Ministeriële regeling · BWBR0018466
Regeling groenprojecten 2005
Na overleg met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en na overleg met de Minister van Verkeer en Waterstaat;
Gelet op artikel 5.14, derde lid, onderdeel a, en zesde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;
Besluiten:
Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag22 juni 2005De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, P.L.B.A. vanGeel De Staatssecretaris van Financiën, J.G.WijnIn deze regeling wordt verstaan onder:
- a.
project: in Nederland gelegen technisch, functioneel en in de tijd samenhangend geheel van activa en werkzaamheden;
- b.
bestaand project:
- 1°.
project als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, e, onder 3° en 4°, f, g, i, j of k, waarvoor ten minste zes maanden voor de dag waarop de aanvraag tot afgifte van een verklaring wordt ingediend een begin met de uitvoering van de werkzaamheden is gemaakt;
- 2°.
project als bedoeld in artikel 2, onderdeel h.1°, h.2°, h.3° en h.4° waarvoor op de dag van indiening van een aanvraag tot afgifte van een verklaring een aanvang met de uitvoering van de werkzaamheden is gemaakt;
- 3°.
project als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, c of d, dat ten minste zes maanden voor de dag waarop de aanvraag tot afgifte van een verklaring wordt ingediend, reeds voldeed aan een van de projectomschrijvingen in het betreffende onderdeel;
- 4°.
projecten als bedoeld in artikel 2, onderdeel h.5°, waarvoor meer dan acht maanden voor de dag waarop de aanvraag tot afgifte van een verklaring wordt ingediend, de hypotheekakte werd gepasseerd dan wel de leenovereenkomst werd gesloten;
- 1°.
- c.
projectbeheerder: degene voor wiens rekening en risico het project wordt ontwikkeld en in stand gehouden;
- d.
projectvermogen: vermogen dat nodig is voor de financiering van vaste activa en de werkzaamheden om de vaste activa te plaatsen, voorzover noodzakelijk voor en uitsluitend dienstbaar aan de totstandbrenging van een project;
- e.
verklaring: schriftelijk besluit van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer als bedoeld in artikel 5.14, derde lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001, waarin wordt verklaard dat een project in het belang is van de bescherming van het milieu, waaronder natuur en bos;
- f.
accountantsverklaring: verklaring, afgegeven door een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent;
- g.
Groen Label Kas: tuinbouwkas die bestemd is voor het bedrijfsmatig telen van tuinbouwgewassen, en ter zake waarvan, door middel van een certificaat afgegeven door een bij de Raad voor Accreditatie erkende organisatie, is aangetoond dat deze kas voldoet aan de eisen van het Certificatieschema Groen Label Kas 8.0 en minimaal 85 punten behaalt voor de extensieve stookteelt of 115 punten voor de intensieve stookteelt volgens de aldaar vermelde systematiek. Het Certificatieschema Groen Label Kas 8.0 dat als bijlage bij deze regeling behoort, ligt ter inzage in de bibliotheek van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
- h.
woning: gebouw, bedoeld voor bewoning, dat voortdurend als hoofdverblijf ter beschikking zal staan aan een of meer natuurlijke personen en per wooneenheid ten minste is voorzien van een eigen toegang, een gescheiden leef- en slaapgedeelte, een eigen toilet, een eigen bad- of douchevoorziening, alsmede van een energieaansluiting, bedoeld voor een kooktoestel om een maaltijd te kunnen bereiden;
- i.
eigenaar-bewoner: natuurlijk persoon die een woning in eigendom heeft dan wel verkrijgt en daarin zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben, dan wel de erfpachter, vruchtgebruiker of gerechtigde tot een appartementsrecht als bedoeld in artikel 106 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, voorzover deze rechten betrekking hebben op een woning zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder h;
- j.
duurzaam geproduceerd hout: hout waarvoor een door het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer erkend certificaat is afgegeven waaruit blijkt dat het voldoet aan de Nederlandse minimumeisen en waarvan het gebruik is aangetoond door middel van certificaten en afleverbewijzen of facturen;
- k.
Energie-index: maat voor de energieprestatie van bestaande woningen aan de hand van een genormeerde berekening;
- l.
energielabel: gestandaardiseerde omzetting van de energieklasse in een label met de waardes A tot en met G;
- m.
labelstap: verandering van de Energie-index van een gebouw waardoor het gebouw een ander energielabel krijgt.
Tot het projectvermogen met betrekking tot een project als bedoeld in artikel 2, onderdeel e, onder 3°, wordt niet gerekend het vermogen dat nodig is voor de financiering van de grond, de kosten voor goederen waarop niet wordt afgeschreven, tuinbouwgewassen, transportsystemen en onderhoud en de kosten, exclusief de kosten voor gelijktijdig opwekken van warmte/kracht of de kosten van een warmtepomp en/of warmte en koudeopslag, per vierkante meter kasoppervlak die meer bedragen dan € 100,–.
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer kan, in overeenstemming met de Minister van Financiën en na overleg met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Verkeer en Waterstaat, een verklaring afgeven voor:
- a.
projecten, bestaande uit aaneengesloten gebieden met een oppervlakte van ten minste vijf hectare, die gericht zijn op de ontwikkeling en instandhouding van bos en andere houtopstanden, met uitzondering van vruchtbomen, windsingels, wegbeplantingen en bomen die bestemd zijn om te dienen als kerstbomen en kweekgoed;
- b.
projecten die zijn gericht op de ontwikkeling en instandhouding van natuur- en landschappelijke waarden in:
- 1°.
gebieden die als beschermd natuurmonument of staatsnatuurmonument zijn aangewezen op grond van de Natuurbeschermingswet 1998, of
- 2°.
gebieden die in het Structuurschema Groene Ruimte (Kamerstukken II 1993/94, 22 880) zijn aangemerkt als gebieden behoud en herstel bestaande landschapskwaliteit en waarvoor een gebiedsperspectief waardevol cultuurlandschap geldt;
- 1°.
- c.
projecten die zijn gericht op de ontwikkeling en instandhouding van:
- 1°.
nieuwe natuur- en landschappelijke waarden van landgoederen als bedoeld in artikel 2 van de Natuurschoonwet 1928, of
- 2°.
natuur- en landschappelijke waarden blijkens een landinrichtingsplan als bedoeld in artikel 73 van de Landinrichtingswet, een inrichtingsplan als bedoeld in artikel 17 van de Wet inrichting landelijk gebied, een plan van voorzieningen als bedoeld in artikel 44 van de Reconstructiewet Midden-Delfland, of een herinrichtingsplan als bedoeld in artikel 16 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën;
- 1°.
- d.
projecten:
- 1°.
in een natuurgebied die zijn gericht op de ontwikkeling en instandhouding van nieuwe natuur- en landschappelijke waarden en in aanmerking zijn gekomen voor subsidie op grond van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 en wat betreft bos en houtopstanden tevens voldoen aan onderdeel a;
- 2°.
in een beheers-, probleem-, natuur- of landschapsgebied die zijn gericht op de ontwikkeling en instandhouding van nieuwe natuur- en landschappelijke waarden en in aanmerking zijn gekomen voor subsidie op grond van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer en wat betreft bos en houtopstanden tevens voldoen aan onderdeel a;
- 3°.
van publiekrechtelijke rechtspersonen of van instellingen als bedoeld in de Regeling bijdragen particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties die zijn gericht op de ontwikkeling en de instandhouding van nieuwe natuur- en landschappelijke waarden in gebieden waarvoor een begrenzingenplan is vastgesteld als bedoeld in de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling;
- 4°.
die zijn gericht op de ontwikkeling en de instandhouding van nieuwe natuur- en landschappelijke waarden en in aanmerking zijn gekomen voor subsidie op grond van de Tijdelijke regeling particulier natuurbeheer;
- 5°.
in een beheers- of reservaatgebied die zijn gericht op de ontwikkeling en instandhouding van nieuwe natuur- en landschappelijke waarden en waarvoor een beheersovereenkomst is gesloten als bedoeld in de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling;
- 6°.
in een probleemgebied die zijn gericht op de ontwikkeling en instandhouding van nieuwe natuur- en landschappelijke waarden en waarvoor een beheersovereenkomst is gesloten als bedoeld in de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling;
- 1°.
- e.
projecten die zijn gericht op:
- 1°.
het produceren of verwerken van plantaardige landbouwproducten overeenkomstig het Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode;
- 2°.
het produceren of verwerken van dierlijke landbouwproducten overeenkomstig het Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode;
- 3°.
het bedrijfsmatig telen van gewassen in een Groen Label Kas;
- 1°.
- f.
projecten die zijn gericht op de industriële verwerking van landbouwgrondstoffen of reststoffen van natuurbeheer tot producten die niet geschikt zijn voor menselijke of dierlijke consumptie, indien die producten in Nederland nog niet gangbaar zijn en leiden tot een vermindering van de aantasting van het milieu, met uitzondering van de verwerking van genoemde stoffen tot energie of energiedragers;
- g.
projecten die zijn gericht op:
- 1°.
het opwekken van elektriciteit uit schoon hout en energierijke gewassen;
- 2°.
het opwekken van elektrische energie door middel van een windturbine die is gecertificeerd volgens NVN 11400-0 (uitgave 1999), voorzover deze normen daarop van toepassing is;
- 3°.
het opwekken van elektrische energie met behulp van fotovoltaïsche cellen;
- 4°.
het gebruik van thermische zonne-energie door middel van zonnecollectoren;
- 5°.
het winnen van aardwarmte;
- 6°.
het opwekken van elektrische energie uit waterkracht;
- 7°.
het met behulp van warmtepompen met een COP (coëfficiënt of performance) van ten minste 4 en een gesloten bodemwarmtewisselaar of aquifer opwaarderen van laagwaardige warmte naar hoogwaardige warmte op een zodanige wijze dat de hoogwaardige warmte nuttig wordt aangewend;
- 8°.
warmte-, onderscheidenlijk koudeopslag, in een aquifer gedurende ten minste een maand;
- 9°.
het aanleggen van warmtedistributienetten en het bouwen van centrale bijstookketels en warmtebuffers ten behoeve van stadsverwarmingprojecten en de verwarming van tuinbouwkassen die thermische energie benutten van elektriciteitsopwekkinginstallaties;
- 1°.
- h.
projecten die zijn gericht op:
- 1°.
het realiseren van nieuw te bouwen woningen die voldoen aan bijlage 1 bij deze regeling en tevens minimaal 150 punten behalen volgens de in die bijlage vermelde systematiek;
- 2°.
het door herbestemming van niet-woningen realiseren van nieuwe woningen die voldoen aan bijlage 2 bij deze regeling en tevens minimaal 125 punten behalen volgens de in die bijlage vermelde systematiek, of
- 3°.
het renoveren van bestaande woningen die zijn gebouwd voor 1980 en die voldoen aan bijlage 2 bij deze regeling en tevens minimaal 125 punten behalen volgens de in die bijlage vermelde systematiek;
- 4°.
het realiseren van utiliteitsgebouwen die voldoen aan bijlage 3 bij deze regeling;
- 5°.
het renoveren van bestaande woningen door de eigenaar-bewoner, waarbij indien hout wordt toegepast dat duurzaam geproduceerd hout is, en waarbij energiebesparende maatregelen worden doorgevoerd, en die voldoen aan één van de volgende niveaus:
- a.
vervallen;
- b.
de Energie-index van de woning is na renovatie ten minste vier labelstappen lager dan ervoor en de woning verkrijgt na renovatie minimaal een B-label;
- c.
de Energie-index van de woning is na renovatie ten minste vijf labelstappen lager dan ervoor en de woning verkrijgt na renovatie een A label;
- a.
- 1°.
- i.
projecten die zijn gericht op de realisatie van vrijgelegen dan wel verhoogde fietspaden die verhard zijn met asfalt en die:
- 1°.
de directe bereikbaarheid van transferia bevorderen,
- 2°.
knelpunten opheffen in het recreatieve landelijk fietsroutenet als aangegeven in het Structuurschema Groene Ruimte, bedoeld in artikel 2, onder b, onderdeel 2°, en gelegen zijn buiten de bebouwde kom,
- 3°.
buiten de bebouwde kom gelegen zijn en de directe verbinding vormen tussen:
- –
woonkernen met meer dan 50.000 inwoners en de direct omringende woonkernen en leiden tot een vermindering van de reistijd,
- –
Vinex-locaties en de direct omringende woonkernen, of
- –
een woonkern, waaronder begrepen een verblijfsrecreatieconcentratie, en het landelijk net, bedoeld onder 2°;
- –
- 1°.
- j.
projecten die zijn gericht op het vrijwillig saneren van verontreinigde bodems of waterbodems ter zake waarvan overeenkomstig artikel 29 van de Wet op de bodembescherming is beslist dat er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging en overeenkomstig artikel 39, tweede lid, van die wet goedkeuring is gegeven aan het saneringsplan en waaraan naar zijn oordeel voorrang moet worden verleend;
- k.
andere innovatieve en hoogwaardige projecten die naar zijn oordeel in het belang zijn van de bescherming van het milieu, waaronder natuur en bos.
Een verklaring wordt niet afgegeven op aanvragen voor:
- a.
een bestaand project;
- b.
een project waarvan het projectvermogen minder bedraagt dan € 22.689;
- c.
een project waarvan het niet aannemelijk is dat het enig eigen rendement heeft, subsidies van overheden en convenantsmiddelen daaronder begrepen;
- d.
een project waarvan het te verwachten economisch rendement in verhouding tot het risico en het milieubelang zodanig is dat het zonder toepassing van deze regeling tot stand kan komen;
- e.
een project als bedoeld in artikel 2, onderdeel h, onder 1° of 2°, indien per kalenderjaar reeds voor 5000 woningen een verklaring is afgegeven;
- f.
een project als bedoeld in artikel 2, onderdeel h, onder 3°, indien per kalenderjaar reeds voor 5000 woningen een verklaring is afgegeven;
- g.
een project betreffende een woning als bedoeld in artikel 2, onderdeel h, onder 1° of 2°, waarvan de stichtingskosten meer dan € 272.268 bedragen;
- h.
een project betreffende een utiliteitsgebouw als bedoeld in artikel 2, onderdeel h, onder 4°, indien de aanvraag voor een groenverklaring is ingediend voor 1 januari 2005;
- i.
een project betreffende een utiliteitsgebouw als bedoeld in artikel 2, onderdeel h, onder 4°, indien per kalenderjaar reeds voor 50.000 m2 bruto vloeroppervlak een verklaring is afgegeven;
- j.
een project, indien dit tot gevolg zou hebben dat op een bouwwerk gelijktijdig een verklaring op grond van artikel 2, onderdeel h, onder 4°, en een verklaring op grond van artikel 2, onderdeel g of k, van toepassing zou zijn;
- k.
een project, waarvoor vanwege de overheid of de Commissie van de Europese Gemeenschappen uit anderen hoofde dan toekenning van een financieel of ander voordeel dat op grond van deze regeling door de projectbeheerder wordt genoten, een zodanig voordeel is of zal worden verstrekt, dat door die toekenning het totale op grond van de communautaire regelgeving toegestane voordeel, zou worden overschreden.
Het eerste lid, onderdeel c, is niet van toepassing op projecten als bedoeld in artikel 2, onderdeel i.
Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing op projecten als bedoeld in artikel 2, onderdeel g.3°, g.4°, of g.7°, die worden uitgevoerd op of aan een woning en die worden uitgevoerd voor rekening en risico van de eigenaar-bewoner.
Een verklaring kan slechts worden aangevraagd door en afgegeven worden aan een kredietinstelling of een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 5.14, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, die voornemens is in belangrijke mate bij te dragen aan het verstrekken van kredieten ten behoeve van het project dan wel het direct of indirect beleggen van vermogen in het project.
Een aanvraag voor projecten als bedoeld in artikel 2, onderdelen a tot en met f, wordt ingediend bij de Dienst Regelingen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en voor andere projecten bij SenterNovem.
Voor projecten waarvoor reeds eerder een verklaring is afgegeven kan een nieuwe aanvraag eerst drie jaar voor de afloop van de geldende verklaring worden ingediend.
De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier dat door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer op aanvraag beschikbaar wordt gesteld.
Aan een aanvrager kan worden verzocht een accountantsverklaring te overleggen, waaruit de juistheid of aannemelijkheid van de in de aanvraag vermelde gegevens blijkt.
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer beslist, in overeenstemming met de Minister van Financiën en na overleg met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Verkeer en Waterstaat, op een aanvraag binnen acht weken na de indiening ervan.
Een afschrift van het besluit wordt gezonden aan de projectbeheerder.
De verklaring kan maximaal negen maanden na de afgifte van de verklaring in werking treden en kan niet langer gelden dan de verwachte levensduur van het project en dan een duur van ten hoogste:
- a.
tien jaren;
- b.
dertig jaren, indien het een project betreft als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, b, c of d;
- c.
vijftien jaren, indien het een project betreft als bedoeld in artikel 2, onderdeel g.3°, g.4°, of g.7°, die worden uitgevoerd op of aan een woning en die worden uitgevoerd voor rekening en risico van de eigenaar-bewoner.
De verklaring vermeldt de aard van het project, het projectvermogen, de datum waarop de verklaring in werking treedt en de periode waarvoor de verklaring geldt.
Ter zake van een project als bedoeld in artikel 2, onderdeel d, onder 5° en 6°., komt voor een verklaring in aanmerking een bedrag van:
- 1°.
ten hoogste € 2.268 per hectare indien het project betrekking heeft op passief beheer;
- 2°.
ten hoogste € 4.538 per hectare indien het project betrekking heeft op licht beheer;
- 3°.
ten hoogste € 6.808 per hectare indien het project betrekking heeft op zwaar beheer.
Ter zake van een project als bedoeld in artikel 2, onderdeel d, onder 2°, komt voor een verklaring in aanmerking een bedrag van:
- 1°.
ten hoogste € 2.268 per hectare voor projecten als bedoeld in de bijlagen 19 tot en met 22 bij de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer;
- 2°.
ten hoogste € 4.538 per hectare voor projecten als bedoeld in de bijlagen 15 tot en met 17, 24 tot en met 30, 32 en 45 bij de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer;
- 3°.
ten hoogste € 6.808 per hectare voor projecten als bedoeld in de bijlagen 6 tot en met 14, 18, 23 en 41 tot en met 43 bij de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer.
In afwijking van het vierde lid komen projecten die betrekking hebben op beheerspakketten als bedoeld in de bijlagen 19 tot en met 22 bij de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer, waarvan de bijbehorende subpakketten inhoudelijk gelijk zijn aan een gelijknamig beheerspakket als bedoeld in de bijlagen 12 tot en met 18 bij die regeling, in aanmerking voor een bedrag dat gelijk is aan het bij die beheerspakketten behorende bedrag, genoemd in de bijlagen 12 tot en met 18 bij die regeling.
Ter zake van een project als bedoeld in artikel 2, onderdeel e, onder 3°, komt voor een verklaring in aanmerking een bedrag van ten hoogste € 100 per m2 kasoppervlak, exclusief de kosten voor het gelijktijdig opwekken van warmte en kracht of de kosten van een warmptepomp en/of warmte en koudeopslag.
Ter zake van een project als bedoeld in artikel 2, onderdeel h, onder 4°, komt voor een verklaring in aanmerking een bedrag van ten hoogste € 400 per m2 bruto vloeroppervlak.
Ter zake van een project als bedoeld in artikel 2, onderdeel h, onder 4°, komt voor een verklaring in aanmerking maximaal 5000 m2 bruto vloeroppervlak per project.
Het projectvermogen van een project onder artikel 2, onderdeel k, wordt, indien het meer bedraagt dan € 25.000.000, beperkt tot dat bedrag, tenzij bij besluit van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer in overeenstemming met de Minister van Financiën anders is bepaald.
Het projectvermogen kan niet meer bedragen dan het bedrag dat op grond van het mededingingsbeleid van de Europese Unie is toegestaan.
Voor een woning als bedoeld in artikel 2, onderdeel h, onder 1°, 2° of 3°, komt ten hoogste een bedrag van € 34.034 voor een verklaring in aanmerking.
Het projectvermogen kan, indien het meer bedraagt dan € 34.033.516, tot dat bedrag worden beperkt.
De verklaring voor een project als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, e, f, g, h.1° t/m h.4°, i, j of k vervalt indien binnen 2 jaar na de dag van afgifte van een verklaring geen aanvang is gemaakt met de uitvoering van de werkzaamheden.
In de verklaring kunnen nadere voorwaarden worden opgenomen.
Voor een woning als bedoeld in artikel 2, onderdeel h, onder 5°, komt voor een verklaring in aanmerking:
- a.
vervallen;
- b.
een bedrag van maximaal € 50.000 voor projecten die voldoen aan de eisen zoals bedoeld in artikel 2, onderdeel h, onder 5°, onder b;
- c.
een bedrag van maximaal € 100.000 voor projecten die voldoen aan de eisen zoals bedoeld in artikel 2, onderdeel h, onder 5°, onder c.
Indien het projectvermogen meer bedraagt dan € 25 000 000, of het bedrag dat met de verklaring, bedoeld in artikel 2, mogelijk als een financieel of ander voordeel kan worden verworven, meer bedraagt dan € 5 000 000, meldt de Minister het project overeenkomstig artikel 88, derde lid, van het EG-verdrag aan bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen.
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer kan, in overeenstemming met de Minister van Financiën en na overleg met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Verkeer en Waterstaat, de verklaring intrekken indien:
- a.
de ter zake verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste of volledige gegevens bekend waren geweest;
- b.
blijkt dat de uitvoering van het project in aanzienlijke mate afwijkt van het project op grond waarvan de verklaring is afgegeven;
- c.
blijkt dat de projectbeheerder de vermogenstoestand van het project niet afzonderlijk administreert;
- d.
niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in de verklaring zijn opgenomen;
- e.
de melding, bedoeld in artikel 8, niet onverwijld is geschied;
- f.
bij projecten als bedoeld in artikel 2, onderdeel h, onder 5°, de werkzaamheden niet zijn beëindigd binnen twee jaar na de dag waarop de hypotheekakte werd gepasseerd dan wel de leenovereenkomst werd gesloten.
Het besluit tot intrekking kan terugwerkende kracht hebben.
Het besluit tot intrekking wordt gezonden aan de aanvrager.
Een afschrift van het besluit wordt gezonden aan de projectbeheerder en de inspecteur.
Indien de uitvoering van een project wordt gewijzigd doet de instelling die kapitaal verschaft ten behoeve van een project waarvoor een verklaring is afgegeven, daarvan onverwijld melding aan de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
Ten behoeve van de vaststelling van een verklaring van de daartoe van belang zijnde gegevens en van de daaraan verbonden rechten en plichten is ten aanzien van de kredietinstelling of beleggingsinstelling, bedoeld in artikel 5.14, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de projectbeheerder hoofdstuk VIII, afdeling 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing, waarbij de aldaar jegens de inspecteur opgelegde verplichtingen mede gelden jegens de door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aangewezen personen.
De in artikel 2, onderdeel g, onder 2°, gegeven verwijzing naar NVN-norm 11400-0, heeft betrekking op de laatst uitgegeven NVN-norm, met de daarop uitgegeven aanvullingen en correctiebladen. Een uitgegeven aanvulling, onderscheidenlijk correctieblad, wordt eerst van toepassing op 1 januari van het jaar volgende op dat waarin de uitgifte heeft plaatsgevonden.
Met de in deze regeling bedoelde normen, meetvoorschriften, tests, verklaringen en certificaten, worden gelijkgesteld normen, meetvoorschriften, tests, verklaringen en certificaten die worden toegepast in een andere staat en die ten minste een gelijkwaardig beschermingsniveau bieden dan wel indien het verklaringen en certificaten betreft, deze zijn afgegeven op basis van onderzoekingen die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale onderzoekingen wordt nagestreefd.
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer kan, in overeenstemming met de Minister van Financiën en na overleg met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Verkeer en Waterstaat, een verklaring afgeven voor:
- a.
projecten als bedoeld in artikel 2, onderdeel e, onder 3°, van de Regeling groenprojecten 2002, zoals deze luidde voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling, indien een aanvraag daartoe binnen twee weken na de datum van inwerkingtreding van deze regeling wordt ingediend en voor dit project een bouwvergunning is afgegeven die rechtsgeldig is ten tijde van de aanvraag en waarvoor de verplichting tot levering van de kas voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling is aangegaan;
- b.
projecten als bedoeld in artikel 2, onderdeel h, van de Regeling groenprojecten 2002, zoals deze luidde voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling, indien een aanvraag daartoe binnen negen weken na de datum van inwerkingtreding van deze regeling wordt ingediend en waarvoor voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling een aanvraag voor een bouwvergunning is ingediend;
- c.
projecten als bedoeld in artikel 2, onderdeel h, van de Regeling groenprojecten 2005, zoals deze luidde voor de datum van inwerkingtreding van de regeling groenprojecten 2006, indien een aanvraag daartoe binnen twaalf weken na de datum van inwerkingtreding van deze regeling wordt ingediend en waarvoor voor 1 januari 2006 een aanvraag voor een bouwvergunning is ingediend.
Aan een verklaring voor een project als bedoeld in het eerste lid, onder a, is de voorwaarde verbonden dat binnen drie maanden na het onherroepelijk worden van de bouwvergunning een begin met de uitvoering van de bouwwerkzaamheden wordt gemaakt.
De Regeling groenprojecten 2002 wordt ingetrokken.
De regeling, genoemd in het eerste lid, blijft van toepassing op projecten waaarvoor voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling een aanvraag voor een verklaring is ingediend.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling groenprojecten 2005.
1. Deze bijlage wordt aangehaald als: Maatlat duurzame woningbouw 2006.
2. Met het Nationaal pakket wordt bedoeld de uitgave ‘Duurzaam bouwen: nationaal pakket woningbouw’ (uitgave van de Stichting Bouwresearch, bestelnummer 359.S).
3. Bij het indienen van de aanvraag wordt uitgegaan van de meest recente uitgave van het Nationaal pakket.
4. Indien maatregelen zijn vervallen in het Nationaal pakket, behoeft hieraan niet te worden voldaan in deze maatlat.
5. De basiseisen zijn verwoord in tabel I. Aan elke basiseis wordt voldaan. Indien de aanvrager aantoont, dat met een alternatieve maatregel een kwalitatief ten minste gelijkwaardig resultaat wordt behaald, kan met deze maatregel voldaan worden aan de desbetreffende basiseis.
6. In de kolom ‘Specificatie’ geven de S-nummers de specificatiebladen aan zoals deze zijn opgenomen in de CD-ROM-versie van het Nationaal pakket. In dit pakket worden de in deze kolom vaak summier omschreven maatregelen verder geconcretiseerd. De CD-ROM bevat standaardtitels voor overeenkomstige maatregelen in nieuwbouw en beheer.
7. De keuzemaatregelen staan in tabel II. In de kolom ‘Specificatie’ van Tabel II geeft een X-nummer aan dat het om een maatregel gaat die nog niet is opgenomen in het Nationaal pakket.
8. In de kolom ‘punten per eenheid’ is het aantal punten aangegeven, dat voor de maatregel wordt toegekend per eenheid, die genoemd is in de kolom ‘eenheid’. Daar waar de maatregel meerdere malen kan worden toegepast, is het aantal te behalen punten gemaximeerd. Deze maximering is aangegeven in de kolom ‘max. aantal punten’.
9. In tegenstelling tot het hierboven gestelde moet voor maatregel S 063 (Indien hout wordt toegepast, pas dan duurzaam geproduceerd hout toe) gebruik worden gemaakt van de uitwerking van de maatregel in het specificatieblad van het Nationaal pakket uit november 2002. Aan deze eis wordt derhalve slechts voldaan als er inderdaad duurzaam geproduceerd hout wordt toegepast. Deze eis werkt door in maatregel S 171.
Maatlat duurzame woningbouw 2005
Specificatie blad | Omschrijving maatregel | Opmerking |
S002 | realiseer een energieprestatie die beter is dan de eis in het Bouwbesluit | EPC <= 0,72 |
S012 | maak warmteweerstand begane grondvloer Rc ≥ 3 m2 K/W | |
S013 | maak warmteweerstand gesloten geveldelen Rc ≥ 3m2 K/W | |
S016 | gebruik HR++ -glas met U ≤ 1,2 W/m2 K in alle verwarmde ruimten | |
S020 | breng een brievenbus met verbeterde tochtwerendheid aan | |
S022 | isoleer kruipluiken en zorg voor een goede afdichting | |
S024 | pas individuele registratie van het energieverbruik toe | |
S032 | maak het ontwerp geschikt voor het gebruik van actieve zonne-energie | |
S034 | breng standaard geen rookgasafvoervoorziening aan ten behoeve van een open haard | |
S038 | isoleer de leidingen voor warm tapwater volledig | |
S039 | gebruik een cv/warmwatertoestel met lage NOx-emissie | |
S040 | gebruik een cv/warmwatertoestel met zeer hoog rendement | |
S042 | isolee cv- en distributieleidingen | |
S043 | pas een gesloten warmwatertoestel toe | |
S044 | maak wamteweerstand hellend dak Rc ≥ 3,5 m2 K/W | |
S045 | maak warmteweerstand plat dak Rc ≥ 3,5 m2 K/W | |
S046 | beperk het vermogen van pompen en ventilatoren | |
S050 | optimaliseer het ontwerp op leidinglengtes | |
S064 | stem de duurzaamheidsklasse van hout en de eventuele oppervlaktebehandeling per geval af op de beoogde toepassing | |
S065 | gebruik geen producten die (H)CFK’s bevatten | |
S066 | gebruik voor gipstoepassingen binnen: rogips of natuurgips | |
S069 | verduurzaam stalen bouwproducten uitsluitend wanneer dit aantoonbaar noodzakelijk is | |
S071 | indien PVC gebruikt wordt: gebruik PVC waarvan de kringloop gesloten wordt en indien voor de toepassing verkrijgbaar gerecycled PVC | |
S073 | gebruik voor beton waar dit technisch mogelijk is klinkerarme cementsoorten | |
S074 | indien gebruik wordt gemaakt van beton, gebruik dan beton met grindvervanger | |
S081 | gebruik bij totale houtverduurzaming producten die milieubewust verduurzaamd zijn | |
S098 | gebruik waar mogelijk halfverharding | |
S171 | houd bij de materiaalkeuze voor kozijnen en buitengevels rekening met de toepassingscondities | |
S208 | maak puibekleding van vernieuwbare grondstof of recyclebaar materiaal | |
S315 | bied de bewoner voldoende keuzemogelijkheid ten aanzien van de afwerking van de woning | |
S378 | breng individuele watermeters aan bij meerdere gebruikers in een gebouw | |
S383 | Tref waterbesparende voorzieningen | |
S384 | optimaliseer het ontwerp van een waterleidingsysteem voor warm tapwater | |
S414 | gebruik uitsluitend spaanplaat met beperkte formaldehyde-emissie | |
S443 | lever een duidelijke gebruikershandleiding mee | |
S493 | gebruik, indien gietbouw wordt toegepast, bouwstaalnetten op maat | |
S498 | zorg voor een goede inregeling van de verwarmingsinstallatie |
Spec. blad | Omschrijving maatregel | Punten per eenheid | Max. aantal punten | Eenheid | Opmerkingen |
S003 | realiseer een extra gunstige energieprestatie | 10 | 60 | 0,01 EPC | beloond wordt een EPC ≤ 0,72 |
S006 | benut een berging of garage als onverwarmde thermische bufferruimte | 1 | 1 | % woningen | |
S007 | pas geen open trap in de woonkamer toe | 2 | 2 | % woningen | |
S008 | bied de mogelijkheid voor een gesloten keuken aan | 4 | 4 | % woningen | punten worden alleen toegekend voor woningen die daadwerkelijk worden voorzien van een gesloten keuken |
S009 | neem een tochtportaal op; tuinzijde | 4 | 4 | % woningen | |
S009 | neem een tochtportaal op; entreezijde | 4 | 4 | % woningen | |
S011 | zet galerij, loggia of balkon dicht met (enkel) glas | 3 | 3 | % woningen | |
S019 | pas verbeterde kierdichting toe bij bewegende delen in kozijnen | 1 | 1 | project | |
S026 | pas beheer op afstand toe (telebeheer) bij blokverwarming | 1 | 1 | project | |
S027 | optimaliseer het ontwerp op daglichttoetreding en gebruik van passieve zonne-energie | 5 | 5 | % woningen | |
S029 | zorg voor een ruimte in of bij de woning waar was gedroogd kan worden | 1 | 1 | % woningen | |
S031 | plaats een verhoogd aandeel van het glasoppervlak dichtbij het plafond | 2 | 2 | % woningen | |
S033 | plaats een zonneboilerinstallatie | 5 | 5 | % woningen | |
S036 | voorzie in een warmwateraansluiting voor een vaatwasmachine | 1 | 1 | stuks | |
S037 | pas een lage-temperatuur verwarmingssysteem toe met vergrote radiatoren | 0,03 | 3 | m2 bvo/ woning | wordt niet beloond in combinatie met S480 |
S037 | pas een lage-temperatuur verwarmingssysteem toe middels wand- of vloerverwarming | 0,16 | 15 | m2 bvo/ woning | |
S041 | zorg voor een aansluiting op een warmtedistributienet | 5 | 5 | project | |
S051 | pas geprefabriceerde producten toe | 2 | 2 | % woningen | |
S053 | voer ramen uit in hardglas | 4 | 4 | % woningen | geen dubbeltelling in combinatie met S054 |
S054 | beperk de hoeveelheid en onderhoudsfrequentie van het schilderwerk | 5 | 5 | % woningen | indien punten worden toegekend voor S053 en/of S061 is dubbeltelling met S054 niet toegestaan |
S056 | maak verbindingen bereikbaar en demontabel | 5 | 5 | % woningen | geen dubbeltelling in combinatie met S170 |
S060 | stem dakvorm af op ruimtebehoefte en woningindeling | 1 | 1 | % woningen | |
S061 | bescherm opgaand werk door gevelontwerp | 2 | 10 | M1/woning | diepte beschermingsconstructie is ten minste 0,75 m; geen dubbel- telling in combinatie met S054 |
S062 | stem dakvorm en maatvoering van hellende daken af op het gebruik van standaard hulpstukken | 1 | 1 | project | |
S063 | indien hout wordt toegepast, pas dan duurzaam geproduceerd hout toe | 10 | 10 | project | |
S072 | hergebruik bouwcomponenten | 5 | 5 | % woningen | |
S076 | gebruik ontkistingsmiddelen op plantaardige basis of biologisch afbreekbare middelen op minerale basis; gebruik deze producten zuinig | 1 | 1 | project | |
S077 | gebruik voor metselwerk een schelpkalk(basterd)mortel | 3 | 3 | project | |
S077 | gebruik voor metselwerk een cementmortel met een gering portlandklinkergehalte | 1 | 1 | project | |
S086 | gebruik zo laagwaardig mogelijk materiaal als bodemafsluiting | 1 | 1 | project | |
S112 | gebruik waar mogelijk houten funderingspalen | ||||
S315 | houten funderingspalen bij berging | 1 | 1 | project | |
volledig houten fundering | 3 | 3 | project | ||
S116 | gebruik als begane grondvloer boven een kruipruimte of onverwarmde ruimte: prefab systeemvloer | 1 | 1 | project | |
S117 | indien het casco bouwsysteem dit toelaat: pas als niet-woningscheidende verdiepingsvloer betonnen prefab systeemvloeren met een laag eigen gewicht en conform S074 of houten vloer toe | 3 | 3 | project | |
S118 | pas, indien bereikbaarheid van leidingen gewenst is, een flexibel vloersysteem toe | 5 | 5 | project | |
S132 | gebruik voor buitenafwerking gevel: metselwerk of hout (conform S063/S064/072) | 3 | 3 | project | |
S146 | stem de uitvoering van niet-dragende wanden af op eisen t.a.v. veranderbaarheid en toekomstig hergebruik | 5 | 5 | % woningen | |
S154 | indien prefab dooselementen (houten binnenspouwblad) worden toegepast: gebruik vernieuwbare grond- of reststof als isolatie- materiaal | 4 | 4 | % woningen | |
S154 | indien prefab dooselementen (dooskap) worden toegepast: gebruik vernieuwbare grondstof of reststof als isolatiemateriaal | 6 | 6 | % woningen | |
S170 | pas in buitengevels montagekozijnen toe | 3 | 3 | project | punten vervallen indien montagekozijnen als optie ook zijn meegenomen in het kader van S056 |
S177 | gebruik raamdorpels bestaande uit keramische elementen, staalplaat, natuursteen, gegoten composietsteen of prefab beton (conform S074) | 1 | 1 | project | |
S193 | gebruik als binnendeur hardboard met honingraad vulling van karton, massief spaanplaat (conform S414), multiplex of hout (conform S063/S064) | 2 | 2 | project | |
S195 | laat onderdorpels bij binnendeuren weg of vervaardig ze van hout (conform S063/S064) | 1 | 1 | % woningen | |
S225 | indien stalen trappen en balustraden worden voorzien van een gekleurde afwerklaag: gebruik een poedercoating | 2 | 2 | project | |
S237 | gebruik voor kiezelbakken, uitlopen e.d. producten met een beperkte emissie naar regenwater | 1 | 1 | % woningen | |
S239 | gebruik dorpels van natuursteen, keramische tegels of gegoten composietsteen bij natte ruimten | 1 | 1 | project | |
S248 | gebruik als kierdichting bij raam- en deuraansluitingen: (...); achter aftimmerlatten: PE-band | 1 | 1 | project | |
S248 | gebruik als naaddichting: PE-rolband of EPDM-rubber | 2 | 2 | project | |
S252 | gebruik als elastische kit: siliconenkit of polysulfidekit | 1 | 1 | project | |
S252 | gebruik als elastisch plastische kit watergedragen acrylaatkit | 1 | 1 | project | |
S257 | gebruik voor pleisterwerk binnen gips (conform S066) of kalk | 1 | 1 | project | |
S261 | gebruik voor tegelwerk op vloeren oplosmiddelvrije vloertegelbevestiging | 1 | 1 | project | |
S265 | gebruik voor tegelwerk op wanden oplosmiddelvrije wandtegelbevestiging | 1 | 1 | project | |
S267 | pas een dekvloer van gips, conform S066, (anhydrietvloer) toe | 3 | 3 | % woningen | |
S269 | werk badkamer en toiletvloer met tegels af | 2 | 2 | project | |
S278 | gebruik als beplating voor wand- en plafondsysteem: rogipsvezelplaat of rogipskartonplaat | 1 | 1 | % woningen | |
S291 | gebruik voor schilderwerk hout buiten: oplosmiddelarm verfsysteem | 2 | 2 | project | |
S296 | gebruik voor voorbehandeling op steenachtige ondergrond: watergedragen voorstrijk of impregneermiddel | 1–2 | 1–2 | project | |
niet voorbehandeld; wel schilderen | 2 | project | |||
watergedragen middel als voorbehandeling | 1 | project | |||
S296 | zie af van de behandeling van muren | 4 | 4 | project | |
S300 | indien muurverf noodzakelijk is, gebruik minerale verf of oplosmiddelvrije dispersieverven | 1–2 | 1–2 | project | |
niet behandeld (zie ook S296) | 2 | project | |||
minerale verf of watergedragen acrylaatdispersieverf | 1 | project | |||
S318 | pas een onbeklede, buiten de gevel hangende, dakgoot toe | 2 | 2 | % woningen | |
S353 | stem maatvoering af op handelsmaten | 2 | 2 | project | |
S354 | beperk het gebruik van eenmalig verpakkingsmateriaal | 2 | 2 | project | |
S366 | kies bij platte daken voor een bevestigingsmethode die leidt tot een gunstiger milieuprofiel van het dakbedekkingssysteem | 3 | 3 | project | |
S369 | streef naar ‘schuim en kit-arme’ detaillering | 2 | 2 | project | |
S371 | scheid bouwplaatsafval in zoveel mogelijk relevante fracties | 3 | 3 | project | |
S385 | gebruik een toilet met een watergebruik van maximaal 4 liter per spoeling | 4 | 4 | % woningen | |
S389 | baseer het bouwplan op een gesloten grondbalans | 2 | 2 | project | |
S392 | handhaaf en benut natuurlijke, landschappelijke en cultuur-historische elementen en structuren | 1 | 1 | project | |
S393 | voorzie in een nestelgelegenheid voor vleermuizen en/of vogels | 2 | 2 | project | |
S395 | maak tuinafscherming/privacy-schermen door middel van: (...) | 2 | 3 | ||
wilgentenen/andersoortige planten | 3 | % woningen | |||
hout | 2 | % woningen | |||
S396 | pas natuurvriendelijke oevers toe | 1 | 1 | project | |
S401 | neem een GFT-afvalvoorziening in de keuken op | 2 | 2 | % woningen | |
S404 | plaats een compostbak in de tuin | 1 | 1 | % woningen | |
S407 | pas een woningscheidende constructie met verbeterde geluidsisolatie toe: laagbouw | 5 | 5 | % woningen | |
S407 | pas een woningscheidende constructie met verbeterde geluidsisolatie toe: gestapelde bouw | 15 | 15 | % woningen | |
S408 | plaats installatie en trappenhuis binnen ‘geluidskern’ | 5 | 5 | % woningen | |
S409 | zorg voor verbeterde geluidsisolatie tussen verblijfsruimten | 5 | 5 | % woningen | |
S411 | beperk het geluidsniveau ten gevolge van installaties | 3 | 3 | % woningen | |
S413 | bied de toekomstige koper of huurder van een woning optimale keuzevrijheid en gebruiksflexibiliteit voor de toekomst | 15 | 15 | % woningen | |
S417 | pas geïntegreerde buitenzonwering toe bij intensief gebruik van passieve zonne-energie | 1 | 5 | M2 glasopp./woning | |
S420 | stem ontwerp toilet en badruimte af op mogelijke aanpassing voor minder-validen | 3 | 3 | % woningen | geen punten toekennen indien X010 van toepassing is |
S428 | voorzie in een basisvoorziening voor telefoon en CAI aansluiting | 2 | 2 | % woningen | |
S429 | voorzie in uitbreidingsmogelijkheden voor telefoon, data en elektra | 3 | 3 | % woningen | |
S430 | zorg voor integrale toegankelijkheid | 3 | 3 | project | geen punten toekennen indien X010 van toepassing is |
S436 | zorg voor sociale veiligheid | 1 | 1 | project | geen punten toekennen indien X010 van toepassing is |
S437 | pas ramen en deuren toe met verhoogde inbraakwerendheid | 2 | 2 | project | geen punten toekennen indien X010 van toepassing is |
S444 | gebruik als bedekking voor platte daken dakbedekkingsconstructies met een lange levensduur | 2 | 2 | project | |
S445 | plaats een regenton | 1 | 2 | stuks | |
S451 | gebruik een thermostatische mengkraan voor de douche | 1 | 1 | % woningen | |
S463 | maak een berging van hout (conform S063/S064/S072) of metselwerk | 2 | 2 | project | |
S471 | gebruik indien mogelijk vernieuwbare grondstoffen: | 1 | 25 | ||
aftimmeringen | 1 | 1 | project | ||
trappen en trapleuningen | 3 | 3 | project | ||
balkhout | 2 | 2 | project | geen punten indien voor hsb wordt gekozen | |
houten staanders binnenwanden | 2 | 2 | project | ||
buitenkozijnen | 2 | 2 | project | ||
onverduurzaamd hout buitenkozijnen | 5 | 5 | project | ||
houten verdiepingsvloer | 2 | 2 | project | geen punten indien voor hsb wordt gekozen | |
houtskeletbouw | 15 | 15 | project | onder houtskeletbouw (hsb) wordt verstaan dat ten minste bouwmuren, verdiepingsvloeren, dakconstructie en gehele binnenspouwblad bestaan uit een houtconstructie | |
S472 | pas gebalanceerde ventilatie met warmteterugwinning toe | 3 | 3 | % woningen | |
S473 | pas zelfregelende ventilatieroosters toe | 5 | 5 | % woningen | |
S475 | beperk temperatuuroverschrijdingen in de zomer | 5 | 5 | project | |
S476 | indien een vegetatiedak wordt toegepast: kies voor een onderhoudsarm lichtgewicht vegetatiedak | ||||
onderhoudsarm lichtgewicht vegetatiedak | 10 | 10 | project | ||
vegetatiedak | 5 | 5 | project | ||
S477 | installeer een systeem voor het gebruik van hemelwater | 7 | 7 | project | |
S478 | plaats een zonnecelinstallatie met een vermogen van minimaal 0,4 kWp/ woning | 10 | 10 | project | |
S479 | plaats een zonnecelinstallatie met een groter vermogen dan 1 kWp | 3 | 20 | 0,1 kWp/woning (vanaf 1 kWp) | er vindt geen correctie plaats m.b.t. de toegekende punten van S478 |
S480 | pas een warmtepomp toe | 15 | |||
warmtepomp in combinatie met cv | 15 | 15 | % woningen | indien bij S307 voor vergrote radidatoren punten zijn toegekend komen deze te vervallen | |
warmtepompboiler | 10 | 10 | % woningen | ||
S482 | maak een serre aan de woning buiten de thermische schil | 5 | 5 | % woningen | |
S485 | gebruik houten buitendeur (conform S063/S064/S072) | 1 | 1 | project | |
S487 | maak warmteweerstand begane grondvloer Rc ≥ 4,0 m2 K/W | 4 | 4 | project | |
S488 | maak warmteweerstand gesloten geveldelen Rc ≥ 4,0 m2 K/W | 4 | 4 | project | |
S491 | gebruik energiebesparende regelingen voor verwarming en ventilatie | 2 | 2 | project | |
S496 | maak warmteweerstand hellend dak Rc ≥ 4,0 m2 K/W | 4 | 4 | project | |
S497 | plaats inregelvoorzieningen ten behoeve van de verwarmingsinstallatie | 2 | 2 | project | |
S499 | maak warmteweerstand plat dak Rc ≥ 4,0 m2 K/W | 4 | 4 | project | |
S501 | gebruik bij voorkeur producten waarvan de kringloop gesloten wordt | 1 | 1 | project | |
S601 | beperk permanente warmteverliezen van warmtapwater | 1 | 1 | project | |
S612 | maak voor ventilatoren en pompen gebruik van een (elektronische) toerenregeling | 1 | 1 | project | |
S637 | realiseer scheiding van drager en inbouw | 15 | 15 | project | |
S648 | installeer een systeem voor het gebruik van grijswater | 10 | 10 | project | |
S672 | houd in het ontwerp rekening met uitbreidingsmogelijkheden en veranderbaarheid | 3 | 3 | % woningen | |
S733 | pas een warmteregeling op ruimteniveau toe | 1 | 1 | % woningen | punten vervallen indien S491 wordt toegepast |
S734 | koppel de hemelwaterafvoer af van het rioleringssysteem | 8 | 8 | % woningen | |
X010 | voldoe aan basiseisen (deel B t.b.v. woongebouw en deel t.b.v. woning) van het Handboek Woonkeur | 15 | 15 | % woningen | punten voor S420, S425, S430 en S436 vervallen |
1. Deze bijlage wordt aangehaald als: Maatlat duurzame renovatie 2006.
2. Met het Nationaal pakket wordt bedoeld de meest recente uitgave ‘Nationaal pakket Woningbouw Beheer’ (uitgave van de Stichting Bouwresearch, bestelnummer 405.S).
3. Bij het indienen van de aanvraag wordt uitgegaan van de meest recente uitgave van het Nationaal pakket.
4. Indien maatregelen zijn vervallen in het Nationaal pakket, behoeft hieraan niet te worden voldaan in deze maatlat.
5. De basiseisen zijn verwoord in tabel I. Aan elke basiseis wordt voldaan. Indien de aanvrager aantoont dat met een alternatieve maatregel een kwalitatief ten minste gelijkwaardig resultaat wordt behaald, wordt niettemin geacht te zijn voldaan aan de desbetreffende basiseis.
6. In de kolom ‘Specificatie’ geven de B-nummers de specificatiebladen aan zoals deze zijn opgenomen in de CD-ROM-versie van het Nationaal pakket. In dit pakket worden de in deze kolom vaak summier omschreven maatregelen verder geconcretiseerd. De CD-ROM bevat standaardtitels voor overeenkomstige maatregelen in nieuwbouw en beheer. Dit heeft tot gevolg dat sommige titels minder toegesneden zijn op de bestaande bouw. Als voorbeeld B013: maak warmteweerstand gesloten geveldelen Rc ≥ 3 m2 K/W. Dit lijkt een veel te zware maatregel voor de bestaande bouw. Als men echter het specificatieblad B013 raadpleegt, blijkt dat met minder zware isolatie kan worden volstaan.
7. De keuzemaatregelen staan in tabel II. In de kolom ‘Specificatie’ van tabel II geeft een X-nummer aan dat het om een maatregel gaat die nog niet is opgenomen in het Nationaal pakket.
8. In de kolom ‘punten per eenheid’ is het aantal punten aangegeven, dat voor de maatregel wordt toegekend per eenheid, die genoemd is in de kolom ‘eenheid’. Daar waar de maatregel meerdere malen kan worden toegepast, is het aantal te behalen punten gemaximeerd. Deze maximering is aangegeven in de kolom ‘max. aantal punten’.
9. De van een asterisk (*) voorziene B-nummers geven aan, dat indien binnen een thema aan alle dergelijke maatregelen is voldaan, bonuspunten worden toegekend. Het aantal staat vermeld binnen het subthema. Aan maatregelen die gezien de situatie ter plekke technisch niet uitvoerbaar zijn, behoeft niet te worden voldaan. Het aantal bonuspunten wordt in een dergelijk geval verminderd naar rato van het aantal punten dat de maatregel zou hebben opgeleverd indien hij zou zijn genomen en het gezamenlijke aantal punten van de met een asterisk gemerkte maatregelen binnen het subthema benodigd voor de bonuspunten.
10. Indien binnen de subthema’s isolatie & zonwering en ventilatie & infiltratie aan alle B-maatregelen met een asterisk is voldaan, worden 10 extra bonuspunten toegekend.
11. Binnen elk thema, uitgezonderd het thema ‘Diversen’, dienen ten minste 15 punten te worden behaald.
12. Indien een project bestaat uit het renoveren van meerdere woningen kan het zo zijn, dat een maatregel niet in elke woning wordt toegepast. In dat geval wordt het aantal punten verminderd naar rato van het aantal woningen waarin de maatregel wordt toegepast ten opzichte van het totaal aantal woningen in het project. In een dergelijk geval worden geen bonuspunten toegekend.
13. In tegenstelling tot het hierboven gestelde moet voor maatregel S 063 (Indien hout wordt toegepast, pas dan duurzaam geproduceerd hout toe) gebruik worden gemaakt van de uitwerking van de maatregel in het specificatieblad van het Nationaal pakket uit november 2002. Aan deze eis wordt derhalve slechts voldaan als er inderdaad duurzaam geproduceerd hout wordt toegepast. Deze eis werkt door in maatregel S 171.
Maatlat duurzame renovatie 2005
Specificatie blad | Omschrijving maatregel | |
B | 022 | isoleer kruipluiken en zorg voor een goede afdichting |
B | 039 | gebruik een cv/warmwatertoestel met lage NOx-emissie |
B | 064 | stem de duurzaamheidsklasse van hout en de eventuele oppervlaktebehandeling en/of verduurzaming per geval af op de beoogde toepassing |
B | 065 | gebruik geen producten die (H)CFK’s bevatten |
B | 066 | gebruik voor gipstoepassingen binnen: rogips of natuurgips |
B | 071 | indien PVC gebruikt wordt: gebruik PVC waarvan de kringloop gesloten wordt en indien voor de toepassing verkrijgbaar: gerecycled PVC |
B | 073 | gebruik voor beton waar dit technisch mogelijk is, klinkerarme cementsoorten |
B | 074 | indien gebruik wordt gemaakt van beton, gebruik dan beton met grindvervanger |
B | 081 | gebruik bij totale houtverduurzaming producten die milieubewust verduurzaamd zijn |
B | 171 | houd bij de materiaalkeuze voor kozijnen in buitengevels rekening met de toepassingscondities |
B | 172 | pas kozijnreparatie toe bij beperkt aangetaste houten kozijnen |
B | 384 | optimaliseer het ontwerp van een waterleidingsysteem voor warm tapwater |
B | 414 | gebruik uitsluitend spaanplaat met beperkte formaldehyde-emissie |
B | 464 | maak de gevel schoon met water of gritstralen bij lage druk |
B | 465 | repareer beton met een mineraal middel |
B | 467 | herstel bestaande dakbedekking |
Maatlat duurzame renovatie 2005
Spec. blad | Omschrijving maatregel | Punten per eenheid | Max. aantal punten | Eenheid | Opmerkingen | ||
Thema: ENERGIE | |||||||
SUBTHEMA ISOLATIE EN ZONWERING | |||||||
B* | 005 | hef koudebruggen op | 3 | 3 | % koude bruggen | indien niet alle koudebruggen worden weggenomen, corrigeren naar evenredigheid | |
B* | 012 | maak warmteweerstand begane grondvloer Rc ≥ 3 m2 K/W | 5/3 x Rc | 5 | Rc | Rc vloer minimaal 1,3 m2 K/W; punten naar rato gerealiseerde Rc | |
B* | 013 | maak warmteweerstand gesloten geveldelen Rc ≥ 3 m2 K/W | 10/3 x Rc | 10 | Rc | Rc gevel minimaal 1,3 m2 K/W; punten naar rato gerealiseerde Rc | |
B* | 014 | maak warmteweerstand hellend dak Rc ≥ 3 m2 K/W | 6/3 x Rc | 6 | Rc | Rc dak minimaal 1,3 m2 K/W; punten naar rato gerealiseerde Rc | |
B* | 015 | maak warmteweerstand plat dak Rc ≥ 3 m2 K/W | 6/3 x Rc | 6 | Rc | Rcdak minimaal 1,3 m2 K/W; punten naar rato gerealiseerde Rc | |
B* | 016 | gebruik HR++ -glas met U ≤1,2 W/m2 K in alle verwarmde ruimten | 10 | 10 | project | ||
B* | 018 | isoleer scheidingsconstructies tussen een verwarmd gebied en een onverwarmd gebied op een niveau Rc ≥ 2 m2 K/W | 3 | 3 | project | ||
B* | 417 | pas geintegreerde buitenzonwering toe bij intensief gebruik van passieve zonne-energie | 3 | 3 | project | aanbevolen bij toepassing B012 t/m B016 | |
zijn alle B* maatregelen toegepast? | ja = 10 bonus punten | voor het verkrijgen van de bonuspunten moet aan alle B* maatregelen worden voldaan | |||||
SUBTHEMA VENTILATIE EN INFILTRATIE | |||||||
B* | 019 | pas verbeterde kierdichting toe bij bewegende delen in kozijnen | 1 | 1 | project | ||
B* | 020 | breng een brievenbus met verbeterde tochtwerendheid aan | 1 | 1 | project | ||
B* | 046 | beperk het vermogen van pompen en ventilatoren | 1 | 1 | project | ||
B* | 049 | breng ventilatie op niveau Bouwbesluit (nieuwbouw) | 10 | 10 | project | ||
B* | 468 | verhoog luchtdichtheid begane grondvloer | 5 | 5 | project | ||
B | 472 | pas gebalanceerde ventilatie met warmteterugwinning toe | 3 | 3 | project | ||
B | 473 | pas zelfregelende ventilatieroosters toe | 3 | 3 | project | geen punten in combinatie met B472 | |
zijn alle B* maatregelen toegepast? | ja = 10 bonus punten | voor het verkrijgen van de bonuspunten moet aan alle B* maatregelen worden voldaan | |||||
SUBTHEMA INSTALLATIE EN DISTRIBUTIE | |||||||
B* | 033 | plaats een zonneboilerinstallatie | 5 | 5 | project | ||
B* | 037 | pas een lage-temperatuurverwarmingssysteem toe | 3 | 3 | project | ||
B* | 038 | isoleer de leidingen voor warm tapwater volledig | 2 | 2 | project | ||
B* | 040 | gebruik een cv-toestel met een zeer hoog rendement | 10 | 10 | project | ||
B* | 041 | zorg voor aansluiting op een warmtedistributienet | 15 | 15 | project | ||
B* | 042 | isolee Rcv- en distributieleidingen | 3 | 3 | project | ||
B* | 451 | gebruik een thermostatische mengkraan voor de douche | 2 | 2 | project | ||
B | 478 | plaats een zonnecelinstallatie (> 0,4 kWp) | 3 per 100Wp | 30 | Wp | ||
B | 479 | plaats een zonnecelinstallatie met extra vermogen (> 1 kWp) | 3 per 100Wp | 90 | Wp | geen punten in combinatie met B478 | |
B* | 491 | gebruik energiebesparende regelingen voor verwarming en ventilatie | 2 | 2 | project | ||
B* | 601 | beperk permanente warmteverliezen van warm tapwater | 2 | 2 | project | ||
B | 612 | maak voor ventilatoren en pompen gebruik van een (elektronische) toerenregeling | 1 | 1 | project | ||
B* | 733 | pas een warmteregeling op ruimte-niveau toe | 2 | 2 | project | geen punten in combinatie met B491 | |
zijn alle B* maatregelen toegepast? (voor B040 en B041 geldt of/of toepassing) | ja = 10 bonus punten | voor het verkrijgen van de bonuspunten moet aan alle B* maatregelen worden voldaan | |||||
SUBTHEMA OVERIGE ENERGIEMAATREGELEN | |||||||
B | 007 | pas geen open trap in de woonkamer toe | 2 | 2 | project | ||
B | 008 | bied de mogelijkheid voor een gesloten keuken aan | 2 | 2 | project | ||
B | 009 | neem een tochtportaal op | 2 | 2 | project | ||
B | 011 | zet galerij, loggia of balkon dicht met (enkel) glas | 3 | 3 | project | ||
B | 024 | pas individuele registratie van het energiegebruik toe | 4 | 4 | project | ||
B | 026 | pas beheer op afstand toe (telebeheer) bij blokverwarming | 2 | 2 | project | ||
B | 029 | zorg voor een ruimte in of bij de woning waar was gedroogd kan worden | 1 | 1 | project | ||
B | 031 | plaats een verhoogd aandeel van het glasoppervlak dichtbij het plafond | 1 | 1 | project | ||
B | 032 | maak het ontwerp geschikt voor het gebruik van actieve zonne-energie | 2 | 2 | project | geen punten als ook al punten voor B033 en/of B478 (of B479) zijn gegeven | |
B | 036 | voorzie in een warmwateraansluiting voor een vaatwasmachine | 1 | 1 | project | ||
B | 456 | vervang lichte borstweringen door metselwerk | 1 | 1 | project | ||
B | 457 | laat overbodige tuindeuren vervallen | 1 | 1 | project | ||
B | 459 | beperk transmissieverlies/ oververhitting door onevenredig groot glasoppervlak in de gevel | 2 | 2 | project | ||
B | 482 | maak een serre aan de woning buiten de thermische schil | 5 | 5 | project | ||
Thema: MATERIALEN | |||||||
SUBTHEMA FLEXIBITITEIT | |||||||
B* | 146 | stem de uitvoering van niet-dragende wanden af op eisen t.a.v. veranderbaarheid en toekomstig hergebruik | 5 | 5 | project | ||
B* | 418 | maak het gebouw geschikt voor meerdere programma’s | 10 | 10 | project | ||
B* | 420 | stem het ontwerp van toilet en badruimte af op mogelijke aanpassing voor mindervaliden | 5 | 5 | project | geen punten toekennen indien X010 van toepassing is | |
B* | 429 | voorzie in uitbreidingsmogelijkheden voor telefoon, data en elektra | 3 | 3 | project | ||
B* | 430 | zorg voor integrale toegankelijkheid | 8 | 8 | project | geen punten toekennen indien X010 van toepassing is | |
X | 010 | voldoe aan basiseisen (deel B t.b.v. een woongebouw en deel C t.b.v. een woning) van het Handboek Woonkeur | 33 | 33 | project | bij honoring van maatregel X 010 vervallen punten voor B420, B430, B436, B437en B443 | |
X | 002 | verhoog levensduur complex door samenvoeging of splitsing van woningen | 15 | project | de 15 punten moeten worden vermenigvuldigd met het quotiënt van het aantal nieuwe woningen en het aantal oude woningen | ||
aantal nieuwe woningen | woningen | ||||||
aantal oude woningen | woningen | ||||||
zijn alle B*-maatregelen in het subthema flexibiliteit toegepast? | ja = 10 bonus punten | voor het verkrijgen van de bonuspunten moet aan alle B* maatregelen worden voldaan | |||||
SUBTHEMA VEILIGHEID | |||||||
B* | 436 | zorg voor sociale veiligheid | 2 | 2 | project | geen punten toekennen indien X010 van toepassing is | |
B* | 437 | pas ramen en deuren toe met verhoogde inbraakwerendheid | 2 | 2 | project | geen punten toekennen indien X010 van toepassing is | |
zijn alle B* maatregelen toegepast? | ja = 10 bonus punten | voor het verkrijgen van de bonuspunten moet aan alle B* maatregelen worden voldaan | |||||
SUBTHEMA OVERIGE MAATREGELEN MATERIALEN | |||||||
B | 050 | optimaliseer het ontwerp op leidingslengtes | 2 | 2 | project | ||
B | 051 | pas geprefabriceerde producten toe | 2 | 2 | project | ||
B | 053 | voer ramen uit in hardglas | 4 | 4 | project | ||
B | 054 | beperk de hoeveelheid en onderhoudsfrequentie van het schilderwerk | 5 | 5 | project | ||
B | 056 | maak verbindingen bereikbaar en demontabel | 5 | 5 | project | ||
B | 063 | indien hout wordt toegepast, pas dan duurzaam geproduceerd hout toe | 5 | 5 | project | ||
B | 069 | verduurzaam stalen bouwproducten uitsluitend wanneer dit aantoonbaar noodzakelijk is | 1 | 1 | project | ||
B | 072 | hergebruik bouwcomponenten | 5 | 5 | project | ||
B | 076 | gebruik ontkistingsmiddelen op plantaardige basis of biologisch afbreekbare middelen op minerale basis; gebruik deze producten zuinig | 1 | 1 | project | ||
B | 077 | gebruik voor metselwerk een schelpkalk(basterd)mortel of een cementmortel met een gering portlandklinkergehalte | 1–3 | schelpkalk(basterd)mortel: 3 pnt, cementmortel: 1 pnt | |||
cementmortel met een gering portlandklinkergehalte | 1 | 1 | project | ||||
schelpkalk(basterd)mortel | 3 | 3 | project | ||||
B | 098 | gebruik waar mogelijk halfverharding | 3 | 3 | project | ||
B | 116 | gebruik als begane grondvloer boven een kruipruimte of onverwarmde ruimte: een prefab systeemvloer | 5 | 5 | project | ||
B | 132 | gebruik voor buitenafwerking gevel metselwerk of hout (conform B063/B064/B072) | 5 | 5 | project | ||
B | 170 | pas in buitengevels montagekozijnen toe | 5 | 5 | project | ||
B | 177 | gebruik raamdorpels bestaande uit keramische elementen, staalplaat, natuursteen, gegoten composiet of prefab beton (conform B074) | 1 | 1 | project | ||
B | 193 | gebruik als binnendeur hardboard met honingraatvulling van karton; massief spaanplaat (conform B414), multiplex of hout (conform B063/B064) | 2 | 2 | project | ||
B | 195 | laat onderdorpels bij binnendeuren weg of vervaardig ze van hout (conform B063/B064) | 1 | 1 | project | ||
B | 208 | maak puibekleding van vernieuwbare grondstof of recyclebaar materiaal | 5 | 5 | project | ||
B | 225 | indien stalen trappen en balustrades worden voorzien van een gekleurde afwerklaag: gebruik een poedercoating | 2 | 2 | project | ||
B | 237 | gebruik voor kiezelbakken, uitlopen e.d. producten met een beperkte emissie naar regenwater | 1 | 1 | project | ||
B | 239 | gebruik dorpels van natuursteen, keramische tegels of gegoten composietsteen bij natte ruimten | 1 | 1 | project | ||
B | 248 | gebruik als naaddichting PE-rolband of EPDM-rubber | 2 | 2 | project | ||
B | 248 | gebruik als kierdichting bij raam- en deuraansluitingen EPDM- of EPT-rubber; gebruik achter aftimmerlatten PE-band | 1 | 1 | project | ||
B | 252 | gebruik als elastische kit: siliconenkit of polysulfidekit; gebruik als elastisch-plastische kit: watergedragen acrylaatkit | 1 | 1 | project | ||
B | 257 | gebruik voor pleisterwerk binnen gips (conform B066) of kalk | 1 | 1 | project | ||
B | 261 | gebruik voor tegelwerk op vloeren: oplosmiddelvrije vloertegelbevestiging | 1 | 1 | project | ||
B | 265 | gebruik voor tegelwerk op wanden: oplosmiddelvrije wandtegelbevestiging | 1 | 1 | project | ||
B | 267 | indien een dekvloer toegepast wordt, vervaardig deze dan van gips (anhydrietvloer) | 3 | 3 | project | ||
B | 269 | werk badkamer- en toiletvloer met tegels af | 2 | 2 | project | ||
B | 296 | gebruik voor voorbehandeling op steenachtige ondergrond: watergedragen voorstrijk- of impregneermiddel | 1 | 1 | project | ||
B | 318 | pas een onbeklede, buiten de gevel hangende, dakgoot toe | 2 | 2 | project | ||
B | 366 | kies bij platte daken voor een bevestigingsmethode die leidt tot een gunstiger milieuprofiel van het dakbedekkingssysteem | 3 | 3 | project | ||
B | 369 | streef naar ‘schuim- en kit-arme’ detaillering | 2 | 2 | project | ||
B | 395 | maak tuinafscherming/ privacyschermen door middel van beplanting, gevlochten scherm of hout, duurzaamheidsklasse 3/4; gebruik perkoenpaaltjes van niet-verduurzaamd hout, duurzaamheidsklasse 4 | 2 | 2 | project | ||
B | 444 | gebruik als bedekking voor platte daken dakbedekkingsconstructies met een lange levensduur | 2 | 2 | project | ||
B | 455 | houd bij detaillering kozijnen rekening met de mogelijkheid van het (terug)plaatsen van zonwering | 1 | 1 | project | ||
B | 463 | maak de berging van hout (conform B063/B064/B072) of metselwerk | 2 | 2 | project | ||
B | 471 | gebruik indien mogelijk vernieuwbare grondstoffen | 2 | 2 | project | ||
B | 485 | gebruik houten buitendeur (conform B063/B064/B072) | 1 | 1 | project | ||
B | 501 | gebruik bij voorkeur producten waarvan de kringloop gesloten wordt | 2 | 2 | project | ||
Thema: WATER | |||||||
B | 378 | breng individuele watermeters aan bij meerdere gebruikers in een gebouw | 7 | 7 | project | ||
B | 383 | tref waterbesparende voorzieningen | 4 | 16 | aantal maatregelen (1,2,3 of 4) /woning | douchekop: 4 pnt; toilet: 4 pnt; volume- stroombegrenzer, keuken en wastafels: 4 pnt; aparte waterleiding keukenkraan: 4 pnt | |
B | 386 | tref verdergaande waterbesparende voorzieningen | 20 | 20 | project | bij toekenning vervallen de punten bij B383 en B445 | |
B | 445 | plaats een regenton | 2 | 2 | project | ||
B | 452 | vervang loden leidingen | 7 | 7 | project | ||
B | 734 | koppel de hemelwaterafvoer af van het rioleringsstelsel | 12 | 12 | project | ||
Thema: BINNENMILIEU | |||||||
SUBTHEMA KWALITEIT BINNENLUCHT | |||||||
B* | 043 | pas een gesloten warmwatertoestel toe | 5 | 5 | project | ||
B* | 278 | gebruik als beplating voor wand- of plafondsystemen gipsvezelplaat of gipskartonplaat | 1 | 1 | project | ||
B* | 291 | gebruik voor schilderwerk hout buiten een oplosmiddelarm verfsysteem | 2 | 2 | project | ||
B* | 300 | indien muurverf noodzakelijk is, gebruik minerale verf of oplosmiddelarme dispersieverven | 2 | 2 | project | ||
B* | 462 | behandel bouwdelen die optrekkend vocht vertonen | 2 | 2 | project | ||
B* | 469 | verbeter vochtwering vanuit de kruipruimte | 3 | 3 | project | ||
B* | 470 | verbeter vochtwering van massieve steenachtige gevels | 3 | 3 | project | ||
zijn alle B* maatregelen toegepast? | ja = 10 bonus punten | voor het verkrijgen van de bonuspunten moet aan alle B* maatregelen worden voldaan | |||||
SUBTHEMA AKOESTISCH COMFORT | |||||||
B* | 409 | zorg voor verbeterde geluidsisolatie tussen verblijfsruimten | 5 | 5 | project | ||
B* | 410 | verhoog de geluidwering tussen woningen | 10 | 10 | project | ||
B* | 411 | beperk het geluidsniveau ten gevolge van installaties | 5 | 5 | project | ||
zijn alle B* maatregelen toegepast? | ja = 10 bonus punten | voor het verkrijgen van de bonuspunten moet aan alle B* maatregelen worden voldaan | |||||
SUBTHEMA THERMISCH COMFORT | |||||||
is aan alle noodzakelijke maatregelen in de subthema’s isolatie en zonwering en ventilatie en infiltratie voldaan? | ja = 10 extra bonus punten | voor het verkrijgen van de bonuspunten moet aan alle B* maatregelen worden voldaan | |||||
Thema: DIVERSEN | |||||||
SUBTHEMA AFVAL | |||||||
B* | 354 | beperk het gebruik van eenmalig verpakkingsmateriaal | 1 | 1 | project | ||
B* | 371 | scheid bouwplaatsafval in zoveel mogelijk relevante fracties | 3 | 3 | project | ||
B* | 401 | neem een GFT-afvalvoorziening in de keuken op | 4 | 4 | project | ||
B* | 404 | plaats een compostbak in de tuin | 2 | 2 | project | ||
zijn alle B* maatregelen toegepast? | ja = 5 bonus punten | voor het verkrijgen van de bonuspunten moet aan alle B* maatregelen worden voldaan | |||||
SUBTHEMA OVERIG | |||||||
B | 392 | handhaaf en benut natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische elementen en structuren | 1 | 1 | project | ||
B | 393 | voorzie in een nestelgelegenheid voor vleermuizen en/of vogels | 2 | 2 | project | ||
B | 443 | lever een duidelijke gebruikershandleiding mee | 2 | 2 | project | punten vervallen indien X010 van toepassing is | |
B | 450 | maak een overdekte fietsenberging | 5 | 5 | project |
1. Deze bijlage wordt aangehaald als: Maatregelen zeer duurzame utiliteitsbouw 2006.
2. Met het Nationaal pakket wordt bedoeld de uitgave ‘Duurzaam bouwen: nationaal pakket utiliteitsbouw’ (uitgave van de Stichting Bouwresearch, bestelnummer 461.S).
3. Bij het indienen van de aanvraag wordt uitgegaan van de meest recente uitgave van het Nationaal pakket.
4. Om voor een groenverklaring in aanmerking te komen, moet een project aan alle 8 maatregelen van de tabel voldoen.
5. In de kolom ‘NPU’ geven de U-nummers de specificatiebladen aan zoals deze zijn opgenomen in de CD-ROM-versie van het Nationaal pakket. In dit pakket worden de in deze kolom vaak summier omschreven maatregelen verder geconcretiseerd.
6. In de kolom ‘NPU’ geeft ‘nvt’ aan dat het om een maatregel gaat die (nog) niet is opgenomen of afwijkt van het Nationaal pakket.
7. Als de aanvrager kan aantonen dat er sprake is van overmacht waardoor niet volledig aan maatregel 4 (gesloten grondbalans) kan worden voldaan, maar er wel een andere nuttige toepassing is van de grond, kan hiermee worden voldaan aan deze eis.
8. Als de aanvrager kan aantonen dat er sprake is van overmacht ingeval de vergunning wordt afgewezen om het hemelwater te infiltreren in de bodem of op het oppervlaktewater te lozen (maatregel 7), kan hiermee worden voldaan aan deze eis.
9. In tegenstelling tot het hierboven gestelde moet voor maatregel S 063 (Indien hout wordt toegepast, pas dan duurzaam geproduceerd hout toe) gebruik worden gemaakt van de uitwerking van de maatregel in het specificatieblad van het Nationaal Pakket uit november 2002. Aan deze eis wordt derhalve slechts voldaan als er inderdaad duurzaam geproduceerd hout wordt toegepast.
maatregel/toetsingscriterium | hoe te toetsen | NPU | |
1 | het ontwerp moet 30% energiezuiniger zijn dan de eisen in het Bouwbesluit | controleer of Qpres;tot/Qpres.toel. ≤ 0.7 | Nvt |
2 | het ontwerp moet aandacht hebben voor vervuilende bronnen | controleer of aparte ruimten voor rokers, printers en kopieermachines zijn gemaakt met een eigen effectieve afzuiging | U678 én U677 |
3 | het ontwerp moet flexibel zijn * bouwkundig * installatietechnisch | 4 van onderstaande 8 items moeten in het ontwerp zitten: | |
a. installaties uitgelegd op maximaal 1.8 m in plaats van 3.6 m | – nvt | ||
b. installaties opgedeeld in bouwdelen | – U618 | ||
c. meer kleine ketels in plaats van één grote | – U615 | ||
d. demontabele binnenwanden | – U146 | ||
e. plafondstructuur die veranderd kan worden | – U637 | ||
f. bemetering per bouwdeel in plaats voor het hele gebouw | – U024 én U378 | ||
g. bereid gebouw voor op functionele aanpassingen | – U419 | ||
h. demontabele draagconstructies | – U057 | ||
4 | in het ontwerp moet sprake zijn van een gesloten grondbalans | vraag de aanvrager om een onderbouwing middels een berekening van de grondstromen (wat wordt afgegraven/aangevuld; wat gebeurt er met een tekort/overschot van de grond) | – nvt |
5 | in het ontwerp wordt uitsluitend duurzaam geproduceerd hout toegepast | controleer of in PvE/bestek is opgenomen dat voor alle houttoepasingen hout met FSC-keur is opgenomen (constructie, gevels, binnentimmerwerk etc.). | U063 én U064 |
6 | in het ontwerp zijn waterbesparende maatregelen opgenomen | controleer of minimaal zijn opgenomen: toiletten met 4 literreservoir en waterbesparende kranen/douches | U383 én U385 |
7 | in het ontwerp is de hemelwaterafvoer afgekoppeld van het rioleringsstelsel en gebruik waar mogelijk halfverharding | controleer of hemelwaterafvoer is losgekoppeld van het rioleringsstelsel controleer of halfverharding is toegepast | U734 U098 |
8 | het ontwerp moet maatschappelijk verantwoord zijn | Laat de aanvrager aangeven wat er duurzaam is aan het ontwerp en vraag de aanvrager om concreet aan te tonen dat duurzaam bouwen wordt uitgedragen, bijvoorbeeld door ruchtbaarheid aan het project te geven middels brochures, lezingen, rondleidingen, kennisoverdracht, etc. | – nvt |