U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-07-2016.

Regeling · BWBR0019070

Besluit Wfsv

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 16 november 2005 tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van de Wet financiering sociale verzekeringen en enige andere wetten (Besluit Wfsv)Besluit WfsvWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Staatssecretaris van Financiën en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van 8 juli 2005, nr. SV/F&W/05/51635;

Gelet op de artikelen 28, eerste en tweede lid, 37, tweede en vierde lid, 42, 71, eerste lid, 80 en 91, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen, de artikelen 40, eerste lid, en 77 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, en artikel 78, zesde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;

De Raad van State gehoord (advies van 19 augustus 2005, nr. W12.05.0324/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 14 november 2005, nr. SV/F&W/05/70630, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Staatssecretaris van Financiën en Onze Minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage16 november 2005BeatrixDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid , A. J. deGeusDe Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport , J. F.HoogervorstDe Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ,H. A. L. van HoofDe Staatssecretaris van Financiën ,J. G.Wijnde negenentwintigste november 2005De Minister van Justitie , J. P. H.Donner

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

De overige ziekengeldlasten en WGA-lasten komen ten laste van een sectorfonds, met dien verstande dat de overige ziekengeldlasten en WGA-lasten die betrekking hebben op uitkeringen als bedoeld in artikel 2.1, onderdelen f en g, toegekend aan de personen, bedoeld in artikel 24 van de Wfsv, ten laste komen van het Uitvoeringsfonds voor de overheid.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bij de bepaling van het gemiddelde premieplichtig loon, bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, artikel 2.12, tweede lid, en artikel 2.13, tweede lid, blijft buiten aanmerking:

Indien een werkgever, zonder dat er sprake is van een overgang van een onderneming als bedoeld in artikel 2.15 in een of meer van de kalenderjaren van het tijdvak, bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, 2.12, tweede lid en 2.13, tweede lid, niet de hoedanigheid van werkgever had, wordt bij de berekening van het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, 2.12, tweede lid, en 2.13, tweede lid, het ten laste van die werkgever komende gemiddelde premieplichtige loon per jaar berekend over het aantal kalenderjaren in het tijdvak, bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, 2.12, tweede lid, en 2.13, tweede lid, waarin de werkgever de hoedanigheid van werkgever had, waarna het verkregen percentage wordt vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage, bedoeld in artikel 2.11, derde lid, 2.12, derde lid, en 2.13, derde lid, en de noemer door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage, berekend over de kalenderjaren in het tijdvak, bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, 2.12, tweede lid, en 2.13, tweede lid, waarin de werkgever de hoedanigheid van werkgever had.

Vervallen

Artikel 47, eerste lid, van de Wfsv is van overeenkomstige toepassing bij een dienstbetrekking met een werknemer die onmiddellijk voorafgaand aan de aanvang van de dienstbetrekking gedurende tenminste twee jaar recht heeft op een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet en gedurende die twee jaar geen inkomen uit arbeid als bedoeld in de artikelen 2:2, eerste lid, onderdelen a tot en met d, en 2:6, eerste lid, onderdeel b, onder 1° en 2°, van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten heeft genoten.

In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Vervallen

Indien de vrijwillige verzekering is geëindigd op grond van artikel 37, onderdelen a, e of f, van de AOW, of van artikel 63c, onderdelen a, d of e, van de ANW, vindt restitutie van reeds betaalde premie niet plaats.

Indien een verzekerde als bedoeld in artikel 38 van de AOW binnen drie maanden na de door de SVB gestelde termijn de verschuldigde AOW-premie niet geheel heeft betaald, wordt over een zodanig gedeelte van de periode, waarop de premiebetaling betrekking heeft, geacht AOW-premie te zijn betaald als de betaalde AOW-premie zich verhoudt tot de totaal verschuldigde AOW-premie. Daarbij wordt geacht AOW-premie te zijn betaald over de periode, welke het verst verwijderd ligt van het tijdstip van de aanvang van de verplichte verzekering.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

De zorgautoriteit is bevoegd opgaven en gegevens van een Wlz-uitvoerder die van invloed zijn op de omvang van de ten laste van het Flz beschikbare middelen en op de hoogte van de kosten van zorg, op hun juistheid te beoordelen en te verbeteren.

Wijzigt het Besluit premiedifferentiatie WAO.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Wfsv.