenhoevigen, verzamelcentrum voor evenhoevigen, of slachtplaats, dan wel diens vertegenwoordiger, vermeldt in een op het bedrijf aanwezig register de datum van de aanwezigheid, het tijdstip van de laatste reiniging en ontsmetting, alsmede het kenteken en het nummer van het in artikel 74, vierde lid, onderdeel b, bedoelde goedkeuringsbewijs van elk vervoermiddel waarmee een of meer evenhoevigen zijn of worden vervoerd, waarbij:

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

In het kader van het Monitoringsprogramma Aviaire Influenza 2003 nemen de personen die bedrijfsmatig kippen, kalkoenen en eenden houden, op instructie van de Gezondheidsdienst voor dieren, bloed af bij deze dieren, teneinde dat in laboratoria te laten onderzoeken op Aviaire Influenza.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

dieren: kippen en kalkoenen.

Als modellen van waarschuwingsborden als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel c, van de wet, die worden geplaatst ter aanduiding van een gebied waar ingevolge artikel 30 van de wet een verbod tot vervoeren van kracht is, worden vastgesteld de in bijlage 21 opgenomen modellen.

Het onschadelijk maken, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel g, van de wet, en het vernietigen, bedoeld in artikel 22, tweede lid, onderdelen f en g, van de wet, geschiedt:

Het ontsmetten van gebouwen, terreinen, bewaarplaatsen van mest, bijenwoning en dieren, voorwerpen en producten is gericht op het effectief en efficiënt onschadelijk maken van smetstof, waarbij elk geval op zichzelf wordt beoordeeld en geschiedt op de in de bijlage 23 beschreven wijze.

Het ontsmetten geschiedt met een van de volgende middelen:

De minister beslist in elk bijzonder geval op welke wijze het onschadelijk maken, het vernietigen en het reinigen en ontsmetten geschiedt en welke reinigings- en ontsmettingsmiddelen daarbij worden gebruikt.

In gevallen waarin dit hoofdstuk niet voorziet, beslist de minister.

Als personen of groepen van personen die toegang hebben tot gebouwen, terreinen of gedeelten van gebouwen of terreinen waar een kenteken als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de wet is geplaatst, worden aangewezen:

Wijzigt de Regeling toegelaten handelingen.

Wijzigt de Regeling zekerheidsstelling en betaling VWA-keurlonen.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Van verschijnselen van de ziekte van Aujeszky, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel a, is sprake indien:

De waarden, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel b:

a. Algemene eisen

b. Voorzieningen

c. Reiniging en ontsmetting

d. Administratie

Als dierziekten als bedoeld in artikel 82, onderdeel a zijn aangewezen:

De effectiviteit van de vaccinaties van reproductiedieren en leghennen van 10 weken of ouder dient, door middel van onderzoek van bloed van ten minste 30 willekeurig gekozen dieren per koppel, in ieder geval te worden gecontroleerd, vóór verplaatsing van het koppel en tevens maximaal 9 weken voor de slacht. Dit geldt niet voor dieren die binnen een bedrijf naar een ander lokaal worden verplaatst, voorzover daarbij geen vervoer over de openbare weg plaatsheeft.

De effectiviteit van de vaccinaties van vleeskuikens en vleeskalkoenen dient, door middel van onderzoek van bloed van ten minste 30 willekeurig gekozen dieren per koppel en ten minste 5 dieren per lokaal wanneer op het bedrijf wordt getapt en 30 willekeurig gekozen dieren per koppel wanneer op het slachthuis wordt getapt, in elk geval te worden gecontroleerd:

bij vleeskuikens:

vanaf een leeftijd van 4 weken op het bedrijf, dan wel aan de slachtlijn;

bij vleeskalkoenen:

vanaf een leeftijd van 13 weken op het bedrijf, dan wel aan de slachtlijn.

Het afnemen van bloed op het bedrijf geschiedt door een dierenarts dan wel door een op aanwijzing van en onder controle van een dierenarts handelende dierenartsassistent als bedoeld in artikel 9 van het Besluit paraveterinairen. Het afnemen van bloed aan de slachtlijn geschiedt onder verantwoordelijkheid van een dierenarts.

Vleeskuikens:

Eerste verplichte vaccinatie:

uit te voeren tussen 3e en 10e levensdag met levende entstof spray;

Tweede verplichte vaccinatie:

uit te voeren na de 17e levensdag met gecloneerde entstof met spray of aerosol.

Vleeskalkoenen:

Tussen de 14e en de 16e levensdag:

levende entstof spray;

Tussen de 28e en de 30e dag:

levende entstof aerosol;

In de 10e levensweek:

levende entstof aerosol;

Voor de hanen bovendien in de 17e levensweek:

levende entstof aerosol.

Wit van kleur met een rode rand en bedrukt met rode letters:

Blauw van kleur met een witte opdruk:

a. Blauw van kleur en bedrukt met zwarte letters:

Blauw van kleur met een witte opdruk:

b. Blauw van kleur en bedrukt met zwarte letters: