Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 22 september 2005, nr. VO/F-2005/37047, houdende de loon- en prijsbijstelling 2005 over de materiële exploitatiebekostiging en de materiële exploitatiebekostiging voor het kalenderjaar 2006 voor scholen en scholengemeenschappen in het voortgezet onderwijs met lumpsumbekostiging (Regeling loon- en prijsbijstelling 2005 en bekostiging materiële exploitatie voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2006)Regeling loon- en prijsbijstelling 2005 en bekostiging materiële exploitatie voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2006De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op de artikelen 86, vijfde lid, en 89, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.J.A. van derHoeven

In deze regeling wordt verstaan onder:

De bedragen genoemd in de artikelen 2, 3, 4, zesde lid, 5, 6 en 7 van de Regeling bekostiging materiële exploitatie voor scholen voor vwo, havo, mavo, vbo en praktijkonderwijs, schooljaar 2005–2006 worden éénmalig verhoogd met 2,25% in verband met de loon- en prijsbijstelling 2005. De verhoogde bedragen zijn opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.

Het bedrag per school, bedoeld in artikel 86, derde lid, onderdeel a, van de wet, bedraagt € 15.146,96.

Het bedrag, bedoeld in artikel 86, derde lid, onderdeel b, van de wet bestaat uit een vast bedrag per school en een bedrag per leerling. Het vaste bedrag per school bedraagt € 14.225,45 en het bedrag per leerling is opgenomen in artikel 5, eerste lid.

In afwijking van artikel 5 is het bedrag voor de school voor vbo met uitsluitend de afdeling landbouw en natuurlijke omgeving en het intra-sectoraal programma landbouw breed, alsmede voor de overeenkomstige afdeling voor lwoo als volgt:

Indien de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op grond van artikel 85a van de wet aan een nevenvestiging in verband met spreidingsnoodzaak een aanvullende bekostiging voor personeelskosten toekent, wordt een aanvullende materiële exploitatiebekostiging verstrekt van € 14.225,45 per nevenvestiging.

In geval de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ten aanzien van een school artikel 108, vierde lid, van de wet toepast, heeft het bevoegd gezag aanspraak op een extra bekostiging van € 9.580,36 per school.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling loon- en prijsbijstelling 2005 en bekostiging materiële exploitatie voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2006.

Deze bijlage hoort bij de Regeling loon- en prijsbijstelling 2005 en bekostiging materiële exploitatie voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2006.

De onderwijsinhoudcodes van de schoolsoort vbo hebben betrekking op de beroepsgerichte leerwegen, inclusief de leerwerktrajecten, de onderwijsinhoudcodes van de schoolsoort mavo hebben betrekking op de theoretische leerweg.

Deze bijlage hoort bij de Regeling loon- en prijsbijstelling 2005 en bekostiging materiële exploitatie voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2006.

Onderstaand zijn de verhoogde bekostigingsbedragen voor de materiële exploitatie voor het schooljaar 2005–2006 opgenomen; de verhoging met 2,25% is het gevolg van het toedelen van de loon- en prijsbijstelling over 2005.

De bedragen uit de Regeling bekostiging materiële exploitatie voor scholen voor vwo, havo, mavo, vbo en praktijkonderwijs, schooljaar 2005–2006, die is gepubliceerd in het Gele Katern van 23 februari 2005, nr. 3V (kenmerk VO/F-2004/57797), zijn als volgt gewijzigd.

Het bedrag in artikel 2 (bedrag per school) wordt € 15.345,05.

Het bedrag in artikel 3 (bedrag per school afhankelijk van de normatieve ruimtebehoefte) wordt € 10.454,62.

Het bedrag in artikel 6 (aanvullende bekostiging voor een nevenvestiging met spreidingsnoodzaak) wordt € 10.454,62.

Het bedrag in artikel 7 (aanvullende bekostiging voor een school onder de opheffingsnorm) wordt € 9.705,65.

De bedragen in de artikelen 4 en 5 (bedragen per leerling) worden als volgt: