U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-10-2013.

Ministeriële regeling · BWBR0018743

Subsidieregeling publieke gezondheid

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 12 september 2005, nr. PG-2.611.880, houdende de regels inzake de verstrekking van subsidies op het terrein van de publieke gezondheid (Subsidieregeling publieke gezondheid)Subsidieregeling publieke gezondheidDe Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet volksgezondheidssubsidies;

Besluit:

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J.F.Hoogervorst

In deze regeling wordt verstaan onder:

Deze regeling is van toepassing op de subsidies, bedoeld in Hoofdstuk II.

Een instellingssubsidie bestaat uit een door de minister vast te stellen bedrag voor overeenkomstig een door de minister goedgekeurd activiteitenplan uitgevoerde activiteiten.

Vervallen

Baten en lasten die door middel van interne doorberekeningen worden toegerekend, worden bepaald op bedrijfseconomische en maatschappelijk aanvaardbare grondslagen. Voorzover hierin lasten zijn begrepen van materiële vaste activa, worden deze lasten op basis van aanschaffingsprijzen van die activa berekend.

Vervallen

De minister kan de volgende modellen en formulieren vaststellen:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De minister geeft een beschikking op een aanvraag binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.

Vervallen

De subsidieontvanger zorgt ervoor dat:

De subsidieontvanger zorgt er voorts voor:

Vervallen

De subsidieontvanger stelt na afloop van de periode waarvoor subsidie is verleend een verslag vast dat inzicht geeft in de aard, duur en omvang van de in het kader van de subsidiëring verrichte activiteiten. Het verslag vergelijkt de verrichte activiteiten met de in het activiteitenplan voorgenomen activiteiten.

Op de balans worden de voorzieningen, gesplitst naar hun aard, en de reservering opgenomen. In de toelichting op de balans worden de toevoegingen en de onttrekkingen aan de voorzieningen en reservering toegelicht.

De subsidieontvanger die aan derden goederen ter beschikking stelt of voor derden diensten verricht, brengt daarvoor een vergoeding in rekening die ten minste kostendekkend is, tenzij het derden betreft voor wie de gesubsidieerde activiteiten bestemd zijn. De minister kan ook andere gevallen aanwijzen waarin de bepaling niet geldt.

Indien bij de minister het vermoeden is gerezen dat artikel 28 niet is nageleefd, spant de subsidieontvanger zich desgevraagd in de jaarrekening van de desbetreffende organisatie over te leggen.

De subsidiedeclaratie geeft een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de aanwending en de besteding van de subsidie door de instelling en geeft de nodige informatie om de subsidie vast te stellen. De subsidiedeclaratie sluit aan op de indeling van de bij de subsidieaanvraag ingediende begroting. Belangrijke verschillen tussen declaratie en begroting worden toegelicht. In de subsidiedeclaratie van instellingssubsidies wordt de aansluiting tussen de subsidiedeclaratie en de jaarrekening toegelicht.

Binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel 32, geeft de minister een beschikking tot vaststelling van de subsidie.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Vervallen

Een screeningsorganisatie draagt er voor zorg dat de verhouding tussen de bij de uitvoering van het bevolkingsonderzoek betrokken partijen is geregeld in een samenwerkingsovereenkomst, waarin ten minste zijn opgenomen de afbakening van het werkgebied, de organisatorische vormgeving en de daarbij behorende financiële afspraken.

Bij de verlening van de subsidie, bedoeld in artikel 42, kan de minister verplichtingen opleggen met betrekking tot:

In afwijking van artikel 4 bestaat de subsidie, bedoeld in artikel 42, voor het jaar 2014 uit het bedrag dat wordt berekend overeenkomstig de volgende formule:

(Qo × Po) + (Qho × Pho)

waarbij wordt verstaan onder:

Qo. het aantal onderzoeken dat in het jaar 2014 is verricht in het kader van het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker van de desbetreffende screeningsorganisatie;

Po. de som van € 56,25 en de verhoging in het jaar 2014 van de door de Nederlandse Zorgautoriteit bepaalde tarieven voor het onderzoek;

Qho. het aantal herhaalonderzoeken dat in het jaar 2014 is verricht in het kader van het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker van de desbetreffende screeningsorganisatie;

Pho. een bedrag van € 37,53.

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Voor de uitvoering van een bevolkingsonderzoek naar borstkanker kan de minister aan de

volgende screeningsorganisaties een instellingssubsidie verstrekken:

Subsidie als bedoeld in artikel 49 wordt slechts verstrekt:

In afwijking van artikel 4 bedraagt de subsidie, bedoeld in artikel 49, voor het jaar 2014 ten hoogste € 62,15 voor elk onderzoek dat in het jaar 2014 is verricht in het kader van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker van de desbetreffende screeningsorganisatie.

In deze paragraaf wordt verstaan onder screeningsorganisatie: een rechtspersoon aan wie voor de uitvoering van het bevolkingsonderzoek naar darmkanker vergunning is verleend krachtens de Wet op het bevolkingsonderzoek.

Voor de implementatie en uitvoering van het bevolkingsonderzoek naar darmkanker kan de minister aan de volgende screeningsorganisaties een instellingssubsidie verstrekken:

Subsidie als bedoeld in artikel 54 wordt slechts verstrekt:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Voor de uitvoering van het Nationaal Programma Grieppreventie kan de minister een instellingssubsidie verlenen aan de Stichting Nationaal Programma Grieppreventie te Utrecht.

De subsidie, bedoeld in artikel 60, wordt verstrekt voor griepvaccinaties die in de periode van 1 september van enig jaar tot en met 30 april van het daarop volgende jaar worden toegediend door:

In afwijking van artikel 19, eerste lid, loopt het boekjaar voor de instellingssubsidie, bedoeld in artikel 60, van 1 mei van enig jaar tot en met 30 april van het daarop volgende jaar.

Met ingang van het boekjaar van 1 mei 2013 tot en met 30 april 2014 bestaat de subsidie, bedoeld in artikel 60, uit het bedrag dat wordt berekend overeenkomstig de volgende formule:

Qt x Pt + U

waarbij wordt verstaan onder:

Qt. het aantal griepvaccins, bedoeld in artikel 61, onderdeel a, dat in het boekjaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt in het kader van het Nationaal Programma Grieppreventie wordt toegediend;

Pt. een bedrag van € 10,62;

U. het verschil tussen de overige baten en lasten van de uitvoering van het Nationaal Programma Grieppreventie, voor zover opgenomen in een door de minister goedgekeurde begroting, tot ten hoogste € 700.000.

Bij de verlening van de subsidie, bedoeld in artikel 60, kan de minister verplichtingen opleggen met betrekking tot de kwaliteit van het Nationaal Programma Grieppreventie.

In afwijking van artikel 23 bedraagt het totaal van de in artikel 23, eerste lid, bedoelde reservering ten hoogste € 275.000.

De stichting, genoemd in artikel 60, draagt er zorg voor dat artsen, bedoeld in artikel 61:

De stichting, genoemd in artikel 60:

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Uiterlijk 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarvoor een coördinerende GGD op grond van deze paragraaf een subsidie is verstrekt, zendt de coördinerende GGD de Minister de jaarrekening over het jaar waarvoor de subsidie is verstrekt.

De minister kan aan een coördinerende GGD jaarlijks een instellingssubsidie verstrekken voor aanvullende seksuele gezondheidszorg en coördinatie in het verzorgingsgebied waar de coördinerende GGD is gevestigd, indien in het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt:

De coördinerende GGD draagt er ten behoeve van zijn verzorgingsgebied zorg voor dat in het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt:

Vervallen

In afwijking van artikel 9, eerste lid, wordt een aanvraag van de instellingssubsidie voor aanvullende seksuele gezondheidszorg en coördinatie onderbouwd met een activiteitenplan en gaat deze aanvraag vergezeld van:

De artikelen 23, 24, 32, 33 en 35 zijn niet van toepassing op een instellingssubsidie voor aanvullende seksuele gezondheidszorg en coördinatie.

Vervallen

In afwijking van artikel 9, eerste lid, wordt een aanvraag van de instellingssubsidie voor soa-onderzoek, bedoeld in artikel 75b, onderbouwd met een activiteitenplan en gaat deze aanvraag vergezeld van een opgave van het aantal soa-onderzoeken in de periode van 1 januari tot en met 30 juni van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt.

De Minister verleent een instellingssubsidie voor soa-onderzoek, bedoeld in artikel 75b, van ten hoogste het bedrag dat in afwijking van artikel 4, wordt berekend met de formule (G × 2) × H + (I × 2) × J, waarbij wordt verstaan onder:

G. het totaal aantal soa-onderzoeken als bedoeld in artikel 75b, tweede lid, onder c, sub 2, in de periode van 1 januari tot en met 30 juni van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt,

H. een normbedrag van € 43,31 voor het jaar 2014,

I. het totaal aantal soa-onderzoeken als bedoeld in artikel 75b, tweede lid, onder c, sub 1 en 3, in de periode van 1 januari tot en met 30 juni van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt, en

J. een normbedrag van € 133,57 voor het jaar 2014.

De coördinerende GGD waaraan een instellingssubsidie voor soa-onderzoek, bedoeld in artikel 75b, is verleend, draagt er zorg voor dat aan de Minister op door hem te bepalen wijze gegevens worden verstrekt over de uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt.

In afwijking van de artikelen 32 tot en met 36 wordt de instellingssubsidie voor soa-onderzoek, bedoeld in artikel 75b, als volgt vastgesteld:

De Minister stelt een instellingssubsidie voor soa-onderzoek, bedoeld in artikel 75b, vast op het bedrag dat in afwijking van artikel 4 wordt berekend met de formule K × L + M × N, waarbij wordt verstaan onder:

Vervallen

De artikelen 23 en 24 zijn niet van toepassing op een instellingssubsidie voor soa-onderzoek, bedoeld in artikel 75b.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De minister kan, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voorzover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Vervallen

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling publieke gezondheid.