U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 15-01-2006.

Ministeriële regeling · BWBR0018723

Organisatie- en mandaatbesluit Ministerie van Financiën

Wijzigingen Officiële bron
Organisatie- en mandaatbesluit Ministerie van FinanciënOrganisatie- en mandaatbesluit Ministerie van FinanciënDe Minister van Financiën,

Gelet op artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht;

Gehoord de Departementale Ondernemingsraad;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Financiën, G.Zalm

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Het Ministerie van Financiën bewaakt de schatkist en bevordert de ontwikkeling van een financieel gezond en welvarend Nederland. De algemene leiding van het ministerie richt de organisatie en de zorg voor het personeel, de financiën en de overige bedrijfsvoering zo in dat het ministerie op die taak is berekend. De algemene leiding stimuleert de toewijding, de open houding en de integriteit van de medewerkers van het ministerie, geeft ruimte aan talent in de organisatie en bevordert de samenwerking tussen dienstonderdelen en met andere ministeries. De algemene leiding legt over de bedrijfsvoering en het beheer van de haar toevertrouwde middelen op inzichtelijke wijze verantwoording af.

De plaatsvervangend secretaris-generaal (de PSG) vervangt de SG bij zijn afwezigheid. De PSG is verantwoordelijk voor de beleidsterreinen van de onder haar ressorterende directies en diensten, genoemd in artikel 8 onder a en b, voor de samenhang tussen die beleidsterreinen en voor de bijbehorende bedrijfsvoering. De PSG geeft op collegiale wijze leiding aan de onder haar ressorterende directeuren en voorziet daartoe in de nodige ondermandaten van die directeuren.

De directeuren-generaal, onder wie de thesaurier-generaal, (de DG’s) zijn verantwoordelijk voor de beleidsterreinen van de onder hen ressorterende directies, genoemd in artikel 8 onder c tot en met f, voor de samenhang tussen die beleidsterreinen en voor de bijbehorende bedrijfsvoering. De DG’s hebben een plaatsvervanger, die hen bij afwezigheid vervangt. De DG’s geven op collegiale wijze leiding aan de onder hen ressorterende directeuren en voorzien daartoe in de nodige ondermandaten van die directeuren.

Over vraagstukken die van politiek gevoelige of anderszins zwaarwegende aard zijn, treedt de algemene leiding in contact met de bewindspersoon die het aangaat, voordat van bevoegdheden gebruik wordt gemaakt.

Het ministerie bestaat uit de volgende organisatieonderdelen:

De SG kan de PSG en DG’s toestemming verlenen om, met inachtneming van de taken genoemd in artikel 9 en passend binnen de in artikel 8 genoemde hoofdstructuur van hun directoraat-generaal, tijdelijke directies of projectdirecties in te stellen.

De PSG en DG’s stellen, in overeenstemming met de SG, een organisatie- en mandaatbesluit voor hun directoraat-generaal vast.

Bij het nemen van besluiten, afdoen van stukken en ondertekenen van uitgaande brieven met betrekking tot alle personeelsaangelegenheden betreffende het kernministerie als bedoeld in de bijlage bij deze regeling is advies van de voorzitter van het managementteam van de directie Bedrijfsvoering en Communicatie vereist.

Voor zover voorgenomen besluiten met financiële consequenties niet passen binnen de door de SG vastgestelde budgetten, is instemming van de directeur Financieel-Economische Zaken vereist.

Voor de toepassing van deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van:

Aan de bewindspersonen is voorbehouden het afdoen en ondertekenen van stukken:

Aan de SG is voorbehouden het afdoen en ondertekenen van stukken:

De DG’s en PSG leggen, aan het eind van het verslagjaar en tussentijds, gestructureerd verantwoording af over de uitvoering van aan hen opgelegde taken en het gebruik van daarbij verleende bevoegdheden.

De volgende regelingen worden ingetrokken: Regeling Tekeningsbevoegdheid Ministerie van Financiën 1999, Regeling Personeelsmandaat Financiën, Mandaatregeling klachten ongewenste omgangsvormen Ministerie van Financiën, Besluit Financieel Beheer Financiën, het besluit van 16 april 1987 over de instelling van een Commissie van overleg inzake accountantscontrole (COAC), Besluit benoeming TG als hoofdbudgethouder van 15 mei 1992, Besluit benoeming Directeur-Generaal der Belastingen als hoofdbudgethouder van 20 december 1991, Besluit benoeming plv. SG als hoofdbudgethouder van 14 november 1991, Besluit benoeming DGRB als hoofdbudgethouder van 22 november 1991 en Besluit benoeming DGFZ als hoofdbudgethouder van 28 februari 1992.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Organisatie- en mandaatbesluit Ministerie van Financiën.

De personeelsaangelegenheden als bedoeld in artikel 16 zijn: