Wijzigingen Officiële bron
Besluit van de Minister van Verkeer en Waterstaat, van 30 juni 2005, nr. HDJZ/S&W/2005-1348, Hoofddirectie Juridische Zaken, houdende vaststelling van een drietal subsidieprogramma’s voor de periode 2005–2009 als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Subsidieregeling CO2-reductie verkeer en vervoerVaststellingsbesluit subsidieprogramma’s ex art. 2, eerste lid, Subsidieregeling CO2-reductie verkeer en vervoerDe Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 2, eerste lid, en 8, eerste lid, van de Subsidieregeling CO2-reductie verkeer en vervoer;

Besluit:

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen 4 tot en met 7, die ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, K.M.H.Peijs

In dit besluit wordt verstaan onder:

De minister stelt de volgende subsidieprogramma’s vast:

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Het Subsidieprogramma CO2-reductie Goederenvervoer, hierna genoemd het programma, is een CO2-programma als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Subsidieregeling CO2-reductie verkeer en vervoer (Staatscourant 2 november 2001, nr. 213), hierna genoemd de subsidieregeling. Doel van het programma is invulling geven aan de subsidiemogelijkheden voor CO2-reductieprojecten, die voldoen aan de doelstellingen van de subsidieregeling. Het programma beperkt zich daarbij tot het ondersteunen van projecten die een substantiële bijdrage leveren aan de CO2-reductie in de sector goederenvervoer. Naast de voorwaarden en criteria zoals neergelegd in het programma zijn de voorwaarden en criteria zoals neergelegd in de subsidieregeling onverkort van toepassing. Het programma heeft een looptijd van 4 jaar (van 2005 tot en met 2009). Ingevolge de subsidieregeling stelt de minister een programma vast. Het onderhavige programma, is een aanpassing naar aanleiding van de ervaringen met het tweede programma.

De in de subsidieregeling vermelde percentages in artikel 4 het eerste lid, onder a en b, worden met maximaal 10% bruto verhoogd indien de aanvrager geen onderneming drijft en het CO2-reductieproject niet tot doel heeft de levering, tegen vergoeding, van goederen en diensten.

Indien niet wordt voldaan aan alle bovenstaande criteria zal de aanvraag worden afgewezen.

De beschikbare gelden worden verdeeld naar rangschikking van de subsidieaanvragen. De investeringsprojecten en toepassingsprojecten worden gezamenlijk gerangschikt. De rangschikking van kennisoverdrachtprojecten geschiedt separaat.

Aanvragen voor de derde tender worden ingediend met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst en dienen uiterlijk op 11 november 2005 te zijn ontvangen. Na afloop van de periode van indiening brengt een adviescommissie, als bedoeld in artikel 6 van de subsidieregeling, advies uit over de beoordeling en de rangschikking van de aanvragen. Binnen maximaal 16 weken na sluiting van de aanvraagperiode zal de minister op een aanvraag beschikken.

Een subsidieaanvraag wordt ingediend bij SenterNovem door middel van een daar te verkrijgen aanvraagformulier.

Het postadres is:

SenterNovem Zwolle/ CO2-reductie verkeer en vervoer

Postbus 10073

8000 GB Zwolle

Het bezoekadres is:

SenterNovem Zwolle/ CO2-reductie verkeer en vervoer

Dokter van Deenweg 108

Zwolle

Telefoon: (038) 4553422/4553401

Fax: (038) 4540225

E-mail: CO2@senternovem.nl

Website: http://www.senternovem.nl/CO2

Het subsidieplafond bedraagt € 2.750.000,– voor investering- en toepassingsprojecten samen, en € 250.000,– voor kennisoverdrachtprojecten. Indien na rangschikking blijkt dat een van de hiervoor genoemde budgetten niet is uitgeput, dan zal het resterende bedrag worden toegevoegd aan het andere budget.

De subsidieontvanger zal gedurende een periode van ten hoogste drie jaar, ingaand na goedkeuring van het eindverslag als bedoeld in artikel 17 van de subsidieregeling informatie verstrekken met betrekking tot het resultaat van het project voor zover het de CO2-emissie betreft. Voor de wijze waarop dit zal gebeuren wordt door SenterNovem een opzet verstrekt.

Bij de berekening van de CO2-reductie, de subsidie-effectiviteit en de subsidiabele projectkosten gelden de volgende uitgangspunten:

Waar van toepassing gelden bij berekeningen voor diverse energiebronnen de volgende forfaitaire waarden voor energie-inhoud en CO2-emissiefactoren:

Het Subsidieprogramma CO2-reductie Personenvervoer, hierna genoemd het programma, is een CO2-programma als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Subsidieregeling CO2-reductie verkeer en vervoer (Staatscourant 2 november 2001, nr. 213), hierna genoemd de subsidieregeling. Doel van het programma is invulling geven aan de subsidiemogelijkheden voor CO2-reductieprojecten, die voldoen aan de doelstellingen van de subsidieregeling. Het programma beperkt zich daarbij tot het ondersteunen van projecten die een substantiële bijdrage leveren aan de CO2-reductie in de sector personenvervoer. Naast de voorwaarden en criteria zoals neergelegd in het programma zijn de voorwaarden en criteria zoals neergelegd in de subsidieregeling onverkort van toepassing. Het programma heeft een looptijd van 4 jaar (van 2005 tot en met 2009). ) Ingevolge de subsidieregeling stelt de minister een programma vast. Het onderhavige programma is een aanpassing naar aanleiding van de ervaringen met het tweede programma.

De in de subsidieregeling vermelde percentages onder artikel 4 het eerste lid, onder a en b, worden met maximaal 10% bruto verhoogd indien de aanvrager geen onderneming drijft en het CO2-reductieproject niet tot doel heeft de levering, tegen vergoeding, van goederen en diensten.

Indien niet wordt voldaan aan alle bovenstaande criteria zal de aanvraag worden afgewezen.

De beschikbare gelden worden verdeeld naar rangschikking van de subsidieaanvragen. De investeringsprojecten en toepassingsprojecten worden gezamenlijk gerangschikt. De rangschikking van kennisoverdrachtprojecten geschiedt separaat.

Aanvragen voor de derde tender worden ingediend met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst en dienen uiterlijk op 11 november 2005 te zijn ontvangen. Na afloop van de periode van indiening brengt een adviescommissie, als bedoeld in artikel 6 van de subsidieregeling, advies uit over de beoordeling en de rangschikking van de aanvragen. Binnen maximaal 16 weken na sluiting van de aanvraagperiode zal de minister op een aanvraag beschikken.

Een subsidieaanvraag wordt ingediend bij SenterNovem door middel van een daar te verkrijgen aanvraagformulier.

Het postadres is:

SenterNovem Zwolle/CO2-reductie verkeer en vervoer

Postbus 10073

8000 GB Zwolle

Het bezoekadres is:

SenterNovem Zwolle/CO2-reductie verkeer en vervoer

Dokter van Deenweg 108

Zwolle

Telefoon: (038) 4553422/4553401

Fax: (038) 4540225

E-mail: CO2@senternovem.nl

Website: http://www.senternovem.nl/CO2

Het subsidieplafond bedraagt € 2.750.000,– voor investering- en toepassingsprojecten samen, en € 250.000,– voor kennisoverdrachtprojecten. Indien na rangschikking blijkt dat een van de hiervoor genoemde budgetten niet is uitgeput, dan zal het resterende bedrag worden toegevoegd aan het andere budget.

De subsidieontvanger zal gedurende een periode van ten hoogste drie jaar, ingaand na goedkeuring van het eindverslag als bedoeld in artikel 17 van de subsidieregeling informatie verstrekken met betrekking tot het resultaat van het project voor zover het de CO2-emissie betreft. Voor de wijze waarop dit zal gebeuren wordt door SenterNovem een opzet verstrekt.

Bij de berekening van de CO2-reductie, de subsidie-effectiviteit en de subsidiabele projectkosten gelden de volgende uitgangspunten:

Waar van toepassing gelden bij berekeningen voor diverse energiebronnen de volgende forfaitaire waarden voor energie-inhoud en CO2-emissiefactoren:

Het Programma Ruimtelijke Ordening en Vervoer is een uitvoeringsprogramma als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Subsidieregeling CO2-reductie Verkeer en Vervoer (Staatscourant 2 november 2001, nr. 213), hierna te noemen: de subsidieregeling. Naast de voorwaarden en criteria zoals neergelegd in het Programma Ruimtelijke Ordening en Vervoer, hierna te noemen: het subsidieprogramma, zijn de voorwaarden en criteria zoals neergelegd in de subsidieregeling onverkort van toepassing. Ingevolge de subsidieregeling stelt de minister een programma vast. Het onderhavige subsidieprogramma is het derde Programma Ruimelijke Ordening en Vervoer.

Doel van het subsidieprogramma is het realiseren van CO2-reductie bij de (her)inrichting van woon- en werklocaties door het stimuleren van a) het gebruik van integrale ontwerpmethoden met het oog op een duurzame afwikkeling van de mobiliteit en b) het aanbrengen van infrastructurele voorzieningen die een duurzame mobiliteit bevorderen.

Het gebruik van integrale ontwerpmethoden wordt gestimuleerd door middel van kennisoverdracht aan gemeentelijke en provinciale ambtenaren en bestuurders. Het gebruik van integrale ontwerpmethoden houdt in dat intensieve samenwerking tussen stedenbouwkundigen/ RO ambtenaren en verkeerskundigen in een vroegtijdig stadium van het planproces voorop staat. Betrokkenheid van andere belanghebbende organisaties is nadrukkelijk gewenst. Op deze wijze wordt een ruimtelijk ontwerp gerealiseerd met aandacht voor mobiliteit én kwaliteit van de leefomgeving, waarbij bewoners en werkenden op een vanzelfsprekende manier voor die wijze van verplaatsen kiezen die voor hen en voor de omgeving het meest geschikt is.

Voorbeelden van integrale ontwerpmethoden zijn VervoersPrestatie op Locatie, Langzaam Rijden Gaat Sneller en VervoersPrestatie Regionaal (hierna respectievelijk VPL, Langzaam Sneller en VPR genoemd). De VPL en VPR zijn toepasbaar op alle ruimtelijke plannen op lokaal, respectievelijk regionaal niveau, waarbij met name het verkorten van af te leggen afstanden en de vervoerwijzekeuze worden beoogd. Langzaam Sneller richt zich op homogeniseringmaatregelen om de verkeersafwikkeling op doorgaande wegen te verbeteren en op het verhogen van de stedelijke kwaliteit rond aders en in de omliggende gebieden. Genoemde methoden zijn toepasbaar in zowel nieuwbouwsituaties als in herstructurerings- en herinrichtinggebieden. Het is ook mogelijk een andere, hier niet benoemde integrale aanpak te gebruiken.

Bij het aanbrengen van infrastructurele voorzieningen die een duurzame mobiliteit bevorderen kan worden gedacht aan maatregelen gericht op de homogenisering van de rijsnelheid en verbetering van de fietsinfrastructuur die leiden tot een substantiële modal shift van auto naar fiets.

Het subsidieprogramma heeft een looptijd van 2005 tot en met 2009.

Een project moet aan de volgende criteria voldoen om voor subsidie in aanmerking te komen.

Het subsidieplafond is gesteld op € 500.000,–. Hiervan is € 200.000,– gereserveerd voor kennisoverdrachtprojecten en € 300.000,– voor investeringsprojecten. Indien bij de beslissing op de aanvragen mocht blijken dat één van beide budgetten niet volledig wordt benut, worden de resterende middelen uit dat budget toegevoegd aan het andere budget.

De rangschikking van investeringsprojecten wordt bepaald aan de hand van een drietal criteria:

Bij vergelijkbare projecten genieten projecten die innovatief zijn en een groot herhalingspotentieel hebben de voorkeur.

Bij de subsidieverlening worden naast de verplichtingen uit de subsidieregeling de volgende verplichtingen opgelegd:

De subsidieontvanger vult na afloop van het project een factsheet in met betrekking tot de kenmerken en resultaten van het project zoals dat door de subsidieverlener wordt verstrekt.

De subsidieontvanger geeft aan de minister toestemming om, gedurende de looptijd van het project en een periode van ten hoogste drie jaar na afloop van het project, gegevens over het project te gebruiken ten behoeve van communicatieactiviteiten van de subsidieverlener.

Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend bij SenterNovem, waar tevens het aanvraagformulier verkrijgbaar is.

Het adres is:

SenterNovem

Secretariaat RO&V, kamer 4.44

Catharijnesingel 59

Postbus 8242

3503 RE Utrecht

Tel.: 030-239 37 67

Fax: 030-231 64 91

De volgende informatie inzake VPL, VPR en Langzaam Sneller is beschikbaar:

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.