Ministeriële regeling · BWBR0018979

Levensloopregeling rijkspersoneel

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 3 november 2005, nr. 2005-0000266589, tot vaststelling van een regeling met betrekking tot levensloop in verband met de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling (Levensloopregeling rijkspersoneel)Levensloopregeling rijkspersoneel De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op artikel 34g van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en artikel 69a van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J.W.Remkes

Ten behoeve van een levenslooptegoed kan de ambtenaar de volgende bronnen inzetten:

Het levenslooptegoed wordt door het bevoegd gezag gestort op één van de levenslooprekeningen, dan wel overgemaakt als premie voor één van de levensloopverzekeringen of gestort op één van de rekeningnummers van het levenslooprecht van deelneming, zo mogelijk in de maand waarin de door de ambtenaar aangewezen bronnen aan hem zouden zijn uitbetaald.

Indien de ambtenaar bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, beschikt over een bedrag aan levenslooptegoed, komt dat tegoed tot uitkering, uiterlijk op de dag voorafgaand aan het ingaan van het ouderdomspensioen op grond van die wet.

De spaarperiode wordt beëindigd uiterlijk met ingang van de tweede maand volgende op die waarin de ambtenaar dit aan het bevoegd gezag heeft verzocht.

Indien de ambtenaar na toekenning van het levensloopverlof doch voor de datum waarop de levensloopverlofperiode ingaat ziek wordt, kan het bevoegd gezag de toekenning intrekken en het levensloopverlof geen doorgang laten vinden.

Tijdens het levensloopverlof wordt het werkgeversdeel van de pensioenpremies niet op de ambtenaar verhaald.

Het levensloopverlof wordt opgeschort in geval van ziekte gedurende een aaneengesloten periode van vier weken of meer.

Voor de duur van het zwangerschaps- en bevallingsverlof wordt het levensloopverlof opgeschort.

Voor zover het levensloopverlof niet wordt opgenomen direct voorafgaande aan het pensioen keert de ambtenaar na afloop van het verlof terug in de functie die hij bij aanvang van dat verlof bekleedde.

In geval van overlijden van de ambtenaar wordt het voor uitkering beschikbare levenslooptegoed aan het bevoegd gezag uitgekeerd op een door dat gezag aangegeven wijze. Het levenslooptegoed wordt na inhouding van loonheffing en de inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet, na overlegging van een verklaring van erfrecht, door het bevoegd gezag uitgekeerd aan de erfgenamen van de ambtenaar.

Vervallen

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2006.

Deze regeling wordt aangehaald als: Levensloopregeling rijkspersoneel.