U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-05-2020.

Ministeriële regeling · BWBR0018743

Subsidieregeling publieke gezondheid

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 12 september 2005, nr. PG-2.611.880, houdende de regels inzake de verstrekking van subsidies op het terrein van de publieke gezondheid (Subsidieregeling publieke gezondheid)Subsidieregeling publieke gezondheidDe Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet volksgezondheidssubsidies;

Besluit:

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J.F.Hoogervorst

In deze regeling wordt verstaan onder:

Op deze regeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS niet van toepassing.

Deze regeling is van toepassing op de subsidies, bedoeld in Hoofdstuk II.

Een instellingssubsidie bestaat uit een door de minister vast te stellen bedrag voor overeenkomstig een door de minister goedgekeurd activiteitenplan uitgevoerde activiteiten.

Vervallen

Baten en lasten die door middel van interne doorberekeningen worden toegerekend, worden bepaald op bedrijfseconomische en maatschappelijk aanvaardbare grondslagen. Voorzover hierin lasten zijn begrepen van materiële vaste activa, worden deze lasten op basis van aanschaffingsprijzen van die activa berekend.

Vervallen

De minister kan de volgende modellen en formulieren vaststellen:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De minister geeft een beschikking op een aanvraag binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.

Vervallen

De subsidieontvanger zorgt ervoor dat:

De subsidieontvanger zorgt er voorts voor:

Vervallen

De subsidieontvanger stelt na afloop van de periode waarvoor subsidie is verleend een verslag vast dat inzicht geeft in de aard, duur en omvang van de in het kader van de subsidiëring verrichte activiteiten. Het verslag vergelijkt de verrichte activiteiten met de in het activiteitenplan voorgenomen activiteiten.

Op de balans worden de voorzieningen, gesplitst naar hun aard, en de reservering opgenomen. In de toelichting op de balans worden de toevoegingen en de onttrekkingen aan de voorzieningen en reservering toegelicht.

De subsidieontvanger die aan derden goederen ter beschikking stelt of voor derden diensten verricht, brengt daarvoor een vergoeding in rekening die ten minste kostendekkend is, tenzij het derden betreft voor wie de gesubsidieerde activiteiten bestemd zijn. De minister kan ook andere gevallen aanwijzen waarin de bepaling niet geldt.

Indien bij de minister het vermoeden is gerezen dat artikel 28 niet is nageleefd, spant de subsidieontvanger zich desgevraagd in de jaarrekening van de desbetreffende organisatie over te leggen.

De subsidiedeclaratie geeft een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de aanwending en de besteding van de subsidie door de instelling en geeft de nodige informatie om de subsidie vast te stellen. De subsidiedeclaratie sluit aan op de indeling van de bij de subsidieaanvraag ingediende begroting. Belangrijke verschillen tussen declaratie en begroting worden toegelicht. In de subsidiedeclaratie van instellingssubsidies wordt de aansluiting tussen de subsidiedeclaratie en de jaarrekening toegelicht.

Binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel 32, geeft de minister een beschikking tot vaststelling van de subsidie.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Vervallen

Een screeningsorganisatie draagt er voor zorg dat de verhouding tussen de bij de uitvoering van het bevolkingsonderzoek betrokken partijen is geregeld in een samenwerkingsovereenkomst, waarin ten minste zijn opgenomen de afbakening van het werkgebied, de organisatorische vormgeving en de daarbij behorende financiële afspraken.

Bij de verlening van de subsidie, bedoeld in artikel 42, kan de minister verplichtingen opleggen met betrekking tot:

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Voor de uitvoering van een bevolkingsonderzoek naar borstkanker kan de minister aan de

volgende screeningsorganisaties een instellingssubsidie verstrekken:

Subsidie als bedoeld in artikel 49 wordt slechts verstrekt:

In afwijking van artikel 4 bedraagt de subsidie, bedoeld in artikel 49, voor het jaar 2019 en voor het jaar 2020 ten hoogste € 67,99 voor elk onderzoek dat in het desbetreffende jaar is verricht in het kader van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker van de desbetreffende screeningsorganisatie.

In deze paragraaf wordt verstaan onder screeningsorganisatie: een rechtspersoon aan wie voor de uitvoering van het bevolkingsonderzoek naar darmkanker vergunning is verleend krachtens de Wet op het bevolkingsonderzoek.

Voor de implementatie en uitvoering van het bevolkingsonderzoek naar darmkanker kan de minister aan de volgende screeningsorganisaties een instellingssubsidie verstrekken:

Subsidie als bedoeld in artikel 54 wordt slechts verstrekt:

In afwijking van artikel 4 bedraagt de subsidie, bedoeld in artikel 54, voor het jaar 2019 en voor het jaar 2020 ten hoogste € 17,21 voor elk onderzoek dat in het desbetreffende jaar is verricht in het kader van het bevolkingsonderzoek naar darmkanker van de betreffende screeningsorganisatie.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Voor de uitvoering van het Nationaal Programma Grieppreventie kan de minister een instellingssubsidie verlenen aan de Stichting Nationaal Programma Grieppreventie te Utrecht.

De subsidie, bedoeld in artikel 60, wordt verstrekt voor griepvaccinaties die in de periode van 1 september van enig jaar tot en met 30 april van het daarop volgende jaar worden toegediend door:

In afwijking van artikel 19, eerste lid, loopt het boekjaar voor de instellingssubsidie, bedoeld in artikel 60, van 1 mei van enig jaar tot en met 30 april van het daarop volgende jaar.

Bij de verlening van de subsidie, bedoeld in artikel 60, kan de minister verplichtingen opleggen met betrekking tot de kwaliteit van het Nationaal Programma Grieppreventie.

In afwijking van artikel 23 bedraagt het totaal van de in artikel 23, eerste lid, bedoelde reservering van de overschotten van de instellingssubsidies, bedoeld in artikel 60 en 67a, ten hoogste € 275.000.

De stichting, genoemd in artikel 60, draagt er zorg voor dat artsen, bedoeld in artikel 61:

De stichting, genoemd in artikel 60:

Voor de uitvoering van de vaccinatie tegen de pneumokokkenziekte kan de minister een instellingssubsidie verstrekken aan de Stichting Nationaal Programma Grieppreventie te Utrecht.

De subsidie, bedoeld in artikel 67a, wordt verstrekt voor vaccinaties tegen de pneumokokkenziekte die in de periode van 1 mei van enig jaar tot en met 30 april van het daaropvolgende jaar worden toegediend door:

In afwijking van artikel 19, eerste lid, loopt het boekjaar voor de instellingssubsidie, bedoeld in artikel 67a, van 1 mei van enig jaar tot en met 30 april van het daaropvolgende jaar.

Bij de verlening van de subsidie, bedoeld in artikel 67a, kan de minister verplichtingen opleggen met betrekking tot de kwaliteit van de vaccinatie tegen de pneumokokkenziekte.

In afwijking van artikel 23 bedraagt het totaal van de in artikel 23, eerste lid, bedoelde reservering van de overschotten van de instellingssubsidies, bedoeld in artikel 60 en 67a, ten hoogste € 275.000.

De stichting, genoemd in artikel 67a, draagt er zorg voor dat huisartsen, bedoeld in artikel 67b, de gevaccineerden registreren en deze registratie gedurende ten minste twintig jaren bewaren.

De stichting, genoemd in artikel 67a:

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Uiterlijk 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarvoor een coördinerende GGD op grond van deze paragraaf een subsidie is verstrekt, zendt de coördinerende GGD de Minister de jaarrekening over het jaar waarvoor de subsidie is verstrekt.

De coördinerende GGD draagt er ten behoeve van zijn verzorgingsgebied zorg voor dat in het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt:

De instellingssubsidie bedraagt in 2020 jaarlijks ten hoogste:

Vervallen

Vervallen

De coördinerende GGD waaraan de instellingssubsidie is verleend, draagt er zorg voor dat aan de Minister op door hem te bepalen wijze gegevens worden verstrekt over de uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt.

In afwijking van de artikelen 32 tot en met 36 wordt de instellingssubsidie als volgt vastgesteld:

De artikelen 25 en 29 zijn niet van toepassing op de instellingssubsidie.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De minister kan, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voorzover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Vervallen

Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2022.

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling publieke gezondheid.