U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 30-11-2022.

Ministeriële regeling · BWBR0018743

Subsidieregeling publieke gezondheid

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 12 september 2005, nr. PG-2.611.880, houdende de regels inzake de verstrekking van subsidies op het terrein van de publieke gezondheid (Subsidieregeling publieke gezondheid)Subsidieregeling publieke gezondheidDe Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet volksgezondheidssubsidies;

Besluit:

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J.F.Hoogervorst

In deze regeling wordt verstaan onder:

Op deze regeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS niet van toepassing.

Deze regeling is van toepassing op de subsidies, bedoeld in Hoofdstuk II.

Een subsidie of een uitkering die op grond van deze regeling wordt verstrekt, bestaat uit een door de minister vast te stellen bedrag voor overeenkomstig een door de minister goedgekeurd activiteitenplan uitgevoerde activiteiten.

Baten en lasten die door middel van interne doorberekeningen worden toegerekend, worden bepaald op bedrijfseconomische en maatschappelijk aanvaardbare grondslagen. Voorzover hierin lasten zijn begrepen van materiële vaste activa, worden deze lasten op basis van aanschaffingsprijzen van die activa berekend.

Vervallen

Vervallen

De minister kan de volgende modellen en formulieren vaststellen:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De minister geeft een beschikking op een aanvraag binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.

Vervallen

De subsidieontvanger zorgt ervoor dat:

De subsidieontvanger zorgt er voorts voor:

Vervallen

De subsidieontvanger stelt na afloop van de periode waarvoor subsidie is verleend een verslag vast dat inzicht geeft in de aard, duur en omvang van de in het kader van de subsidiëring verrichte activiteiten. Het verslag vergelijkt de verrichte activiteiten met de in het activiteitenplan voorgenomen activiteiten.

Op de balans worden de voorzieningen, gesplitst naar hun aard, en de reservering opgenomen. In de toelichting op de balans worden de toevoegingen en de onttrekkingen aan de voorzieningen en reservering toegelicht.

De subsidieontvanger die aan derden goederen ter beschikking stelt of voor derden diensten verricht, brengt daarvoor een vergoeding in rekening die ten minste kostendekkend is, tenzij het derden betreft voor wie de gesubsidieerde activiteiten bestemd zijn. De minister kan ook andere gevallen aanwijzen waarin de bepaling niet geldt.

Indien bij de minister het vermoeden is gerezen dat artikel 28 niet is nageleefd, spant de subsidieontvanger zich desgevraagd in de jaarrekening van de desbetreffende organisatie over te leggen.

De subsidiedeclaratie geeft een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de aanwending en de besteding van de subsidie door de instelling en geeft de nodige informatie om de subsidie vast te stellen. De subsidiedeclaratie sluit aan op de indeling van de bij de subsidieaanvraag ingediende begroting. Belangrijke verschillen tussen declaratie en begroting worden toegelicht. In de subsidiedeclaratie van instellingssubsidies wordt de aansluiting tussen de subsidiedeclaratie en de jaarrekening toegelicht.

Binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel 32, geeft de minister een beschikking tot vaststelling van de subsidie.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Vervallen

De screeningsorganisatie draagt er voor zorg dat de verhouding tussen de bij de uitvoering van het bevolkingsonderzoek betrokken partijen is geregeld in een samenwerkingsovereenkomst, waarin ten minste zijn opgenomen de afbakening van het werkgebied, de organisatorische vormgeving en de daarbij behorende financiële afspraken.

Bij de verlening van de subsidie, bedoeld in artikel 42, kan de minister verplichtingen opleggen met betrekking tot:

Onverminderd artikel 20, meldt de screeningsorganisatie onverwijld schriftelijk aan de minister indien sprake is van een stijging of daling van de som van het aantal Qpu en Qzas, bedoeld in artikel 46, van meer dan 2% ten opzichte van de subsidieverlening.

De uitvoering van een bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker als bedoeld in artikel 42 wordt aangewezen als een dienst van algemeen economisch belang in de zin van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Voor de uitvoering van een bevolkingsonderzoek naar borstkanker kan de minister een instellingssubsidie verstrekken aan de screeningsorganisatie.

Subsidie als bedoeld in artikel 49 wordt slechts verstrekt:

Bij de verlening van de subsidie, bedoeld in artikel 49, kan de minister verplichtingen opleggen met betrekking tot:

Onverminderd artikel 20, meldt de screeningsorganisatie onverwijld schriftelijk aan de minister indien sprake is van een stijging of daling van het aantal onderzoeken naar borstkanker van meer dan 2% ten opzichte van de subsidieverlening.

De uitvoering van een bevolkingsonderzoek naar borstkanker als bedoeld in artikel 49 wordt aangewezen als een dienst van algemeen economisch belang in de zin van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Voor de uitvoering van het bevolkingsonderzoek naar darmkanker kan de minister een instellingssubsidie verstrekken aan de screeningsorganisatie.

Subsidie als bedoeld in artikel 54 wordt slechts verstrekt:

Bij de verlening van de subsidie, bedoeld in artikel 54, kan de minister verplichtingen opleggen met betrekking tot:

Onverminderd artikel 20, meldt de screeningsorganisatie onverwijld schriftelijk aan de minister indien sprake is van een stijging of daling van het aantal onderzoeken naar darmkanker van meer dan 2% ten opzichte van de subsidieverlening.

De uitvoering van een bevolkingsonderzoek naar darmkanker als bedoeld in artikel 54 wordt aangewezen als een dienst van algemeen economisch belang in de zin van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Vervallen

Voor de uitvoering van het Nationaal Programma Grieppreventie kan de minister een instellingssubsidie verlenen aan de Stichting Nationaal Programma Grieppreventie te Utrecht.

De subsidie, bedoeld in artikel 60, wordt verstrekt voor griepvaccinaties die in de periode van 1 september van enig jaar tot en met 30 april van het daarop volgende jaar worden toegediend door:

In afwijking van artikel 19, eerste lid, loopt het boekjaar voor de instellingssubsidie, bedoeld in artikel 60, van 1 mei van enig jaar tot en met 30 april van het daarop volgende jaar.

Bij de verlening van de subsidie, bedoeld in artikel 60, kan de minister verplichtingen opleggen met betrekking tot de kwaliteit van het Nationaal Programma Grieppreventie.

In afwijking van artikel 23 bedraagt het totaal van de in artikel 23, eerste lid, bedoelde reservering van de overschotten van de instellingssubsidies, bedoeld in artikel 60, 67a en 67j, ten hoogste € 275.000.

De stichting, genoemd in artikel 60, draagt er zorg voor dat artsen, bedoeld in artikel 61:

De stichting, genoemd in artikel 60:

Voor de uitvoering van de vaccinatie tegen de pneumokokkenziekte kan de minister een instellingssubsidie verstrekken aan de Stichting Nationaal Programma Grieppreventie te Utrecht.

De subsidie, bedoeld in artikel 67a, wordt verstrekt voor vaccinaties tegen de pneumokokkenziekte die in de periode van 1 mei van enig jaar tot en met 30 april van het daaropvolgende jaar worden toegediend door:

In afwijking van artikel 19, eerste lid, loopt het boekjaar voor de instellingssubsidie, bedoeld in artikel 67a, van 1 mei van enig jaar tot en met 30 april van het daaropvolgende jaar.

Bij de verlening van de subsidie, bedoeld in artikel 67a, kan de minister verplichtingen opleggen met betrekking tot de kwaliteit van de vaccinatie tegen de pneumokokkenziekte.

Vervallen

De stichting, genoemd in artikel 67a, draagt er zorg voor dat huisartsen, bedoeld in artikel 67b, de gevaccineerden registreren en deze registratie gedurende ten minste twintig jaren bewaren.

De stichting, genoemd in artikel 67a:

Voor de uitvoering van de vaccinatie tegen het coronavirus COVID-19 kan de minister een instellingssubsidie verstrekken aan de Stichting Nationaal Programma Grieppreventie te Utrecht.

In het boekjaar 2021 bestaat de subsidie, bedoeld in artikel 67j, uit het bedrag dat wordt berekend overeenkomstig de volgende formule:

(Qx x Px) + (Qy x Py) + (Qz x Pz) + (Quu x Puu) + U

waarbij wordt verstaan onder:

Qx. het aantal toegediende vaccins, bedoeld in artikel 67k, eerste lid, dat in het boekjaar 2021 in het kader van de vaccinatie tegen het coronavirus door huisartsenpraktijken wordt toegediend;

Px. een bedrag van € 21,00;

Qy. het aantal toegediende vaccins, bedoeld in artikel 67k, dat in het boekjaar 2021 in het kader van de vaccinatie tegen het coronavirus door huisartsenpraktijken wordt toegediend in de thuissituatie;

Py. een bedrag van € 90,16;

Qz. het aantal toegediende vaccins, bedoeld in artikel 67k, dat in het boekjaar 2021 in het kader van de vaccinatie tegen het coronavirus door huisartsenposten wordt toegediend;

Pz. een bedrag van € 41,35;

Quu. het aantal patiënten van een huisartsenpraktijk, dat op 1 januari 2021 was ingeschreven;

Puu. een bedrag van € 2,00;

U. het verschil tussen de overige baten en lasten van de uitvoering van de vaccinatie tegen het coronavirus, voor zover opgenomen in een door de minister goedgekeurde begroting, tot ten hoogste € 700.000.

In het boekjaar 2022 bestaat de subsidie, bedoeld in artikel 67j, uit het bedrag dat wordt berekend overeenkomstig de volgende formule:

(Qx x Px) + (Qy x Py) + (Qz x Pz) + (Quu x Puu) + (Qvv x Pvv) + U + V

waarbij wordt verstaan onder:

Qx. het aantal toegediende vaccins, bedoeld in artikel 67k, eerste lid, dat in het boekjaar 2022 in het kader van de vaccinatie tegen het coronavirus door huisartsenpraktijken wordt toegediend;

Px. een bedrag van € 21,00;

Qy. het aantal toegediende vaccins, bedoeld in artikel 67k, dat in het boekjaar 2022 in het kader van de vaccinatie tegen het coronavirus door huisartsenpraktijken wordt toegediend in de thuissituatie;

Py. een bedrag van € 91,97;

Qz. het aantal toegediende vaccins, bedoeld in artikel 67k, dat in het boekjaar 2022 in het kader van de vaccinatie tegen het coronavirus door huisartsenposten wordt toegediend;

Pz. een bedrag van € 42,18;

Quu. het aantal patiënten van een huisartsenpraktijk, dat op 1 juli 2021 was ingeschreven;

Puu. een bedrag van € 0,54;

Qvv. het aantal patiënten van een huisartsenpraktijk, dat op 1 februari 2022 was ingeschreven;

Pvv. een bedrag van € 0,17;

U. het verschil tussen de overige baten en lasten van de uitvoering van de vaccinatie tegen het coronavirus door de Stichting Nationaal Programma Grieppreventie te Utrecht, voor zover opgenomen in een door de minister goedgekeurde begroting;

V. het verschil tussen de overige baten en lasten van de uitvoering van de vaccinatie tegen het coronavirus door huisartsenpraktijken, voor zover opgenomen in een door de minister goedgekeurde begroting.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, wordt de aanvraag tot subsidieverlening uiterlijk 1 juli van het boekjaar waarop de subsidie betrekking heeft, ingediend.

Bij de verlening van de subsidie, bedoeld in artikel 67j, kan de minister verplichtingen opleggen met betrekking tot de kwaliteit van de uitvoering van de vaccinatiecampagne tegen het coronavirus.

De stichting, genoemd in artikel 67j, draagt er zorg voor dat huisartsen, bedoeld in artikel 67k, de gevaccineerden registreren en deze registratie gedurende ten minste twintig jaren bewaren.

De stichting, genoemd in artikel 67j:

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

In afwijking van artikel 1a van deze regeling, zijn op deze paragraaf hoofdstuk 1, hoofdstuk 3, hoofdstuk 4, hoofdstuk 6 en hoofdstuk 7 van de Kaderregeling van toepassing.

De voorbereiding en de activiteiten in het kader van de uitvoering van de aanvullende HPV-vaccinatiecampagne als bedoeld in deze regeling worden aangewezen als een dienst van algemeen economisch belang in de zin van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

De coördinerende GGD draagt er ten behoeve van zijn verzorgingsgebied zorg voor dat in het jaar waarvoor de uitkering wordt verstrekt:

De uitkering bedraagt in 2022 jaarlijks ten hoogste:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In afwijking van de artikelen 32 tot en met 36 wordt de uitkering als volgt vastgesteld:

De artikelen 25 en 29 zijn niet van toepassing op de uitkering.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De minister kan, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voorzover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Vervallen

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling publieke gezondheid.