Ministeriële regeling · BWBR0018835

Regeling representatiekostenvergoeding OCW 2005

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 7 oktober 2005, nr. HRM/2005/44242, houdende vaststelling van departementale regels met betrekking tot het vergoeden van representatiekosten (Regeling representatiekostenvergoeding OCW 2005)Regeling representatiekostenvergoeding OCW 2005De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 2, tweede lid, van het Besluit vergoeding representatiekosten rijkspersoneel (Stb. 527, 1993);

Gehoord het Departementaal Georganiseerd Overleg van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

Besluit:

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag7 oktober 2005De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.J.A. van derHoeven

In dit besluit wordt verstaan onder:

De ambtenaar kan de volgende kosten niet declareren:

De maandelijks toe te kennen representatiekostenvergoeding wordt gebruteerd waarna loonheffing wordt ingehouden.

De ambtenaar die bij datum ingang van dit besluit uit hoofde van een vroegere functie een persoonsgebonden representatiekostenvergoeding ontvangt, behoudt deze tot aan de datum waarop het bevoegd gezag een nadere beslissing neemt.

Het ‘Besluit representatiekostenvergoeding OCenW 2002’ wordt ingetrokken.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 oktober 2005.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling representatiekostenvergoeding OCW 2005.

Het maximum aan representatietoelage toe te kennen bedrag wordt periodiek door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgesteld.

Binnen OCW wordt hierbij de volgende onderverdeling aangebracht. De bedragen zijn gerangschikt in een aantal categorieën.